Ga naar hoofdinhoud

Erkende Technische Toepassingen als ultiem alternatief kwaliteitsborger

kwaliteitsborger

In de media lezen we initiatieven om rond conceptueel bouwen snel te komen tot vergunningverlening. In de regio Rotterdam lezen we over het initiatief “eens vergund, altijd vergund” en in de regio Purmerend denkt men na over vergunning in 1 dag.

Maar waar gaat het nu om? Al meer dan 10 jaar lang wordt er gediscussieerd over gegarandeerde kwaliteit in de bouw en dan niet op het moment van vergunningverlening, maar op het moment dat het bouwwerk in gebruik wordt genomen en gedurende dat gehele gebruik.

Daarvoor is door het ministerie van MVRO (voorheen BZK) de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) bedacht met private kwaliteitsborgers en niet langer een vergunningplicht voor de bouwtechnische aspecten. Dus waar leiden die initiatieven toe: tot niets. De bouwer is ‘overgeleverd” per bouwwerk aan een kwaliteitsborger.

Versterkte positie bevoegd gezag

De Tweede Kamer heeft hard ingegrepen in het Wetvoorstel en bij amendement de positie van het bevoegd gezag versterkt en evenzo die van de consument/eindgebruiker. Aan de gemeente moet voorafgaand aan het bouwen een risicobeoordeling worden voorgelegd op grond waarvan de gemeente zelf kan bepalen hoe zij als gemeente (dus niet de kwaliteitsborger) toezicht uitoefent en zo nodig handhaaft. Voor de afronding van de bouw moet een overdrachtsdossier aan de opdrachtgever worden overgelegd waarmee die opdrachtgever kan (laten) bepalen of aan alle contractafspraken is voldaan. Een deel van dat dossier dat handelt over alle van toepassing zijnde wettelijke eisen moet door de opdrachtgever 10 dagen voor ingebruikname worden overgelegd aan de gemeente, waarna de gemeente zelf inhoudelijk kan beoordelen of aan de wet is voldaan.

Erkende Technische Toepassingen

De Tweede Kamer heeft ook bij motie TK 34453-19 de minister te verstaan gegeven niet blind te varen op de dure kwaliteitsborger die voor het bouwproces door de opdrachtgever moet worden aangesteld, maar de wet fors te vereenvoudigen door plaats in te ruimen voor de Erkende Technische Toepassingen (ETT ®)[1], zoals ook door minister Blok toegezegd in een overleg in september 2014 met woordvoerders van de coalitie in aanwezigheid van de initiatiefnemers van de ETT® (toen nog ETO® geheten – Erkende Technische Oplossing) en de voorzitter van de VWBTN. Ook is een motie aangenomen, TK 28235-184, om het Bestuursakkoord van eind 2019 geheel te implementeren in het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen.

De ambtelijk praktijk blijkt weerbarstig. In het Ontwerpbesluit kwaliteitsborging voor het bouwen (laatste versie 21 februari 2021) is nagenoeg geen uitvoering gegeven aan de door de Tweede Kamer in februari 2017 aangenomen amendementen als gevolg van het wensdenken van de ambtenaren en de daaraan gelieerde adviseurs. De moties zijn in zijn in het geheel niet uitgevoerd. Zie ook de recente reactie op de site van VBWTN waarin namens de gemeenten de zorgen over de Wkb publiekelijk zijn gemaakt.

Haken en ogen

Inmiddels is zoveel duidelijk dat er heel veel haken en ogen aan deze wet zitten, niet zozeer voor het deel wat het Burgerlijk wetboek betreft, maar wel of de doelen met de uitwerking die het ministerie hardnekkig vasthoudt wel worden bereikt, de bouw niet onnodig duur wordt, er vele juridische processen zullen volgen over het handelen van kwaliteitsborgers en of de uitwerking niet strijdig is met het staatsrecht omdat het bevoegd gezag de facto haar functie niet kan vervullen ook al doet de toenmalige minister in zijn of haar brieven anders voorkomen. De rol van het bevoegd gezag is in de uitwerking in het Ontwerp Bkb volledig uitgehold omdat gesteld wordt dat de gemeente niet inhoudelijk naar het overdrachtsdossier mag kijken en de gemeente ook niet gaat over de risicobeoordeling. Ook de NPR 8092 “Consumentendossier” die door het ministerie als invulling wordt gezien van het amendement over het overdrachtsdossier, is helemaal niet in lijn met de inhoud en bedoeling van het betreffende amendement. Je kunt op grond van die NPR de gerealiseerde kwaliteit helemaal niet beoordelen.

ETT als ultiem alternatief

Waarom leidt nu een ETT® wel tot het beoogde doel en een win-win voor alle betrokkenen?

