Ga naar hoofdinhoud

Doorhangend plafond? Schadevergoeding graag!

Direct na oplevering van zijn woning constateert de opdrachtgever dat het plafond van de begane grond doorhangt. De aannemer lost dit probleem op door op zijn kosten een verlaagd plafond in de woonkamer, keuken en hal aan te brengen. Toch eist zijn klant een schadevergoeding wegens waardevermindering.

Op het moment dat de door de opdrachtgever ingeschakelde stukadoor werkzaamheden wil verrichten aan het ruwe betonplafond van de begane grond valt hem op dat het plafond c.q. de verdiepingsvloer doorhangt. De gealarmeerde opdrachtgever waarschuwt de betrokken aannemer, die op zijn beurt twee constructeurs inschakelt.

Zij zijn unaniem in hun oordeel: het gebrek is optisch van aard en heeft geen gevolgen voor de sterkte en/of constructieve veiligheid. Enigszins gerustgesteld gaat de woningeigenaar akkoord met het voor rekening van de aannemer aanbrengen van een verlaagd plafond in de woonkamer, keuken en hal. Om vervolgens alsnog een schadevergoeding wegens waardevermindering te eisen.

De plafondhoogte voldoet namelijk niet aan de overeenkomst nu deze uiteindelijk 8,7cm lager is uitgevallen. De aannemer heeft daarmee niet geleverd wat hij vanuit de overeenkomst verplicht was te leveren. En dat vermindert het gebruiks- c.q. woongenot, aldus de opdrachtgever.

Bovendien ontstaat vanaf dag 1 steeds scheurvorming in de draagmuren. Een euvel dat hoogstwaarschijnlijk ook na het verstrijken van de onderhoudstermijn blijft optreden. Alleen kan de aannemer dan niet meer worden aangesproken en blijft de opdrachtgever met de herstelkosten zitten. Hij eist dat dit risico in de schadevergoeding wordt opgenomen.

Geen constructief gebrek
De arbiter is het met de aannemer eens: er is geen sprake van een constructief gebrek. Helemaal niet nu drie constructeurs (twee van de aannemer, één van de opdrachtgever) onafhankelijk van elkaar hebben geconstateerd dat de constructie voldoet aan de sterkte- en veiligheidseisen. De scheurvorming in de draagmuren heeft dan ook niets met het doorhangen van het plafond te maken, en wordt hier niet verder behandeld.

Vast staat ook dat de verlaagde plafonds in de diverse ruimtes op de begane grond door de opdrachtgever zijn geaccepteerd als oplossing voor de doorbuiging. Hierdoor is de maatvoering van de plafonds inderdaad enkele centimeters kleiner geworden dan de door beide partijen overeengekomen maatvoering van 280,5cm. Dit nadeel is volgens de arbiter echter zo marginaal, dat waardevermindering en een vergoeding daarvoor absoluut niet te rechtvaardigen zijn.

De raadsman wijst de vordering van de opdrachtgever af. De in het ongelijk gestelde woningeigenaar moet logischerwijs de arbitragekosten à 3.250 euro betalen, plus een tegemoetkoming in de rechtsbijstandskosten van de aannemer. Die komt neer op 1.600 euro.

Geschilnummer 29.954

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.