Dakopbouw ontwricht oorspronkelijke achtergevel woning

bouwpathologie, bouwschade, detail, dakaansluiting, spatten

Na het plaatsen van een dakopbouw worden de bovenste lagen metselwerk van de achtergevel naar buiten gedrukt. Door het niet plaatsen van een wand/spantconstructie en een onderbroken muurplaat is de dakvoet gaan bewegen en heeft deze het metselwerk meegenomen.

De eigenaren van een tussenwoning besluiten hun woning te vergroten door een zogenoemde dakverhoging door te voeren. Hiermee wordt de vliering een bruikbare ruimte. Op het platte dak aan de achterzijde van het huis wordt hiertoe een schuine kap geplaatst, die doorloopt in het reeds aanwezige dak aan de voorzijde van het huis. Daarbij wordt de nok een stuk omhoog gebracht.

Gevel geknikt

Enkele jaren na plaatsing van de nokverhoging valt de aanwezige zonwering steeds vaker in storing en is ze niet te openen. Bij onderzoek ontdekt men dat het bovenste deel van de gevel is geknikt en tegen de zonwering aan drukt. De bovenste strook metselwerk is in twee richtingen vervormd en gescheurd. Aan de bovenzijde helt het metselwerk naar buiten en in het midden van de breedte van de woning knikt het metselwerk.

De aannemer die de dakverhoging heeft vervaardigd wordt benaderd om de problemen te onderzoeken. Hij kan geen oorzaak duiden. De tekeningen van de woning en de details van de verbouwing maken de zaak ook niet duidelijker. Er wordt besloten de problematiek door een onafhankelijke te laten onderzoeken. Bureau voor Bouwpathologie BB voert dit onderzoek uit.

Foto's worden geladen
Bezig met laden…

De bovenste strook metselwerk is in twee richtingen vervormd en gescheurd. Aan de bovenzijde helt het metselwerk naar buiten en in het midden van de breedte van de woning knikt het metselwerk.
Foto's

Onderzoek bouwschade

De bouwpatholoog gaat allereerst uitgebreid in op de problematiek door middel van een gesprek met de eigenaren. Daarbij worden alle beschikbare tekeningen en berekeningen van de verbouwing bestudeerd. De aannemer op zijn beurt geeft aan dat de werkzaamheden op het oog in overeenstemming met de tekeningen zijn uitgevoerd. Behalve dat er geen wand is geplaatst, want de eigenaren wensten een grote open ruimte. Naar de mening van de aannemer kan hier niet de oorzaak liggen.

Bij het onderzoek worden zowel vanaf de binnen- als vanaf de buitenzijde de betreffende bouwdelen onderzocht. De bouwpatholoog zaagt aan de binnenzijde een opening in het aanwezige knieschot om een beter beeld te krijgen van de wijze waarop het schuine dak op het oorspronkelijke platte dak is aangesloten.

Vervorming achterzijde gevel

De gevel aan de achterzijde van de woning vertoont voor wat het bovenste deel betreft een duidelijke vervorming. Daar wordt deze – ter hoogte van de dakvoet – naar buiten gedrukt. Aan de binnenzijde is op de eerste verdieping (onder de dakvoet) geen enkele vervorming waarneembaar. Zowel het plafond als de wand staan nog volledig waterpas.

Op de zolder (de nokverhoging) is zichtbaar dat het knieschot enigszins is verschoven en niet meer te lood staat. Ook blijkt de kapconstructie niet (meer) in één lijn te lopen. Ongeveer ter hoogte van de vervorming van de gevel is een uitbuiking van de kap van circa 3 centimeter gemeten. Via de opening in het knieschot is waarneembaar dat de ‘muurplaat’ op de nog aanwezige mastiekrand van het voormalige platte dak is geplaatst. Er is geen deugdelijke koppeling gemaakt met de rest van de woningconstructie.

Analyse

De vervorming – het naar buiten gedrukt zijn van het bovenste deel van de gevel – is het gevolg van een foutieve bevestiging van de dakvoet van de nokverhoging aan het platte dak van de woning. Op het platte dak is de schuine kap van de nokverhoging geplaatst. De dakvoet van deze nokverhoging is daarbij geplaatst op de dakrand van het platte dak. Bij de bevestiging van de kapconstructie van de nokverhoging is een soort van muurplaat toegepast. Deze is echter op de oude dakopstand en derhalve direct aan het gemetselde buitenspouwblad bevestigd, in plaats van aan het constructieve binnenspouwblad dan wel de vloerconstructie. De oude mastiek- en dakrandafwerking zijn nog aanwezig. De ‘muurplaat’ is direct op het randhout boven op de buitenmuur geplaatst. Op de ‘muurplaat’ zijn de sporen aangebracht. Er is verder nergens sprake van een constructieve koppeling van de muurplaat aan de woningconstructie.

