Ga naar hoofdinhoud

Geen entresol door lager plafond


Wanneer de plafondhoogte van zijn appartement uitkomt op 3,59m in plaats van de in de prijslijst vermelde 3,78m trekt de opdrachtgever bij de aannemer aan de bel. Hij moet nu afzien van een door hem gewenste en ontworpen entresol, en vordert daarom schadevergoeding wegens waardevermindering.

Plafondhoogte
De aannemer geeft zijn zuurverdiende centen niet zomaar weg. Hij beroept zich tijdens de rechtzaak op een regel uit de technische omschrijving, die luidt: ‘aangezien de woning wordt gecreëerd in een reeds bestaand gebouw kunnen geringe maatafwijkingen optreden als gevolg van eventuele maatafwijkingen in het bestaande casco.’ Een maatafwijking van 18cm vindt de arbiter echter niet gering meer. Dit argument verwijst hij dan ook door naar de prullenbak.
De bouwer voert een tweede stelling aan in de strijd om zijn gelijk te halen: er was sprake van een noodzakelijke wijziging. Die mocht hij op grond van artikel 3 van de Algemene Voorwaarden uitvoeren. Naar blijkt is de keuze voor de plafondhoogte ingegeven door de wens van de aannemer voor een vlak plafond, met de binnenwanden daaronder. Een keus die hem overigens ook kostenvoordeel opleverde. Maar daaruit vloeit niet de noodzaak om het plafond te verlagen, aldus de opmerkzame arbiter. Bovendien doet de verlaging afbreuk aan de waarde en bruikbaarheid. Het ontwerp van de entresol in het appartement was wat de hoogte betreft weliswaar kritisch, maar de opdrachtgever heeft overtuigend aangetoond dat zijn plan uitvoerbaar was. Het zou tot een groter benutbaar oppervlak in de woning leiden, zij het met beperkte gebruiksmogelijkheden.

Aannemer aansprakelijk
De opdrachtgever is met het wegvallen van die mogelijkheid daadwerkelijk tekort gekomen. Helemaal omdat hij zijn oog juist vanwege de grote hoogte en de mogelijkheid om een entresol aan te leggen op dit specifieke appartement had laten vallen.
De conclusie mag duidelijk zijn: de aannemer is aansprakelijk voor het feit dat de plafondhoogte 18cm lager is uitgevallen dan overeengekomen. Dus heeft de opdrachtgever recht op schadevergoeding wegens waardevermindering. De arbiter stelt het bedrag daarvan vast op 6.500 euro. De arbitragekosten à 2.500 euro en de 1.600 euro rechtsbijstandkosten komen ook voor rekening van de bouwer.

Geschilnummer 28.861

Tekst: Viola Huurnink

Tekening: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.