Ga naar hoofdinhoud

Scheurvorming oplossen met voorzetwanden


Bij een kantoor- en toiletruimte in een bedrijfshal zijn twee jaar na de oplevering door verzakking de stenen wanden ingescheurd en staan de buitenkozijnen scheef. De aannemer erkent het probleem en biedt aan een houten frame met voorzetwanden tegen de wanden te plaatsen. De opdrachtgever ziet niets in deze oplossing.

De aannemer heeft voor de opdrachtgever een deel van de bedrijfshal gebouwd. Hij bracht een onderheide ringbalkfundering aan, een borstwering in schoonmetselwerk en een met staalvezels gewapende betonvloer. Op de betonvloer in een hoek van de hal is de kantoor- en toiletruimte gebouwd, uit stenen wanden met deurkozijnen. Het ontwerp van de hal is afkomstig van een staalbouwer, die ook de staalconstructie, de gevel- en de dakbeplating heeft uitgevoerd.

Scheurvorming
Twee jaar na oplevering stelde de opdrachtgever vast dat de wanden van de kantoor- en toiletruimte scheurvorming vertoonden. De aannemer concludeert dat de niet onderheide betonvloer van de bedrijfshal is gaan zakken. Volgens hem is de scheurvorming ontstaan doordat de ringbalkfundering wél is onderheid. De vakman erkent het probleem en biedt aan de wanden ter hoogte van de fundering los te maken en vervolgens een houten frame met voorzetwanden tegen de wanden aan te brengen.

De opdrachtgever vindt dit een ondeugdelijke oplossing. Met het plaatsen van voorzetwanden is het probleem verstopt, maar nog niet verholpen. Hij wil dat de wanden en het plafond worden verwijderd en vervangen door een lichter raamwerk met isolatie en gipsplaten aan beide zijden. Op het moment dat de aannemer garantie op het aangeboden herstelwerk aanbiedt, wijzigt de opdrachtgever zijn eis: het kantoor en de toiletruimte moeten worden gesloopt en opnieuw worden opgetrokken. Zo niet, dan ontbindt hij de overeenkomst en eist een schadevergoeding van 13.761,58 euro.

De aannemer erkent een fout te hebben gemaakt bij de bouw van de ruimte. Hij stelt dat het door hem aangeboden herstel wel deugdelijk was. De schade zou bovendien veel minder zijn geweest als de opdrachtgever het herstel meteen had laten uitvoeren toen het werd aangeboden.

Natuurlijke voeg vangt zetting op
De arbiter stelt dat beide partijen het er over eens zijn dat de gestelde gebreken zich voordoen. Zij verschillen alleen van mening over de deugdelijkheid van de aangeboden oplossing.
Volgens de arbiter is sloop van de bestaande wanden en het plafond niet noodzakelijk. De aangeboden vorm van herstel is goed genoeg. Deze manier van herstellen zou ook toekomstige scheurvorming tegengaan. Door het los snijden van de wanden ontstaat een natuurlijke voeg die zetting kan opvangen. Bovendien heeft de aannemer op dit herstel volledig garantie aangeboden.

De vordering van de opdrachtgever tot ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding wijst de arbiter dan ook af. De aannemer zal de bespaarde kosten van het herstel van de muren van de ruimte in de bedrijfshal en de buitenkozijnen – 2.500 euro – vergoeden, zoals hij al eerder voorstelde. De opdrachtgever betaalt de arbitragekosten van 3.811,80 euro. Ook moet hij bijdragen in de kosten van rechtsbijstand van de aannemer, een bedrag van 2.320 euro.

Geschilnummer 29.351

Illustratie: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.