Ga naar hoofdinhoud

De grootste uitdagingen in de bouw en hoe er écht iets aan gedaan kan worden

bouw

In een onderzoek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen onder zeventig respondenten zijn de grootste uitdagingen voor de bouwsector gedefinieerd. Mensen in de bouw maken zich vooral zorgen over de arbeidsmarkt, maar tegelijkertijd lijken we daar ook erg onhandig mee om te gaan. Daarbij lijkt er nog steeds sprake van achterstelling van bepaalde groepen. Hiermee doet de bouw zichzelf te kort. In het onderhavige, vooral opiniërende artikel worden een aantal mogelijke acties besproken.

De grootste uitdaging is: goede mensen werven

Als eerste is er de vraag wat nou eigenlijk ‘goede’ mensen zijn. Het grootste deel van de respondenten vindt dat het hbo op dit moment al prima afstudeerders aflevert. Ook blijkt dat de meeste respondenten vinden dat voor juniorfuncties en zeker voor seniorfuncties (meer dan 75%) sociale competenties belangrijker zijn dan technische competenties. Ook vindt meer dan de helft van de respondenten dat er ruimte moet zijn voor een niet-technische hoge bouwkundige opleiding. Hieruit zouden we dus kunnen concluderen dat de bouw klaar is om meer sociaalvaardige mensen te trekken. We zien natuurlijk ook dat de omgeving van de bouw steeds complexer wordt en om daarmee te kunnen dealen, zijn sociale competenties van toenemend belang. De geleidelijke verschuiving van techniek naar sociaal is dus een logische ontwikkeling. Tegelijkertijd zien we bij veel mensen een heftige weerstand tegen deze trend. Mogelijk is dit een heersend paradigma: mensen meten het onderwijs van nu af aan hun eigen onderwijservaring van veertig jaar eerder.

Uit de andere stellingen blijkt dat vooral vrouwen zich bezighouden met de ‘sociale’ onderdelen van de enquête.  Zij vinden het over het algemeen ook belangrijker dat bij de juniorfuncties minder focus ligt op de technische competenties. Verder hebben zij meer het gevoel dat goede mensen werven, instroom van jonge mensen in het bouwonderwijs, verduurzaming, discriminatie en machtsmisbruik, teamwerken, en verhogen kennisniveau eigen bedrijf belangrijke onderwerpen zijn.

bouw
Figuur 1. Percentages antwoorden “Vrouwen hebben dezelfde ontwikkelingsmogelijkheden als mannen in de bouwsector” per geslacht.

De bouw: alleen voor witte mannen?

Het tweede onderdeel van de uitdaging is om deze mensen te binden en te boeien. En daar lijkt het fout te gaan. Vrouwen geven aan dat zij minder ontwikkelingsmogelijkheden hebben in de bouwsector dan mannen. De helft van de mannen vindt dat vrouwen wel dezelfde ontwikkelingsmogelijkheden hebben, terwijl slechts een kwart van de vrouwen diezelfde mening heeft. Ook als er gekeken wordt naar functies, dan zitten de mannen veel vaker in hogere functies. Het is dus niet vreemd dat de bouwsector als niet zo aantrekkelijk wordt gezien door veel vrouwen en zij waarschijnlijk dus kiezen voor andere sectoren.

Het grootste deel van de respondenten geeft ook onomwonden aan dat er sprake is van etnische achterstelling in de bouw! De bouw heeft op het terrein van vrouwen en etniciteit echt nog een slag te maken. Wat je nog wel eens hoort is: “wij willen wel, maar deze groepen vinden de bouw gewoon niet interessant”. Dit is te makkelijk. De bouw doet zichzelf ook echt tekort door deze groepen onvoldoende te verwelkomen. We steken veel inspanning in zijinstroom, maar dit laaghangende fruit laten we ongemoeid. Dit lijkt te maken te hebben met iets als heersende cultuur en we weten dat cultuur maar langzaam verandert. Wellicht dat de tekorten op de huidige arbeidsmarkt hier een extra impuls kunnen zijn.

Circulariteit en verduurzaming

Circulariteit en verduurzaming worden vaak genoemd als grootste uitdaging. De vraag is dus hoe hieraan gewerkt kan worden. Uit ons onderzoek blijkt dat het belang door alle leeftijdscategorieën en zowel mannen als vrouwen onderschreven wordt. Overigens vindt het onderwijs het onderwerp belangrijker dan de bouwpraktijk. Op zich is dit niet verkeerd; het onderwijs mag best iets voorlopen op de praktijk.

