Kalkzandstenen juist toegepast


De in de fundering van hun nieuwe woning toegepaste kalkzandstenen zullen door vorst verpulveren. Zo luidt althans de mening van 2 opdrachtgevers. Ze willen dat de aannemer de kalkzandsteenblokken door gevelstenen vervangt. Voor buitentoepassing zijn ze niet geschikt. Door een discussie tussen een buurman en de aannemer zijn de beide opdrachtgevers op de hierboven omschreven situatie geattendeerd. Bij diens woning zijn vergelijkbare kalkzandstenen toegepast.

De deskundige van de buurman maakt uit de documentatie van de leverancier op dat de stenen niet bestand zijn tegen vorst. Hij raadt aan de kalkzandsteenblokken door gevelstenen met een klinkerkwaliteit te vervangen. Op een later tijdstip is deze deskundige de zaak ter plekke gaan bekijken. Daarbij heeft hij op 2 plaatsen het fundatiemetselwerk vrij gegraven. In zijn rapport zegt hij ook uit ervaring te weten dat kalkzandsteen door vorst volledig verpulverd. De verwerkingsvoorschriften van de leverancier duiden hier ook op. Bij buitenspouwbladen mag kalkzandsteen tot 250 mm beneden het maaiveld worden toegepast. Maar de aannemer is het niet met die redenering eens. Hij betoogt dat hij de fundering conform de bij de overeenkomst behorende tekening en volgens de norm van goed en deugdelijk werk heeft uitgevoerd.

Beoordeling
De opdrachtgevers menen dat de aannemer, in strijd met het bestek, in de buitengevels kalkzandsteen heeft toegepast. Om deze bewering te staven, raadpleegt de arbiter de bij de overeenkomst behorende tekening. Hierin is het principedetail voor de fundering getekend. Verderop is dit detail in een werktekening uitgewerkt. Beide tekeningen vermelden dat de aannemer voor de fundering kalkzandsteen moet toepassen. Voorts wijst de arbiter op artikel 9. Dit meldt dat `bij eventuele verschillen tussen tekeningen en bestek, de tekeningen boven het bestek prevaleren`. In strijd tot hetgeen de opdrachtgevers beweren, is de arbiter van mening, dat de aannemer met het toepassen van kalkzandsteen de woning conform de overeenkomst heeft gebouwd.
Er is nog een onderzoeksrapport waar beide opdrachtgevers aan refereren om hun gelijk te bewijzen. Ook dit is afkomstig van de deskundige van de buurman. Het rapport geeft aan dat de kalkzandsteenblokken zich aan de zijkant van de garage op 175 mm beneden de bovenzijde van de bestrating bevinden. En bij de voorgevel op 150 mm beneden dit niveau. Na aftrek van 60 mm van de straatsteen bevinden de kalkzandsteenblokken zich uiteindelijk aan de zijkant op 115 mm beneden maaiveld. Bij de voorgevel is dat op slechts 90 mm. Maar de door de deskundige gehanteerde aftrek van 60 mm kan de arbiter moeilijk volgen. Deze steen zorgt immers voor voldoende gronddekking. Met de aannemer is de arbiter van oordeel dat uit het rapport blijkt dat de situering van de kalkzandsteen voldoet aan de gestelde eisen en binnen de door de leverancier aangegeven tolerantie valt.

Ernstig gebrek
Tenslotte zijn de opdrachtgevers van oordeel dat het gaat om een verborgen dan wel ernstig gebrek. De eerste tekenen zijn reeds zichtbaar en normaal onderhoud kan daar niets aan verhelpen. Maar ook dit standpunt bestrijdt de aannemer. Van enig gebrek noch schade is geen sprake. Hij heeft inmiddels 2 onderzoeken verricht. Bij het eerste onderzoek heeft de aannemer één meter afgegraven om de achterliggende constructie te controleren. Die bleek in orde. Aan de fundering noch aan de kalkzandsteen kon de aannemer enige beschadigingen ontdekken. Dit blijkt ook uit de foto`s die de aannemer als bewijsmateriaal inbrengt. Als de arbiter hiernaar vraagt, beamen de opdrachtgevers dat er inderdaad geen schade is. Wel zijn ze bevreesd dat die in de toekomst door vorst alsnog zal optreden. Ook tegen dit standpunt komt de aannemer in geweer. Sinds de bouw hebben zich meerdere vorstperioden voorgedaan. Die hebben geen van alle schade veroorzaakt. Sinds de oplevering zijn 5 jaar verstreken. Niettemin kon de aannemer geen symptomen vinden die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een intredend proces van verval.

Conclusie
De arbiter wijst de vordering van de opdrachtgevers af. Om die reden vindt hij het billijk dat zij de proceskosten betalen. Daarnaast zijn de opdrachtgevers de aannemer een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand verschuldigd.

Geschilnummer: 31.423

Bijlage(n)

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer

Naar archief
x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven