Ga naar hoofdinhoud

Opdrachtgevers klagen over gevelbekleding


Samen met een aantal andere kopers klagen twee opdrachtgevers tijdens de bouw van hun nieuwe woning over de kleur, kwaliteit en bevestiging van de gevelbekleding. In het proces-verbaal van oplevering staat hun klacht als volgt genoteerd: ‘Koper accepteert gevel niet qua kleur, gebruikt materiaal en ophanging’.

Een deskundige van een bouwcentrum adviseert hun de gebrekkige pannen te vervangen en tekortkomingen in de montage te verhelpen. Voor de herstelkosten raamt hij een fors bedrag.

Een paar jaar later buigt een deskundige zich opnieuw over de gevels. ‘Alhoewel de kleur grijs niet expliciet wordt omschreven, zijn wij van mening dat hier duidelijk sprake is van een andere kleurstelling’, concludeert deze deskundige. De gevelpannen zijn volgens hem slordig aangebracht en diverse aansluitingen zijn niet conform de voorschriften/adviezen van de fabrikant.

De deskundige geeft aan dat tenminste 45 procent van de oppervlakte is beschadigd of vol krassen, strepen en afgebroken randen zit. Een derde aannemer offreert de kosten voor het opnieuw aanbrengen van het materiaal. Weer later beoordeelt dezelfde persoon, maar nu in opdracht van de aannemer, nogmaals de gevelbekleding. Hij geeft aan dat het uiterlijk van de wand de afgelopen 4,5 jaar niet is veranderd. Wel zijn de gevelpannen door vooral algen vervuild, is van een pan een driehoekige scherf en van een andere de verflaag inclusief een laagje keramiek losgeraakt.

De laatste 2 gevelpannen ziet de expert als een bewijs van de toegenomen schade. Wel vindt hij dat de kwaliteit niet achteruit is gegaan. Voor de opdrachtgevers is dit alles aanleiding vervanging te vorderen van de in hun optiek ondeugdelijk uitgevoerde gevelbekleding. Maar de aannemer betwist de door de opdrachtgevers aangegeven gebreken. Hij vindt dat de kleur voldoet aan hetgeen tussen hem en zijn opdrachtgevers is overeengekomen.

Disproportioneel
De arbiters zijn met de aannemer van oordeel dat de vordering van de opdrachtgevers disproportioneel is. Ze willen dat de aannemer de gevelbekleding in z’n geheel door een ‘gedekte’ pan vervangt. Op een aantal plaatsen na is de gevelbekleding genuanceerd lichtgrijs van kleur. Die kleur is de aannemer met zijn opdrachtgevers overeengekomen.

Enige nuancering vinden de arbiters mede gezien de soort gevelpan acceptabel. Dit hoort immers bij het gekozen product. Niet acceptabel is, zoals de opdrachtgevers aangeven, dat een aantal gevelpannen geen spoor grijs vertoont, maar zalmroze is. De kwaliteit is evenmin aanleiding om alle gevelpannen te vervangen.

Uit twee deskundigenrapporten blijkt, en de arbiters hebben dit ter plekke ook waargenomen, dat een aantal pannen is beschadigd. Die moet de aannemer vervangen. Het merendeel van die beschadigingen dateert van voor de oplevering. De arbiters zijn van mening dat de aannemer de gevelbekleding op plaatsen waar die een andere dan de overeengekomen lichtgrijze kleur vertoont, moet vervangen.

Beschadigingen en kleurverschillen
Van de noordgevel moet de aannemer 15 vierkante meter vervangen vanwege beschadigingen en plaatselijk sterk afwijkende kleurverschillen. Bij de voorgevel gaat het om 2 vierkante meter. Een gevelpan aan de onderzijde van het kozijn is hier flink beschadigd.

Van de zuidgevel moet de aannemer 3 vierkante meter vervangen om een fraai beeld te krijgen. Ook hier is een gevelpan fors beschadigd. Wat de achtergevel betreft, is het de arbiters opgevallen dat het materiaal plaatselijk niet strokend is gezaagd. Ook is hier kleurverschil te zien. Het gaat om in het totaal 5 vierkante meter.

Tijdens een zitting klagen de opdrachtgevers eveneens over het klepperen van de gevelbekleding bij harde wind. Door het rustige weer op het moment dat de arbiters ter plekke zijn, kunnen ze dit niet bevestigen. Mits de opdrachtgevers binnen de door de arbiters vastgestelde vierkante meters blijven, mogen ze zelf aangeven welke gevelpannen de aannemer moet vervangen.

Kosten
De arbiters vinden de door de opdrachtgevers gevorderde hersteltermijn van 4 weken te kort. Het materiaal wordt in Frankrijk vervaardigd. Ze stellen een termijn voor herstel vast van 90 werkbare werkdagen. Mocht de aannemer in gebreke blijven dan wacht hem voor iedere kalenderdag een dwangsom van 500 euro. Een vordering vanwege waardevermindering wijzen de arbiters af.

Omdat de arbiters de aannemer en zijn opdrachtgevers deels in het gelijk en deels in het ongelijk stellen, betalen de opdrachtgevers drievierde deel van de proceskosten en betaalt de aannemer het andere deel. Vanwege die verdeling draaien de opdrachtgevers op voor een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand van de aannemer.

Geschilnummer: 28.295

Tekst: Paulien Ruitenbeek
Illustratie: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.