fbpx Ga naar hoofdinhoud

Gekibbel om onvoltooide luifelconstructie

De verbouw en uitbreiding van zijn woonhuis is niet uitgepakt zoals de opdrachtgever had gehoopt. Zowel bij de staalconstructie als bij de luifelconstructie is afgeweken van de tekening. Het geschil loopt zo hoog op dat de aannemer het werk in onvoltooide staat beëindigd. Waarop de opdrachtgever geld wil zien.

Allereerst buigt de arbiter zich over de vraag of de aannemer het onvoltooide werk terecht heeft beëindigd. De vakman moest voortbouwen op het werk van een vorige bouwer en heeft zeer gedetailleerde werktekeningen gemaakt. Vaststaat dat het werk enig moment stil is komen te liggen. Aan wie dat ligt, kan hier in het midden blijven. De aannemer heeft toen in elk geval laten weten de bouw af te willen maken en een reactie af te wachten.

Na een bespreking tussen beide partijen is een plan van aanpak echter uitgebleven. De aannemer heeft niets meer van de opdrachtgever vernomen: geen schriftelijke vastlegging, initiatief of aanmaning. Niets. In die omstandigheden – waarbij het werk al een jaar stil lag – was het volgens de arbiter geheel te rechtvaardigen dat de aannemer uiteindelijk besloot het werk te beëindigen.

Geen constructieve risico’s

Nu dat duidelijk is, richt de arbiter zich op de eindafrekening. Kort gezegd, verrekening van de aanneemsom plus eventuele extra kosten, minus de bespaarde kosten en hetgeen al is betaald. Hij bekijkt onder meer de voetplaat kolommen, oplegging (koudebrug), isolatie spouwmuur, oplegging uitkraging, kozijn op buitenspouwblad, luifel, verbindingen, bouten in plaats van lassen, latei boven doorgang (hoeklijn en foamglass) en omvang poeren. De hele staalconstructie lijkt behoorlijk overgedimensioneerd en de aannemer heeft verantwoorde keuzes gemaakt. De arbiter constateert dan ook dat er geen constructieve risico’s aanwezig zijn en ingrijpend herstelwerk absoluut niet nodig is. De staalconstructie moet alleen op kleinere onderdelen – zoals het momentvast lassen van verbindingen – worden bijgewerkt. De kosten: twee mandagen ofwel 800 euro.

Verder komt de opdrachtgever nog een bijdrage toe in de constructeurskosten. Niet 3.777,06 euro zoals hij stelt, maar 1.500 euro. De arbiter begroot de bespaarde kosten (metselwerk, dakoverstek, rabatdelen etc.) op 26.520,94 euro. Omdat 65 procent van de aanneemsom al is betaald, blijft uiteindelijk een bedrag van 6.916,19 euro over dat aan de opdrachtgever moet worden uitgekeerd. Van de door de klant beoogde 80.935,14 euro schadevergoeding blijft dus weinig over. Helemaal omdat hij ook voor de arbitragekosten à 13.624,52 euro moet opdraaien.

Geschilnummer 31.792

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.