Ga naar hoofdinhoud

Uitvoering dakbedekking niet conform bestek


Een opdrachtgever wil dat zijn aannemer maatregelen treft, nadat problemen zijn ontstaan met de dakbedekking van een nieuw bedrijfspand. Enkele jaren na de oplevering is een deel van het dak ingestort. De schade heeft de aannemer toen voor zijn rekening hersteld. Maar uit een deskundigenrapport dat de opdrachtgever laat opstellen, blijkt dat de dakbedekking niet conform het bestek is aangebracht. Ook het isolatiemateriaal voldoet niet aan de verwachtingen.

De opdrachtgever stelt de aannemer om die reden voor alle schade en eventuele vervolgschade die door klachten ontstaan, aansprakelijk. Ook de aannemer schakelt vervolgens een deskundige in. Die geeft aan dat aan alle relevante eisen van het Bouwbesluit is voldaan. Wel merkt hij op dat door een afwijkend bevestigingspatroon van de isolatie niet helemaal rekentechnisch valt aan te tonen of de constructie voldoende bestand is tegen wind. Krap een jaar later sluiten de opdrachtgever en zijn aannemer een overeenkomst voor de uitbreiding van een ander project. De aannemer heeft na een gesprek met de opdrachtgever over de gebreken aan de dakbedekking, ondanks toezeggingen van zijn kant niets van zich laat horen. Daarop schort de opdrachtgever de betaling van een factuur voor het uitbreidingsproject op. De aannemer maakt de kwestie dan aanhangig bij de Raad van Arbitrage en vordert betaling van de nog openstaande factuur.

Parkers
De voornaamste klacht van de opdrachtgever luidt dat de aannemer de dakisolatie niet met een kleeflaag van bitumen op de betonnen dakelementen heeft bevestigd maar met zogenoemde parkers. Die dreigen door de dakisolatie c.q. dakbedekking heen te prikken. Daarnaast voldoet het dakisolatiemateriaal niet aan de verwachtingen. Als je eroverheen loopt, voelt het volgens de opdrachtgever zacht aan. Bij de behandeling van de kwestie blijkt dat de aannemer na overleg met de opdrachtgever is afgeweken van hetgeen in het bestek staat beschreven. In plaats van het plakken van de dakisolatie, is er geschroefd. Tijdens de oplevering is hier niets over gezegd. De arbiters concluderen om die reden dat de opdrachtgever die wijziging kennelijk heeft geaccepteerd.
Of de aannemer inderdaad de overeengekomen zogenaamde harde persingsplaat heeft verwerkt, daarover heeft de opdrachtgever z`n twijfels. Tijdens de behandeling van het conflict blijkt echter dat deze plaat indertijd in de categorie harde persingsplaten viel. Op dit punt heeft de aannemer dus aan zijn verplichtingen voldaan.

Meer verend
Behalve het instorten van een deel van het dak hebben zich geen lekkages dan wel stormschade voorgedaan. Ter plekke valt het de arbiters op dat de dakbedekking plaatselijk meer verend is. Er is sprake van deels zachte, deels harde isolatielagen. En bij de zachte delen dreigen de parkers door de dakbedekking heen te ponsen. Die situatie heeft tot nu toe nauwelijks tot schade geleid. Echter indien maatregelen uitblijven, kan dit in de toekomst wel het geval zijn. De aannemer legt hier de schuld bij de opdrachtgever die het dak heeft belopen. Op die manier wordt de isolatielaag snel kapot gelopen. De arbiters zijn met de opdrachtgever van oordeel dat de aannemer niet kan aantonen dat er verband bestaat tussen de zachte isolatie en het belopen van het betreffende dakdeel. Dat blijkt ook uit het rapport van de door de aannemer ingeschakelde deskundige. Die zegt onder meer dat een duidelijke oorzaak in dit stadium niet is aan te geven omdat duidelijke loopsporen ontbreken. Nu de problemen zich voordoen in een door de aannemer uitgevoerd werk is hij daarvoor aansprakelijk, concluderen de arbiters. De opdrachtgever heeft dan ook terecht gebruik gemaakt van het recht tot opschorten, echter niet van de gehele nog openstaande factuur. Een beperkt deel vinden de arbiters voldoende. Het andere deel moet de opdrachtgever betalen. Het resterende deel mag de opdrachtgever voldoen op het moment dat de aannemer goed en deugdelijk herstel heeft gepleegd.

Vervanging daken
De opdrachtgever vordert op zijn beurt vervanging van het dak van het bedrijfspand. De arbiters zijn van oordeel dat dit niet in verhouding staat tot de gebreken die ze constateren. Om dit te ondervangen zou het aanbrengen van looppaden of enige vorm van markering volstaan. De aannemer moet de herstelwerkzaamheden binnen 20 werkbare werkdagen voltooien. De door de opdrachtgever gevorderde buitengerechtelijke kosten wijzen de arbiters af. Wel moet de opdrachtgever de aannemer expertisekosten betalen. Daarnaast is hij drievierde deel van de proceskosten verschuldigd, plus een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand van de aannemer. De aannemer betaalt het andere deel van de proceskosten.

Geschilnummer: 29.020

Tekst: Paulien Ruitenbeek

Illustratie: Pennestreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.