Ga naar hoofdinhoud

Aannemer in gebrek bij herstel dak


Twee opdrachtgevers zijn allerminst tevreden over de herstelwerkzaamheden aan hun nieuwe dakopbouw, nadat ook bij de buren lekkages zijn ontstaan. Daarnaast vinden ze de stijfheid van de dakconstructie gebrekkig en is de nokgording in strijd met wat is afgesproken.

Bij zowel de opdrachtgevers als hun buren ontstaan lekkages nadat een aannemer op een woning een nieuwe dakopbouw heeft gerealiseerd. Deze voert hierop herstelwerkzaamheden uit. In een rapport concludeert BDA Advies dat de lekkages vermoedelijk zijn ontstaan door het niet waterdicht zijn van de dakpannen en aansluitingen bij de schoorsteen. Over de herstelwerkzaamheden zegt het bureau onder meer dat deze niet overal goed zijn uitgevoerd. De aannemer heeft materialen gebruikt die hiervoor niet geschikt zijn (Flexim). Na het rapport voert de aannemer opnieuw herstelwerkzaamheden uit. In een brief stelt de gemeente dat de gording onder de dakramen in drie delen is geplaatst. De constructieve veiligheid van het dak komt hierdoor in gevaar. Volgens de gemeente ontstaat zo de neiging tot doorzakken. De opdrachtgevers stellen de aannemer voor bovengenoemde gebreken aansprakelijk, maar die wijst de vorderingen af.

Beoordeling van het geschil
De aannemer heeft toegezegd de herstelwerkzaamheden uit te voeren zoals aanbevolen in het BDA-rapport. Dat is volgens de opdrachtgevers echter niet gebeurd, hoewel de aannemer beweert dat hij dit wel heeft gedaan. Na het verschijnen van het BDA-rapport heeft de aannemer de kapotte dakpannen vervangen en de aansluiting achter de schoorsteen gewijzigd. Maar de arbiter begrijpt niet waarom de aannemer het niet noodzakelijk vond de aansluiting bij de buren te herstellen. Volgens het rapport is dit wel degelijk nodig. Het betreft hier geen duurzame afsluiting nu deze uit een loodaansluiting met Flexim bestaat. Ook op andere plaatsen op het dak is het de arbiter opgevallen dat de aannemer het toegepaste Flexim nog niet heeft vervangen. Verder heeft hij gezien dat er op het dak nog enkele kapotte dakpannen liggen, vooral op het bovenste stuk bij de schoorsteen. Aan de onderzijde sluit de verdeling van de pannen aan op die van de buren, aan de bovenzijde is dit (nog) niet het geval.

Stijfheid van de constructie
De opdrachtgevers beweren dat de constructie aan de voorzijde niet sterk genoeg is om het vergrote dak te dragen. Er is hierdoor een ‘zak’ in het dak zichtbaar en er ontstaan scheuren. Zij baseren hun standpunt op de brief van de gemeente. De aannemer is het niet met die stelling eens. Hij heeft immers geen werkzaamheden aan de voormalige nokgording uitgevoerd. Voor de aanvang van de werkzaamheden heeft de aannemer geen constructieberekening gemaakt. Wel heeft hij de bouwaanvraag geregeld. De arbiter ziet ook dat de voormalige nokgording in oude staat is gehandhaafd. Zoals hij nu is toegepast, functioneert hij niet meer. Nu wordt de nokgording asymmetrisch belast. De in het verleden aanwezige ondersteuning is verwijderd. Hiervoor is geen andere voorziening in de plaats gekomen. Op basis van hetgeen de arbiter ter plekke ziet, komt hij tot de conclusie dat er wat de stijfheid van de constructie betreft, niet is voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Niet is vast komen te staan dat de scheurvorming waar de opdrachtgevers op wijzen, komt door onvoldoende stijfheid van de constructie.

Vordering
De arbiter stelt diverse gebreken vast. Hij is echter niet van oordeel dat die gebreken de totale vervanging van het dak rechtvaardigen. Het is voldoende grondig herstel te plegen. Met de aannemer is de arbiter van oordeel dat er nagenoeg geen lekkages meer zijn ontstaan. Uit de brief van de gemeente blijkt ook niet dat het gehele dak is afgekeurd. Omdat de aannemer niet bereid is de gebreken (deugdelijk) te herstellen, baseert de arbiter de toe te kennen schadevergoeding op de kosten van herstel door een derde. Bij het vaststellen van de herstelkosten houdt hij rekening met het feit dat het pannendak aan de voorzijde tot aan de nokgording opnieuw moet worden gedekt. Daarbij moet een panverdeling worden gehanteerd die aansluit op het pannendak van de buren. Kapotte dakpannen dienen te worden vervangen en er moet een voorziening komen voor de aansluiting met de buren en voor het lood dat nu nog in Flexim is ingebed. De naad tussen het bestaande en het nieuwe dakbeschot moet worden afgedicht.
Ook voor de herstelkosten die gemoeid zijn met het waarborgen van de stijfheid van de constructie, stelt de arbiter een bedrag vast. Aan de binnenzijde van het dak moeten voorzieningen worden getroffen. De gordingen moeten worden verstevigd, waardoor de extra doorbuiging wordt gereduceerd. Bij de voormalige nokgording moet een tussensteunpunt komen ter hoogte van de tussenwand.
De gevorderde expertisekosten wijst de arbiter toe. Van de proceskosten betaalt de aannemer tweederde deel, de opdrachtgevers betalen de rest.

Geschilnummer: 31.987

Tekst: Paulien Ruitenbeek

Illustratie: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.