fbpx Ga naar hoofdinhoud

Aansprakelijkheid rottende goot betwist

Zeven jaar na oplevering van zijn woning beschuldigt de opdrachtgever de aannemer van prutswerk. De gootconstructie is zodanig uitgevoerd dat de houten boeidelen aan de voor- en achterzijde zijn gaan rotten. De vakman weigert het werk te herstellen. Aan de goot is gewoon te weinig onderhoud gepleegd.

De aannemer vecht de vordering van de opdrachtgever aan door allereerst te stellen dat de klacht te laat komt. De vervaltermijn is allang verstreken.

De oplevering van de woning heeft op 10 december 2002 plaatsgevonden. Conform artikel 16 lid 6 van de algemene voorwaarden bedraagt de vervaltermijn uit hoofde van een verborgen gebrek vijf jaar na het verstrijken van de onderhoudsperiode. Uitgaande van een onderhoudstermijn van zes maanden gaat de vervaltermijn in per 10 juni 2003. Maar na melding van lekkage heeft de aannemer een onderaannemer begin 2006 herstelwerkzaamheden laten verrichten aan de gootconstructie aan de achterzijde van de woning. Hierdoor is een nieuwe vervaltermijn van vijf jaar met betrekking tot het herstelde onderdeel ingegaan. Het geschil is op tijd ingediend, omdat dit op 5 juli 2010 is gebeurd.

Dat geldt niet voor het gebrek aan de gootconstructie aan de voorzijde van de woning. Aan dit onderdeel is na de oplevering geen herstel uitgevoerd. Hiervoor geldt dus de vervaltermijn van 10 juni 2003. De zaak richt zich verder alleen nog op de gootconstructie aan de achterzijde.

Geen achterstallig onderhoud

Tijdens de bezichtiging constateert de arbiter dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud. Hij weerlegt daarmee het standpunt van de aannemer dat het is uitgesloten dat bij het regelmatig inspecteren van de gevelbetimmeringen en het uitvoeren van onderhoud houtrot ontstaat. Het schilderwerk van de goot ziet er goed uit, behalve daar waar de kilgoot uitmondt in de goot. Op die plek zitten lekkagesporen die het schilderwerk hebben aangetast.

De lekkageoorzaak zit hem in de grootte van de goot. De gootconstructie is volgens de arbiter niet afdoende om grote hoeveelheden water op te vangen. Veel water in de kilgoot veroorzaakt ter plaatse van de hemelwaterafvoer zodanig hoog water dat het water daar overslaat en achter de goot terecht komt. Als gevolg van deze lekkage is houtrot ontstaan in de boeidelen van de goot. Een uitvoeringsfout waarvoor de aannemer aansprakelijk is. Evenals voor de gevolgschade.

Zowel de lekkage als het houtrot moet goed en deugdelijk worden hersteld. De opdrachtgever betaalt een vierde deel van de arbitragekosten à 3.150 euro, de aannemer drie vierde deel.

Geschilnummer 32.526

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.