Lekkend huis door verkeerd kozijnhout

Een opdrachtgever is de wanhoop nabij. Hij had een onderhoudsarme woning willen hebben, maar heeft nu vooral een lekkend huis. De hardhouten kozijnen zijn op vingerlassen opengetrokken en vertonen scheuren bij aansluitingen. De architect is zich van geen kwaad bewust; de aannemer heeft het gedaan.

Ontwerp een onderhoudsarme woning. Zo luidt het verzoek van de opdrachtgever aan een architect. Het resultaat is een pand dat grotendeels is opgetrokken uit kozijnen van onbehandeld gevingerlast Iroko met glas. Enige jaren na oplevering gaat het mis: de kozijnen trekken op vingerlassen open en vertonen scheuren bij aansluitingen. De aannemer kan slechts een deel van de hierdoor opgetreden lekkages herstellen.

Onbehandeld gevingerlast Iroko is dus functioneel ongeschikt als kozijnhout, meent de opdrachtgever. De architect weerspreekt dit en stelt dat de aannemer zijn werk niet goed heeft uitgevoerd. Als oplossing draagt hij een houtbewerkingsbedrijf aan dat alle kozijnen wil herstellen én een vijfjarige garantie geeft op constructiefouten en lekkage.

Het feit dat een houtbewerkingsbedrijf bereid is de gebreken te herstellen en daar garantie op te geven, betekent volgens de arbiter nog niet dat de gebreken niet terugkeren. Iroko heeft weliswaar duurzaamheidsklasse A, maar is alleen geschikt voor toepassing in geveltimmerwerk als het hout dekkend of transparant is afgewerkt. Door onbehandeld gevingerlast Iroko voor te schrijven, heeft de architect een ernstige fout gemaakt. Hij is aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.

De aannemer komt er ook niet zonder kleerscheuren vanaf. Hij verwerkte het hout in zijn eigen werkplaats en had op de hoogte moeten zijn van de voorschriften ervan. Anders gezegd, de vakman had het onbehandelde Iroko niet als kozijnhout mogen toepassen zonder architect en opdrachtgever te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen. Bovendien heeft hij het hout niet voldoende op droogte geselecteerd, en zijn de vingerlassen van het hout verlijmd met thermoplastische lijm – die bij hogere temperaturen van de kozijnen zwakker wordt – in plaats van thermohardende lijm, die bij hogere temperaturen juist sterker wordt. Ook de aannemer is dus aansprakelijk.

Extra onderhoud
Vervanging van alle kozijnen vindt de arbiter disproportioneel, aangezien ze goed te herstellen zijn met een dekkende afwerking. Daarvoor is onderhoud nodig, terwijl de opdrachtgever om een onderhoudsarme woning had gevraagd. Die bestaat volgens de arbiter niet: de woningeigenaar moet altijd iets doen om de gevels algen- en mosvrij te houden. Wel komen de kosten voor het extra onderhoud à 15.000 euro voor rekening van architect en aannemer. Zij delen ook de 10.556,57 euro arbitragekosten en de expertisekosten à 2.380 euro.

Geschilnummer 27.914

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meer

Naar archief
x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven