Ga naar hoofdinhoud

Geen gebreken bij schuifpuien autoshowroom

Voor de bouw van een autoshowroom laat een opdrachtgever een bestek met tekeningen vervaardigen. De doorgangen van de twee driedelige schuifpuien meten in geopende toestand circa 350 centimeter. De rekening die de aannemer een maand na de ingebruikname van de autoshowroom stuurt, betaalt de opdrachtgever echter maar voor een deel. Die van het eindtermijn laat hij onbetaald.

De aannemer is in zijn optiek tekortgeschoten in zijn verplichtingen. De doorgangen van de puien zijn ongeschikt voor hun functie. Hij wil dat de aannemer ze vervangt en hem de buitengerechtelijke kosten vergoedt. Maar de aannemer betwist die aantijgingen. Zowel de schuifpuien als de breedte van de doorgangen zijn conform de overeenkomst. De vordering wijst hij af.

Facturen

De opdrachtgever bestrijdt de op een van de facturen opgenomen meerwerkpost. Voorts erkent hij dat hij de twee (deels) onbetaald gelaten facturen nog moet betalen. Door de problemen rond de schuifpuien en de breedte van de doorgangen, vindt hij dat hij recht heeft op opschorting van de betaling. Dat het kitwerk meerwerk betreft, daarmee kan hij zich niet verenigen. Dit hoort tot het aangenomen werk. Omdat het betreffende kitwerk niet expliciet in de opdrachtbevestiging is benoemd, is de aannemer een andere mening toegedaan.

Ter plekke ziet de arbiter dat het gaat om kitwerk bij de aansluiting van de door de aannemer aangebrachte tegels op de goten en op de puien. Met de opdrachtgever is de arbiter van oordeel dat het netjes afwerken van de betreffende details tot het aangenomen werk behoort. Het kitwerk is ten onrechte als meerwerk door de aannemer in rekening gebracht.

Schuifpuien

Op de bestektekening zijn twee driedelige schuifpuien opgenomen met bijbehorende doorgangen van circa 350 centimeter. Zowel in de offerte als in de opdrachtbevestiging wordt hiernaar verwezen. Volgens de aannemer kwamen de schuifpuien al in een eerste gesprek aan de orde. De opdrachtgever wilde toen twee vierdelige schuifpuien. De aannemer werkte dit uit en mailde de tekeningen vervolgens naar de opdrachtgever. Het detail besprak hij vervolgens met zijn opdrachtgever, waarna hij de tekeningen aanpaste en deze nogmaals naar zijn opdrachtgever mailde. Ook in de vervolgens aan de opdrachtgever verzonden opdrachtbevestiging zijn de twee vierdelige schuifpuien opgenomen. De aannemer geeft aan dat hij de opdrachtgever voortdurend op de hoogte hield van de wijze waarop hij de twee vierdelige schuifpuien en de bijbehorende doorgangen zou realiseren. Het was dan ook aan hem om kenbaar te maken dat deze uitvoering niet conform de afspraak was. De opdrachtgever ontkent echter dat hij een gewijzigde uitvoering van de schuifpuien heeft laten uitvoeren. Ook bestrijdt hij het door de aannemer geschetste feitenverloop.

Geen tekortkomingen

De arbiter komt tot de slotsom dat de aannemer en zijn opdrachtgever lijnrecht tegenover elkaar staan. Maar de stukken en hetgeen besproken is, overtuigen hem ervan dat de schuifpuien onderwerp van gesprek zijn geweest. Ook is hem gebleken dat de aannemer nadere opdrachten en wijzigingen schriftelijk vastlegde en de bevestiging vervolgens aan de opdrachtgever zond. Over de uiteindelijke uitvoering van de schuifpuien, inclusief de breedte van de doorgangen, is de opdrachtgever vooraf voldoende geïnformeerd. Op de toegestuurde tekeningen zijn, in tegenstelling tot hetgeen de opdrachtgever beweert, ook de maten opgenomen. Daarbij heeft de opdrachtgever erkend dat hij drie weken voor de plaatsing van de puien, op het aangeleverde glas kon zien dat het om vierdelige schuifpuien ging. Op dat moment heeft hij geen actie ondernomen. De bestektekeningen zijn dus door nadere afspraken achterhaald. Voor zover de opdrachtgever beweert dat de schuifpuien niet voldoen aan de bestektekening gaat het dan ook niet om een tekortkoming.

Ten slotte geeft de opdrachtgever aan dat de doorgangen ongeschikt zijn voor hun doel. Volgens de aannemer zijn de doorgangen echter breed genoeg. De arbiter wijst erop dat de aannemer een relevante vergelijking maakt met de normen voor garagedeuren. Die dienen minimaal 200 tot 225 centimeter te zijn. De betreffende doorgangen zijn aanzienlijk breder. Bovendien heeft de arbiter gezien dat het uit de showroom rijden van een Opel Astra geen probleem vormt. De doorgangen zijn dus geschikt voor hun doel. Er is geen sprake van een tekortkoming. De opdrachtgever schort zijn betaling dan ook onterecht op.

Kosten

De vordering wijst de arbiter af. De opdrachtgever moet de nog uitstaande facturen betalen. Ook de proceskosten komen voor zijn rekening.

Geschilnummer: 32.288

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.