Hoe verhogen we de instroom van jonge mensen?

Door veel mensen werd instroom van jonge mensen in het bouwonderwijs ook als belangrijke uitdaging gezien. Afgestudeerde havisten vinden de bouw op voorhand geen leuke sector. We hebben deze vraag voorgelegd aan jongere mensen (jonger dan 30 jaar). Om de instroom te verbeteren moeten we zowel het onderwijs zelf als de sector aantrekkelijker maken.

We noemen voor het onderwijs als voorbeeld de noodzakelijke competenties. Het inzetten op louter technische competenties (wiskunde, natuurkunde/mechanica) schrikt veel potentiële jonge studenten af en dit terwijl er ook veel behoefte is aan mensen die een project kunnen leiden of die met kopers kunnen omgaan. Bijna 50% van de jongeren vindt dat er ruimte moet zijn voor een niet-technische opleiding bouwkunde en hoewel dit al een hoog percentage is, ligt dit percentage nog hoger bij de oudere groepen.

De groep deelnemers onder de 30 jaar wil van alle leeftijdsgroepen het liefst minder dagen werken. Ook blijkt dat meer dan driekwart van de respondenten onder de 30 het eens is met de stelling dat jonge mensen meer energie steken in een leven buiten werk. De werk-privébalans blijkt dus erg belangrijk te zijn voor mensen onder de 30. Opvallend is dat ook deze groep het oneens is met de stelling dat het hbo prima afstudeerders aflevert.

Om jonge mensen te trekken is het dus ten eerste heel belangrijk dat werkgevers hun best doen jonge werknemers de kans te geven hun gewenste werk-privébalans te vinden. Ten slotte zouden werkgevers ook meer hun best kunnen doen om zich actief in te zetten voor de persoonlijke ontwikkeling van hun jonge werknemer. Het blijkt namelijk dat een aanzienlijk deel van de respondenten tot 30 jaar vindt dat hun werkgever hier zich niet genoeg voor inzet. Het belang van het verbeteren van de HRM-functie in de bouw wordt hiermede onderstreept.

bouw
Figuur 2. Verdeling Leeftijdscategorieën deelnemers. Totaal aantal deelnemers 70, van wie 14 onder 30 jaar, 21 tussen 30-45 en 32 ouder dan 46 jaar.

Conclusie: proactieve bouw is echt nodig!

Als de resultaten van ons onderzoek vergeleken worden met een soortgelijk onderzoek dat in 2009 uitgevoerd is door P.P. Everts en F. Pries, blijkt dat er veel overeenkomsten zijn. Er zijn nog steeds weinig vrouwen in de bouwsector en technische competenties lijken minder belangrijk te worden ten opzichte van sociale skills. Als we meer goede mensen in willen laten stromen in de bouwsector, is het van belang inclusiever te zijn en meer te bedenken wat de wensen zijn van potentiële instromers. Er kan gedacht worden aan een specifieke hogere opleiding bouwkunde tot bijvoorbeeld projectmanager, zodat ook de minder technisch onderlegde mensen kunnen instromen in de bouwsector. Om vrouwen te trekken zouden zij evenveel ontwikkelingsmogelijkheden moeten hebben als mannen. Om etnische achterstelling tegen te gaan moet niet alleen erkend worden dat deze achterstelling er is, maar behoren ook actief middelen te worden ingezet om hier iets tegen te doen. Als de sector meer jongeren wil trekken, moeten er mogelijkheden geboden worden om parttime te werken. Persoonlijke ontwikkeling is voor deze groep tenminste zo belangrijk als een dik salaris.

Aan de hand van ons onderzoek hebben we flink gespeculeerd. Maar als we tussen onze oogharen door naar de bouwsector kijken, dan kunnen we echt slimmer omgaan met de instroom van capabele mensen. We mikken op zijinstroom en niet-traditionele doelgroepen, zoals statushouders, maar we vergeten dat het veel eenvoudiger kan!

Tekst: Amber Mekking en Frens Pries, Hogeschool Arnhem Nijmegen, Academie Built Environment

Lees ook:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.