Spatkracht drukt gevel naar buiten

Het buitenspouwblad mag niet worden gezien als een constructieonderdeel. Door de zogeheten spatkrachten vanuit de kap wordt de muurplaat naar buiten gedrukt. Omdat deze indirect vastzit aan de gevel en niet aan de constructie van de dakopbouw/woning wordt het bovenste deel van de gevel naar buiten gedrukt.

Naast een foutieve koppeling van de dakvoet van de nokverhoging aan de bestaande constructie, ontbreekt er op de zolder een wand. Deze wand had de krachten uit de kap kunnen verdelen en had tevens dienst kunnen doen als een soort trekstang om de muurplaat op zijn plaats te houden. Ook had hiermee een betere koppeling tussen muurplaat en vloer(balklaag) gerealiseerd kunnen worden.

Herstel schade

Herstel moet bestaan uit het veranderen van de krachtenafdracht vanuit de muurplaat en het opvangen van de spatkrachten van de kap. Daartoe moet er een trekband/constructie komen tussen de dakvoet aan de achterzijde en de dakvoet aan de voorzijde van de woning. Dit kan door alsnog de geplande wand te plaatsen. Die vormt dan de koppeling tussen het schuine dak en de woningconstructie. Of door de oude mastiek (dakopstand) te verwijderen en op de sporen een metalen trekplaat met stang aan te brengen. Een wand is dan niet noodzakelijk.

Door middel van het onder spanning zetten is het mogelijk om de kap weer in zijn oorspronkelijke positie terug te plaatsen. Verder is het raadzaam om een dragend knieschot te plaatsen ter hoogte van de onderbreking in de sporen. Ook is het aan te bevelen om de koppeling van de sporen aan de muurplaat te verbeteren.

Het alsnog plaatsen van de wand heeft niet de voorkeur; het creëren van een trekconstructie over de vloer wel.

Meer informatie: bouwpathologie.nl

Tekst en beeld: ing. Peter Borgers, Bureau voor Bouwpathologie BB
Tekenwerk: Henk Heusinkveld

3 reacties

  1. Leon zegt:

    Het lijkt me sterk dat een dergelijke ingreep zonder constructieberekening wordt uitgevoerd. Maar dan nog, als die geen aandacht heeft gehad voor de spatkrachten dan had de aannemer dit wel moeten doen. Ik vermoed dat de hier genoemde wand in dat opzicht een grotere rol zounkunnen spelen dan dat in de tekst gesuggereerd wordt. Het ondersteunt de nok en/of vormt een stabiele schijf om de boel in het gareel te houden. Die lijkt dus iets te makkelijk geschrapt te zijn. Waarschijnlijk is de eventuele constructeur daar ook niet in gekend dan, anders was daar zeker een alarmbelletje gaan rinkelen. Erg amateuristisch dit. Zeg je sporenkap, dan zeg je spatkrachten. Basis bouwkunde toch?

  2. Dennis zegt:

    Of hier nou wel of niet een constructeur aan gerekend heeft wil niet zeggen dat de “aannemer” zijn gezond verstand uit kan zetten. Een dragend knieschot had hier ook weinig aan kunnen verhelpen. Hier had de bouwer gelijk een slof, kreupele stijl en schetsplaten moeten maken, gekoppeld naar de balklaag.
    Waar ik nou benieuwd naar ben of de bouwer zijn fout hier heeft toegegeven en de volledige herstelkosten op zich heeft genomen.

  3. Henk zegt:

    Heeft een constructeur hier aan gerekend? Of een dragend knieschot nodig is, zou bekend moeten zijn.

    Als er een wand gepland/gebouwd was, die als niet-dragend bedacht is, had die dit probleem flink ernstiger kunnen maken, als in de toekomst de wand verwijderd was (kijk naar Pearl Den Bosch).

    Verder een nuttig verhaal. Mooi aandachtspunt voor aannemers.

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer

Naar archief