Ga naar hoofdinhoud

Gevelbekleding wordt steeds doffer


Vier jaar nadat nieuwe gevelbekleding aan een woning is aangebracht, zijn de groeven van het houtmotief verkleurd en wordt de bekleding steeds doffer. De opdrachtgever stelt de aannemer aansprakelijk en eist een schadevergoeding van 6.161,48 euro. De aannemer weigert te betalen of het gebrek zelfs maar te herstellen.

Het aannemingsbedrijf heeft in 2003 de houten gevelbekleding van de woning van de opdrachtgever vervangen door donkerbruine gevelbekleding. Bestaande uit een kern van onder druk samengeperste houtvezels en hars, een laag vinyl met daarop het donkerbruine houtmotief en een toplaag van transparante hars. Medio 2007 werden er in de groeven van het houtmotief verkleuringen zichtbaar en werd deze over het gehele oppervlak doffer en grijzer. De woning is gelegen achter de dijk aan de zee zodat deze onderhevig is aan wind en (zout) water.

De verkleuringen van de gevelbekleding vormen volgens de opdrachtgever een verborgen gebrek. De enige reden waarom hij het hout aan zijn gevel wilde vervangen, was om niet meer om de drie jaar schilderwerk te hoeven verrichten. . Op de website van het bedrijf staat dat de gevelbekleding onderhoudsvrij is. Dit was dan ook de verwachting van de opdrachtgever. Nu dit niet zo is, stelt hij de aannemer aansprakelijk. De opdrachtgever eist een schadevergoeding van 6.161,48 euro.

Volgens de aannemer is geen onderhoudsvrij materiaal overeengekomen maar onderhoudsarm materiaal. Hij stelt dat de gevelbekleding niet volgens de voorschriften van de fabrikant zijn aangebracht maar stelt dat hij heeft geleverd wat de opdrachtgever mocht verwachten en verwijt de opdrachtgever het gebrek aan onderhoud. Dit zou blijken uit plaatselijke vervuiling van de gevelbekleding door algen. De aannemer stelt niet aansprakelijk te zijn voor de schade aan de gevelbekleding.

De arbiter constateert dat de gevelbekleding aanzienlijk verkleurd en dof is geworden en dit niet alleen waar de zon op schijnt maar ook op andere delen van de gevel. In de groeven van het houtmotief is de toplaag deels geel geworden. De arbiter vermoedt dat de verkleuring veroorzaakt wordt door aantasting van de toplaag van hars op het vinyl en niet van het vinyl zelf, zoals de expert van de opdrachtgever stelt. Gezien de mate van verkleuring is er sprake van een gebrek.

Een gebrek aan onderhoud kan daar niet de oorzaak van zijn geweest, aldus de arbiter. Tijdens de bezichtiging is de gevelbekleding namelijk plaatselijk met een vochtige doek afgenomen en ingesmeerd met een door de leverancier aanbevolen polish. Hoewel de polish de kleur voor een groot deel zou moeten herstellen, verdwijnen de gele verkleuringen in de groeven niet.
De arbiter is van oordeel dat vervanging van de gevelbekleding de enige hersteloptie is. De aannemer heeft dit echter geweigerd. Ten onrechte, zodat de vervangende schadevergoeding a 6.161,48 euro op z’n plaats is. De aannemer moet de tegemoetkoming in de kosten van de rechtsbijstand van de opdrachtgever betalen, een bedrag van 1.600 euro. Plus 2.279,75 euro arbitragekosten komen de totale kosten voor de aannemer uit op 3.879,75 euro.

Geschilnummer 30.376

Illustratie: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.