Verborgen gebreken niet op conto van aannemer


Een opdrachtgever heeft zijn woning zo’n drie jaar geleden gekocht. Niettemin stelt hij vijf jaar na de oplevering de aannemer voor diverse verborgen gebreken aansprakelijk. Door de tussen de verkopers en de opdrachtgever gesloten leveringsakte zijn alle aanspraken overgegaan op de koper, dus opdrachtgever. Dat de houten kolommen en natuurstenen sokkels van zijn nieuwe woning niet conform ontwerp zijn uitgevoerd, is de opdrachtgever een doorn in het oog. Daarnaast is hem gebleken dat de kolommen scheef staan. Hij geeft de aannemer de schuld van het barsten en vervolgens afbrokkelen van de natuurstenen sokkels. De aannemer moet de gebreken herstellen. Maar die wijst de vorderingen af.

Afbrokkelen
De klacht van de opdrachtgever betreffen de vier houten kolommen en de natuurstenen sokkels waar de kolommen op rusten. Hij beweert dat de aannemer de kolommen niet conform het ontwerp heeft uitgevoerd. In strijd met hetgeen is voorgeschreven, is de ruimte tussen de stekeinden en de sokkels niet dichtgezet. Hierdoor is, zo betoogt de opdrachtgever, geen sprake van een starre constructie en kunnen de stekeinden binnenin de natuurstenen sokkels bewegen. Hij is ervan overtuigd dat dit ertoe heeft geleid dat het natuursteen is gaan barsten en afbrokkelen. Alle kolommen moet de aannemer om die reden herstellen. De aannemer erkent dat hij de ruimte tussen de stekeinden en de sokkels niet heeft dichtgezet. Hij wijt dit echter aan een oorzaak die in de risicosfeer van de opdrachtgever ligt.

De constructeur wijzigde de HE240A-ligger naar een HE160B-ligger. Hierdoor wist de aannemer de definitieve hoogtemaat pas in een laat stadium. Uitvoeringstechnisch was het alleen nog mogelijk de kolommen met voet compleet onder een (tijdelijk) ondersteunde constructie te hangen en vervolgens de ankers en hardstenen voet te onderstorten. Hierdoor was het, volgens de aannemer, onmogelijk de ruimte tussen de stekeinden, zoals het bestek voorschreef, dicht te zetten. Hij is van oordeel dat hij de bewuste werkzaamheden overeenkomstig de door de opdrachtgever verstrekte aanwijzingen heeft uitgevoerd. Iedere aansprakelijkheid voor de nu ontstane problemen wijst hij van de hand.

Detaillering kolom
De arbiter gaat ter plekke kijken. Aan de achterzijde van de woning zijn vier ronde houten kolommen geplaatst die op vierkante natuurstenen sokkels rusten. Aan de onderzijde zijn ze voorzien van een horizontale voetplaat waarop een verticale stalen plaat is gelast. De kolom is met twee bouten aan deze verticale stalen plaat gelast. De detaillering, waarbij de staalconstructie ‘koud’ op de kolommen is aangebracht, heeft de opdrachtgever aan een architect overgelaten. Naar het oordeel van de arbiter is dit niet volgens goed vakmanschap uitgewerkt. Los van de door de aannemer geschetste gang van zaken, vormt de detaillering, naar het oordeel van de arbiter, alleen al een belemmering om de stekeinden met een vloeibare mortel dicht te zetten. Hij is met de aannemer van oordeel dat de opdrachtgever de werkzaamheden kennelijk heeft goedgekeurd. Noch tijdens de bouwwerkzaamheden, noch bij oplevering heeft de opdrachtgever immers tegen het betreffende detail bezwaar aangetekend. Niettemin vindt de arbiter dat de aannemer tegen de voorgeschreven detaillering bezwaar had moeten aantekenen. Hij is (mede) voor de gebreken verantwoordelijk. De arbiter wijst herstel van de hardstenen sokkels toe, met dien verstande dat de opdrachtgever bijdraagt in de herstelkosten. De opdrachtgever betaalt tweederde deel en de aannemer eenderde deel.

Houten kolommen
De opdrachtgever heeft de oorzaak van onder meer de afgebrokkelde natuurstenen sokkels laten onderzoeken. Uit een expertiserapport blijkt dat een hoek plaatselijk te zwaar is belast. Als gevolg van doorbuiging van de voetplaten in combinatie met de scheefstand van de betreffende kolom is een excentrische belasting op het natuursteen uitgeoefend. Hierdoor is het gesteente bezweken.
Volgens de opdrachtgever is sprake van een verborgen gebrek en hij spreekt de aannemer hierop aan. Maar de aannemer bestrijdt dit. Nadat de arbiter de zaak heeft bekeken, concludeert hij dat sprake is van een beperkte afwijking. Ondanks nauwlettend toezicht tijdens de bouw, had de aannemer dit niet kunnen opmerken. De arbiter meent dat de opdrachtgever onvoldoende aantoont dat de scheefstand bij het afbrokkelen van het natuursteen een rol van betekenis heeft gespeeld. Daarbij is die te beperkt dat hij deze als gebrek kan kwalificeren. De vordering van de opdrachtgever wijst hij dan ook af.

Proceskosten en andere vorderingen
De opdrachtgever betaalt tweederde en de aannemer eenderde deel van de proceskosten. Daarnaast is de opdrachtgever de aannemer een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand verschuldigd. Een vordering voor expertisekosten en buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand van de opdrachtgever wijst de arbiter af.

Geschilnummer: 30.465

Tekst: Paulien Ruitenbeek

Illustratie: Pennestreek

 

Bijlage(n)

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer

Naar archief
x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven