Ga naar hoofdinhoud

Dakplaat en dakpan ongeschikt voor school


Na de bouw van een school stelt de opdrachtgever de aannemer voor de aanhoudende lekkages van het dak aansprakelijk. Hij wil dat de aannemer de gebreken herstelt of hem een schadevergoeding betaalt om het dak te laten herstellen. Maar de aannemer legt de schuld bij de architect. Die heeft de dakconstructie immers ontworpen. Daarnaast wijt hij de problemen aan het veelvuldig belopen van het dak door jeugd en glazenwassers.

Kritisch ontwerp
De arbiter is van mening dat de opdrachtgever zich zowel in de ontwerpfase als tijdens de bouw op professionele wijze heeft laten bijstaan. Het ontwerp komt van een architect. Daarbij heeft deze, wat het ontwerp van de dakconstructie betreft, advies ingewonnen bij BDA.

Het definitieve ontwerp gaat uit van een dakhelling van 15 graden en bij de hoekkepers van circa 11-12 graden. Op de plek van de hellende daken schrijft de architect Unilin-dakplaatelementen van het type Unigreen ES-W-3.0-120 voor. Aanvullend op de dakplaatelementen is de toepassing van RBB Stonewold dakpannen in het ontwerp opgenomen. Uit verklaringen tijdens de mondelinge behandeling van de kwestie maakt de arbiter op dat de directie wekelijks, zo niet dagelijks, op de bouw aanwezig was. Ook staat vast dat de aannemer over de dakconstructie kritiek heeft geuit. Uit een werkverslag blijkt dat het standpunt van de aannemer al in de beginfase van de bouw in een overleg met de directie aan de orde was. Voor de directie was dit aanleiding over Unilin documentatie op te vragen. De technische documentatie van Unigreen geeft aan dat de dakplaten verwerkt kunnen worden bij een minimale hellingshoek van 20 graden. Ook fabrieksinformatie van de voorgeschreven RBB Stonewold dakpannen heeft de aannemer in het geding gebracht. De informatie vermeldt dat de dakpan toepasbaar is bij een hellingshoek van minimaal 20 graden. Bij een hellingshoek van tussen de 15 en 20 graden verwijst de fabriek naar de afdeling dakservice.

Met de aannemer is de arbiter van oordeel dat uit bovenstaande informatie blijkt dat de architect in het bestek een dakplaat voorschrijft die ongeschikt is voor een dakhelling van minder dan 20 graden. Dit in combinatie met een dakpan die evenmin geschikt is voor het door de architect ontwikkelde bouwplan, maakt dat sprake is van een kritisch ontwerp. Zelfs van een zeer kritisch ontwerp, nu blijkt dat zich van meet af aan bij extreme weersomstandigheden lekkages voordoen. Met de aannemer is de arbiter van oordeel dat de verantwoordelijkheid voor het ontwerp bij de door de opdrachtgever ingeschakelde architect ligt. Ondanks kritische kanttekeningen van de aannemer en de documentatie over Unilin hield deze vast aan het ontwerp en de gekozen dakconstructie. De aannemer heeft, naar het oordeel van de arbiter, voldoende aan zijn waarschuwingsplicht voldaan.

Belopen dak
Ook het belopen van het dak door jeugd en glazenwassers voert de aannemer als oorzaak van de lekkages aan. Hij heeft de opdrachtgever erop geattendeerd dat veel dakpannen gebroken zijn als gevolg van vandalisme. Ook de waterkering tussen de pannen kan hierdoor zijn stuk geraakt. De opdrachtgever heeft e.e.a. toegegeven. Ter plekke is het de arbiter duidelijk dat glazenwassers er niet omheen kunnen het dak te betreden. Voor het ramen wassen van de hoger gelegen ramen zijn geen voorzieningen getroffen. De bewering van de opdrachtgever dat hij ervoor zorgt dat glazenwassers niet het dak betreden, wijst de arbiter om die reden af. Niettemin heeft de aannemer uit coulance-overwegingen herstelwerkzaamheden verricht. Eerst heeft hij geprobeerd de lekkages incidenteel op te lossen. Daarna heeft hij de totale constructie aangepakt door nieuwe dakfolie en dakpannen opnieuw aan te brengen. Tot slot heeft hij de verkleuring in de plafondplaten aangepakt. Ondanks deze herstelwerkzaamheden doen zich volgens de opdrachtgever opnieuw lekkages voor, hetgeen de aannemer bestrijdt.

Geen bewijs
Op grond van het door de aannemer gevoerde verweer en bezichtiging van het werk komt de arbiter tot de slotsom dat de opdrachtgever recente lekkages niet kan bewijzen. Overigens blijft hij van oordeel dat het zeer kritische ontwerp de voornaamste oorzaak van de problemen vormt. Er is niet gebleken dat de aannemer zich schuldig heeft gemaakt aan uitvoeringsfouten. Daarnaast heeft hij aangegeven bereid te zijn de verkeerd aangebrachte vorsten bij de hoekkepers opnieuw aan te brengen en de membraanfolie van de CV/dakdoorvoer te herstellen. Om de aannemer tot aanvullend herstel te veroordelen ziet de arbiter geen enkele reden. De opdrachtgever betaalt de proceskosten.

Geschilnummer: 30.092

Tekst: Paulien Ruitenbeek
Illustratie: Pennestreek

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.