Ga naar hoofdinhoud

Drijvend paviljoen houdt zwaartepunt laag


Rotterdam is verrijkt met een drijvend paviljoen dat bestaat uit drie gekoppelde
geodetische koepels. De koepels zijn opgebouwd uit stalen vijf- en zeshoeken en bekleed (…)
met ETFE-luchtkussens. Voor de combinatie van geodetische koepel en ETFE-luchtkussens is gekozen om een zo licht mogelijke opbouw te realiseren. Bij drijvend bouwen is het van belang dat het zwaartepunt zo laag mogelijk komt te liggen. Daarmee is het drijvende bouwwerk minder gevoelig voor schommelingen en golfslag.

Het drijflichaam van het paviljoen bestaat uit EPS-blokken met daartussen een betonraster. Het drijflichaam is in het water opgebouwd, terwijl het betonraster er constructief één geheel van maakt. Daardoor kan de oppervlakte groter zijn dan bij drijvende betonnen bakken zoals die in fabrieken en droogdokken worden gemaakt. Dit concept, met de naam FlexBase, is ontwikkeld in samenwerking tussen Dura Vermeer en Unidek.

De installaties in het paviljoen zijn duurzaam en bijzonder, onder meer door koelen met zonne-energie.

Het Drijvend Paviljoen biedt onderdak aan het Nationaal Watercentrum in oprichting en is afgemeerd in de Rijnhaven, bij de Kop van Zuid.

Meer over de bouwtechniek van het Drijvend Paviljoen en de duurzame installaties daarin, vindt u in Bouwwereld 8 die verschijnt op 2 juli 2010.
Vraag hier een gratis proefexemplaar aan.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.