Ga naar hoofdinhoud

Bedrijventerrein daalt snel in waarde

De overheid verwacht te veel van zichzelf en te weinig van de ondernemer bij het verbeteren van bedrijventerreinen, stelt Herman Timmermans van DHV advies- en ingenieursbureau. Hij doet dat in reactie op het rapport van de commissie-Noordanus over het opknappen van deze vaak verwaarloosde gebieden.

Bedrijventerreinen worden als rommelig ervaren, moeten dus worden opgeknapt en zijn daarom hoger op de politieke agenda gekomen. Er is veel achterstallig onderhoud. Hoe kunnen de terreinen worden verbeterd? Om die vraag te beantwoorden hebben de ministers van VROM en Economische Zaken de commissie-Noordanus ingesteld. Die commissie heeft prima werk verricht. Maar zij had iets meer tijd moeten krijgen om het werk te kunnen afmaken.

In het rapport-Noordanus is uitvoerig beschreven dat de te snelle veroudering van bedrijventerreinen de kern van het probleem is. De waarde van het terrein neemt snel af. Dat komt doordat er erg veel nieuwe terreinen zijn aangelegd en er te weinig aandacht is voor het goed onderhouden van de bestaande terreinen. Onderhoud van het terrein en beheer van de gebouwen, gericht op waardebehoud van het vastgoed, was niet of nauwelijks aan de orde. We hadden achteraf bezien bedrijventerreinen meer moeten ontwerpen en behandelen als woonwijken: die worden beter onderhouden en daarvan neemt gemiddeld genomen de waarde langzaam toe.

Grote aantallen
Het gaat bij bedrijventerreinen om grote aantallen en bedragen. Ongeveer 16.000 hectare moet worden aangepakt en dat kost naar schatting 6 miljard euro. Alleen al om het openbare gedeelte van de terreinen te verbeteren. En dan hebben we het nog niet over het opknappen van het private eigendom, het grootste deel van de opgave.

Er worden door wetenschappers vragen gesteld bij al die cijfers: klopt het aantal hectares wel, zijn de gemiddelde kosten goed ingeschat? Zoiets is in ons polderland een favoriete bezigheid.

Het is echter niet zinvol om met de verbetering van terreinen te wachten en eerst nog eens, voor de zoveelste keer, uitvoerig te discussiëren over wat eigenlijk de kwaliteit op een bedrijventerrein zou moeten zijn. Dan zijn we vervolgens weer jaren verder. Daarom beveelt de commissie-Noordanus aan om snel verder te gaan. Met de inspanning van rijksoverheid van vooral het ministerie van VROM, in samenwerking met EZ.

Dat VROM in dit dossier een belangrijke rol vervult, staat buiten kijf.

Maar we moeten oppassen dat het geen discussie blijft over wie de regie heeft of moet hebben: het rijk, provincies, regio’s of gemeenten. En laten we ook oppassen dat het vooral de overheid is die de regie zou moeten hebben. Alsof de overheid geen deel heeft gehad in het laten verloederen van terreinen.

Veel overheid
En daar zit mijn zorg bij de aanbevelingen van de commissie-Noordanus. De commissie beveelt aan dat de aanpak moet komen van door de overheid gecontroleerde ‘Regionale Ontwikkelings Bedrijven’, met door de overheid besloten extra verhogingen van de grondprijs en een door de overheid geregelde verrekening in kosten en opbrengsten vanuit nieuwe en te herstructureren terreinen. De provincies krijgen een zwaardere rol.

Mijn bezwaar is dat er te weinig gesproken wordt over de eigenaren van het bedrijventerrein, de bedrijven die gevestigd zijn op de terreinen en over de ontwikkelaars en beleggers die geacht worden te gaan investeren. De uitwerking van de zeer belangrijke rol van de private sector – voor zeventig procent eigenaar van de terreinen – ontbreekt. Het is een grotendeels publiek, overheidsgericht verhaal. En daaraan wordt terecht aandacht besteed, maar daarmee is het rapport nog niet af.

Meer privaat
Met een paar maanden extra had de commissie-Noordanus een meer evenwichtig, publiek-privaat advies kunnen geven. Want daar is de heer Noordanus ondernemer genoeg voor.

Toegevoegd aan het rapport van de commissie zou in die paar maanden vastgesteld kunnen worden dat herstructurering vooral een bedrijfsmatige aanpak vraagt, met duidelijke plannen van aanpak per terrein, opgepakt door marktpartijen die er voor de langere termijn brood in zien, met dwingende afspraken dat een gemeente niet over enige tijd zelf ineens een nieuw terrein gaat aanleggen en over het budget (fonds) voor langere termijn. Een markt die investeert, dat mis ik nu.

Inmiddels is de commissie-Jorritsma benoemd. Deze nieuwe commissie zou dit punt kunnen oppakken. Dat zou kunnen, maar zeker is het niet. Wellicht dat de spits van die commissie ligt op het verdelen van de door de rijksoverheid toegezegde 400 miljoen euro tussen de verschillende overheden. En dat zou jammer zijn. Want de herstructurering zal toch voor een groot gedeelte vanuit de markt opgepakt gaan worden

Een bedrijventerrein is een privaat-publiek product dat concurrerend moet blijven. Dat vraagt continue publieke en private investeringen in onderhoud en verbetering. Dat zijn kosten, die terugverdiend moeten worden. Door waardebehoud van het terrein op langere termijn. Anders is deze aanpak van de herstructurering alleen maar de voorbode van de volgende herstructureringsopgave.

Bron: Nederlands Dagblad.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.