De inhoud van een ETT® laat zich als volgt kort samenvatten:

A. Beschrijving bouwelement, component, subsysteem of een systeem waarover de (E)TT handelt (met de beschrijving van alle aansluitende en doorvoerende componenten);
B. Beschrijving van essentiële kenmerken en aanvullende kenmerken van alle halffabricaten/materialen/producten van het onder A bedoelde onderwerp die nodig zijn om het deel van het bouwwerk tot stand te brengen
C. Volledige beschrijving van de verwerking af fabriek tot oplevering van het bouwwerk van het/ de bouwelement, component, subsysteem of een systeem als bedoeld onder A (de beschrijving moet zo zijn dat alle handelingen zijn beschreven, zo nodig ook geduid aan welke kwalificaties de uitvoerende persoon moet voldoen;
D. Vastleggen van alle kritieke handelingen/details;
E. Gegarandeerde prestaties op het niveau van het bouwwerk van het/ de bouwelement, component, subsysteem of een systeem (minimum alle wettelijke voorschriften (niet alleen BB2012, maar ook alle andere wettelijke voorschriften inclusief zorgplicht en alle wettelijke eisen die de houder van de (E)TT garandeert t.b.v. van de eindgebruiker) PS (het gaat om alle prestaties die in samenhang met aansluitende bouwdelen integraal zijn beoordeeld);
F. Inspectieverplichtingen tijdens het bouwen;
G. Onderhoudsverplichtingen tijdens de gebruiksfase;
H. Beschrijving van de inhoud van het overdrachtsdossier.

De bedoeling bij een ETT® is dat de producent, aan wie de bouwer verantwoording aflegt, zijn garantie intrekt als niet conform ETT® is gewerkt en de opdrachtgever van het bouwwerk daarvan in kennis stelt.

Dit levert onder meer de volgende voordelen op:

  1. De technische oplossingen worden eenmalig beoordeeld op hun eigenschappen en vereiste verwerking. Dit bevordert en vergemakkelijkt de veelvuldige toepassing ervan.;
  2. Er is in het geheel geen kwaliteitsborger nodig;
  3. Alle handelingen onder een ETT® zijn vrijgesteld van de risicobeoordeling;
  4. Bouwpartijen kunnen gemakkelijk en tegen een lage verzekeringspremie de aansprakelijkheid, die bij wet onder de Wkb 20 jaar bedraagt, dragen voor het deel van het bouwproces dat zij realiseren;
  5. De faalkosten voortvloeiend uit het proces van ontwerpen en bouwen nemen fors af;
  6. De vergunninghouder loopt bij het gebruik van technische oplossingen geen risico dat het overdrachtsdossier van die onderdelen onvolledig is of dat niet aan de voor dit (deel van) het bouwwerk vigerende publiekrechtelijke eisen is voldaan;
  7. De opdrachtgever en de eindgebruiker krijgen een bouwwerk dat (gegarandeerd) voldoet aan de prestaties die in de ETT’s zijn vastgelegd;
  8. De verzekeringspremie kan ook na oplevering voor het overdrachtsdossier laag blijven;
  9. Het aantal kostbare juridische procedures neemt flink af;
  10. Het bevoegd gezag beschikt met het overdrachtsdossier, gebaseerd op technische oplossingen, over een document waarmee op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld dat aan de publiekrechtelijke eisen is voldaan en op basis waarvan een ingebruikname­vergunning kan worden verleend en waarmee op termijn op eenvoudige wijze het rechtens verkregen niveau kan worden vastgesteld;
  11. Het ambtelijk apparaat voor het verlenen voor omgevingsvergunning voor het bouwen en de nieuw voorziene ingebruiknamemelding kan beperkt van omvang blijven als gevolg van de verschuiving van het steeds opnieuw beoordelen van de technische oplossingen van 80% van wat er wordt gebouwd naar een eenmalige beoordeling.
  12. De totale bouwkosten zullen eerder afnemen dan toenemen.

Er is niets wat de producenten, waaronder de bedrijven die conceptuele woningen in de markt zetten, zou hoeven te weerhouden stappen te zetten om te komen tot een ETT® voor hun product. Ook onder de vigerende wetgeving levert dat enorme voordelen op. Ook de VBWTN onderschrijft deze visie.

Dr. ir. N.P.M. Scholten

kwaliteitsborger

[1] CITAAT UIT BRIEF VAN ERB VAN 17 MEI 2017 AAN DE TWEEDE KAMER

Ter correctie merk ik op dat de stichting ERB niet als een commerciële partij te karakteriseren valt zoals in het antwoord op vraag 7 gebeurt. Navraag bij ons, danwel raadpleging van het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel zou geleerd hebben dat in de statuten van ERB, zoals overigens gebruikelijk en voorgeschreven is bij een dergelijke rechtsvorm, is vastgelegd dat ze werkt zonder winstoogmerk. Het vestigen van een I-depot op de systematiek van de erkende technische oplossing heeft geen commerciële bedoeling, mocht de minister dat met zijn beantwoording voor ogen hebben gehad[1].

Kortom, wij zijn teleurgesteld in het optreden van BZK in dit dossier. Versus de Tweede Kamer lijkt het op een miskenning van het Parlement. Versus belanghebbenden schuurt het met vertrouwen dat gesteld mag worden in correct ambtelijk optreden.

Lees ook:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.