Ga naar hoofdinhoud

Aannemer haalt gelijk in hoger beroep


Doordat warme vochtige binnenlucht plaatselijk de koude buitenschil van het dak van een bedrijfshal bereikt, treedt flinke condensvorming op. In hoger beroep bestrijdt de aannemer het vonnis van de arbiter dat hij moet opdraaien voor 90 procent van de schade.

Na de bouw van een bedrijfshal openbaren zich problemen aan het dak. Doordat plaatselijk warme vochtige binnenlucht de koude buitenschil van de hal bereikt, treedt forse condensvorming op. Volgens de opdrachtgever heeft de aannemer zich niet aan het ontwerp van de adviseur gehouden. Die is aansprakelijk voor eventuele fouten in het ontwerp of voor fouten die hij bij het voeren van de directie heeft gemaakt. In eerste instantie oordeelt de arbiter dat het ontwerp kritische punten bevat. Reden voor de adviseur om de detaillering door de aannemer zorgvuldig te laten beoordelen. De arbiter vindt dat de adviseur hierin tekort is geschoten en voor 10 procent mede aansprakelijk is; de aannemer voor 90 procent. Tegen dit vonnis gaat de aannemer in beroep.

Aansluiting stalen dakplaten
Vooral de aansluiting van de stalen dakplaten op de metselwerkgevel is onderwerp van discussie. Aan de bovenzijde zijn de dakplaten geïsoleerd. Het buitenblad van het metselwerk loopt als balustrade door boven het dakvlak. Aan de dakzijde is deze balustrade opgebouwd uit ongeïsoleerde stalen kolommetjes met daarop ongeïsoleerde stalen beplating. De kolommetjes zijn door de dakisolatie en de stalen dakplaten heen gemonteerd op de onder de dakplaten aanwezige stalen randligger en vormen zo koudebruggen naar de stalen randligger.
In het ontwerp lopen de dakplaten en de isolatie door tot tegen het metselwerk buitenblad. De aannemer heeft het detail aangepast zodanig dat de dakplaten niet doorlopen tot tegen het gevelmetselwerk. De gevelspouwisolatie heeft hij doorgetrokken tot tegen de dakisolatie en daarmee de stalen dakplaten ingepakt. De bevestiging van de stalen kolommetjes van de balustrade is gelijk gebleven. Behalve overmatige condensatie in de gevelborstwering boven het dak treedt condensatie op tegen de onderzijde van de dakplaten en tegen de stalen balken. De condensvorming tegen de onderzijde van de dakplaten beperkt zich tot een aan de gevel grenzende strook. Hier is de dakisolatie doordrenkt met uit de gevelborstwering zakkend condensvocht.

Vochtsporen
De hal is in gebruik als speelparadijs voor kinderen. De betonvloer is grotendeels bedekt met zand. Bij een bezoek aan de hal valt het de appelarbiters op dat het zand vochtig aanvoelt en dat het muf en vochtig ruikt. Bij de gevel, de daklichten en elders onder het dak zijn (opgedroogde) vochtsporen op de plafondplaten en de staalconstructie zichtbaar. Evenals op de binnenzijde van de gevel en op de verdiepingsvloer en op meerdere speeltoestellen. Het valt de appelarbiters ook op dat alle plafondplaten doorhangen. De precieze oorzaak van de diverse vochtsporen is niet in alle gevallen duidelijk. Niettemin moet de oorzaak liggen in de (overmatige) condensatie.
Een onderzoeksrapport kwalificeert het binnenklimaat van de hal als klasse IV (nat en warm binnenmilieu zoals van zwembaden en wasserijen). De appelarbiters menen dat dit niet is vast te stellen op louter in de zomerperiode uitgevoerde metingen. Ook in de winter zouden metingen moeten plaatsvinden. Wellicht is sprake van een vochtbelasting die overeenkomt met binnenklimaatklasse III en mogelijk zelfs IV. Een dusdanige vochtbelasting kan alleen optreden als voorzieningen zoals mechanische ventilatie ontbreken.

Multifunctioneel
Tijdens de ontwerpfase en uitvoering van het werk was het gebruik van de bedrijfshal als kinderparadijs met zand en waterpartijen niet bekend. Volgens de opdrachtgever is dit niet relevant. De overeenkomst betrof immers het realiseren van een multifunctioneel bedrijfsgebouw. Multifunctioneel duidt er echter niet op dat het gebouw voor ieder denkbaar doel geschikt is. Tijdens een zitting blijkt dat de opdrachtgever voor het beschikbare budget een zo groot mogelijk gebouw wilde realiseren. Het programma van eisen en het bestek voorzien slechts in een beperkte ventilatie-installatie. Om bovengenoemde redenen was het kennelijk niet de bedoeling van de opdrachtgever dat het gebouw zou voldoen aan een hogere binnenklimaatklasse dan I of II. De aannemer hoefde hier in ieder geval geen rekening mee te houden. Om diezelfde redenen zijn de appelarbiters van oordeel dat de door de aannemer gerealiseerde aansluiting van dak op gevel niet als gebrekkig kan worden beschouwd. De meer dan hoge vochtbelasting van de hal moet dan ook voor rekening van de opdrachtgever blijven. De schade aan het systeemplafond komt eveneens door het vochtige binnenmilieu. Dat geldt ook voor de schade aan de plafondplaten.

Grieven
Tegen het eerder uitgesproken vonnis heeft de aannemer 6 grieven in het geweer gebracht. De appelarbiters stellen hem hierin in het gelijk en vernietigen het eerder uitgesproken vonnis. Over het hoe en waarom is hierboven uiteengezet. De adviseur is evenmin tekortgeschoten in zijn taak als directievoerder. Omdat de opdrachtgever in het ongelijk is gesteld, moet deze de proceskosten betalen. Ook de proceskosten van het eerste proces komen nu voor zijn rekening.

Geschilnummer: 71.082/71.106

Tekst: Paulien Ruitenbeek
Illustratie: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.