Ga naar hoofdinhoud

Gebouwen moeten flexibeler

Gebouwen krijgen steeds vaker een nieuwe bestemming. Om ervoor te zorgen dat gebouwen eenvoudig en gemakkelijk zijn aan te passen voor ander gebruik, starten de ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland samen met de rijksoverheid en een aantal brancheorganisaties een traject om duurzaam bouwen te versnellen. Brink Groep gaat het project uitvoeren.

Adaptief vermogen

Zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers lopen vaak aan tegen het ontbreken van een methode met criteria waaraan een gebouw moet voldoen om eventueel later in de levenscyclus herbestemd te kunnen worden. De eerder genoemde partijen gaan aan de slag om een methodiek zoals er bijvoorbeeld al wel is voor materiaalgebruik of energieprestaties, ook op te stellen voor de flexibiliteit en aanpasbaarheid van gebouwen; het ‘adaptieve vermogen’. In het najaar van 2013 moet er een plan liggen met criteria waaraan gebouwen moeten voldoen om op duurzame wijze een tweede leven te krijgen. Deze criteria kunnen ook organisatorisch of juridisch van aard zijn.

Het plan past goed in het streven van de rijksoverheid om al in de ontwerpfase rekening te houden met het eventueel herbestemmen van gebouwen en bouwmaterialen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

12 reacties op “Gebouwen moeten flexibeler

  • Wim

    Je ziet het: weer de grote verwarring! Leon heeft het ook weer over het (technisch)scheiden van de draagstructuur en het inbouwpakket. Dit is de grote verwarring, je zou moeten kijken naar de theorieen van de SAR (1970 en daarna): scheidt vast van variabel. Let op het gaat vooral om de splitsing van installaties-vast en installaties-variabel. Maar bijvoorbeeld ook van vast en variabel in de (vaak niet-dragende gevel (of scil) en in de ruimtescheidende inbouw. Zie ook mijn eerdere reactie.

  • Leon

    Moraal van het verhaal is dus eigenlijk: laten we ons, in tegenstelling tot de huidige trend, eens wat minder bezig houden met werkwijzen/bouwconcepten/andere marketingpraat en eens wat vaker het gezond verstand gebruiken. Helaas hebben de hoogtijdagen in de bouw er voor gezorgd dat dit steeds meer verwaterd is, het maakt niet uit wat je bedenkt, er is altijd wel iemand die het afneemt. En toen kwam de recessie…

  • Leon

    Ik vraag me eerlijk gezegd af wat het nut is van die flexibel-bouwen-concepten. Een gebouw waar alles nog in kan is doorgaans flink duurder en daarom niet haalbaar. Belangrijkste voorwaarde is dat je het inbouwpakket en draagstructuur zoveel mogelijk gescheiden houdt. Dus een draagstructuur op basis van bouwmuren en/of kolommen. Geen of beperkte dragende eigenschappen van de gevel. That’s it. Functiewisseling is altijd maatwerk, mede gezien de veranderende regelgeving. Bovengenoemde werkwijze zorgt er voor dat er altijd wel een mouw aan te passen is. De ervaring die ik heb is dat het vooral ook wijs is om volledige constructiegegevens te bewaren, inclusief wapening. Niet zelden moet je onnodig dure voorzieningen treffen omdat niet is aan te tonen dat de bestaande constructie ‘overcapaciteit’ heeft. Iedereen ziet dat het vrijwel zeker probleemloos kan maar daar neemt BWT natuurlijk geen genoegen mee. En terecht natuurlijk. Zonder aantoonbare berekening geen goedkeuring. Daar kun je het geld ook leuk in kwijt…

  • gerard min

    Dordat de bouwregelgeveing een duidelijke afscheiding kent tussen verschillende gebruiksvormen kantoor/wonen e.d. wordt er niet flexcibel gebouwd.
    Slim bouwen is inderdaad duurzaam en flexibel bouwen.
    Ook in de bouw en wabo regelgeving

  • Wim van der Does

    Inderdaad zoals Jan Juffers aangeeft was er al een benadering voor deze opgave in de periode van de SAR aan de TUE. Let wel: Drager (=vast) en Inbouw(=variabel).
    Ook in het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen (SBR) waren maatregelen opgenomen om in een gebouwontwerp aandacht te besteden aan het vooraf ontwerpen van meerdere mogelijke indelingsvarianten (of functies) voor nu (keuzemogelijkheden)of voor wijzigingen in de toekomst. Ook dit is Duurzaam (ontwikkelen, ontwerpen en) Bouwen.

  • Wim van der Does

    Inderdaad zoals Jan Juffers aangeeft was er al een benadering voor deze opgave in de periode van de SAR aan de TUE. Let wel: Drager (=vast) en Inbouw(=variabel).
    Ook in het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen (SBR) waren maatregelelen opgenomen om in een gebouwontwerp aandacht te besteden aan het vooraf ontwerpen van meerdere mogelijke indelingsvarianten (of functies) voor nu (keuzemogelijkheden)of voor wijzigingen in de toekomst. Ook dit is Duurzaam (ontwikkelen, ontwerpen en) Bouwen.

  • p.kuperus

    Precies. Er is zoveel mogelijk. Het is eigenlijk een trieste constatering dat we in de praktijk nog steeds niet echt flexibel bouwen. Kijk bijvoorbeeld naar al die leegstaande kantoren, de meeste hebben dragende gevels met raamsparing van prefab beton dat op een niet-demontabele wijze gekoppeld is, terwijl in de jaren 60 soms veel flexibelere casco’s gebouwd werden die allen bestonden uit een kern, kolommen en paddenstoel vloeren. Ik heb de bouwwijze v.d. huidige kantoren nooit echt logisch of duurzaam gevonden. Veel van kantoren die de laatste 20 jaar gebouwd zijn, zijn niet echt vanuit een aanpasbaar of flexibele gedachte gebouwd. Ik ben het wel eens met het idee dat vooral opdrachtgevers nog erg achterlopen en zich soms blindstaren op de prijs. Wat mij betreft zijn de ideeen van de SAR en Habraken nog steeds actueel en zouden ze misschien in de regelgeving verwerkt kunnen worden. Maar als ik naar de woningbouw kijk, zie ik dat een aantal aspecten van de SAR wel omarmd zijn, kijk bijvoorbeeld naar gietbouw casco’s die makkelijk her-indeelbaar zijn (ook de gevels) en het steeds populairder worden van leidingvloeren. Het enige wat nodig is, is een casco dat ontworpen is met een beetje overmaat en een wat zwaardere constructie. Maarja, het casco is iets wat mensen niet echt zien en daarom willen opdrachtgevers niet de flexibelste maar de (korte termijn) goedkoopste oplossing.

  • Een aanvulling op de geschiedenisles: Een van de eerste studierapporten van Stichting Bouwresearch ging ook al over flexibiliteit, met simpele voorbeelden als ‘onder in de betonnen draagconstructie een staafje extra, dan kan er later nog een verdieping op’. Open Bouwen, IFD, SBR studierapporten etc hadden geen of nauwelijks effect op de bouwregelgeving. Aangekondigd onderzoek zegt dat wel te hebben, dus als in BB duurzaamheid sterk wordt neergezet, kan er weer een kwaliteitsslag voor de NL bouw gemaakt worden als vanaf 1992 met het toen nieuwe BB is gemaakt. De extra bouwkosten van hogere technische en functionele eisen zijn toen politiek bekwaam verkocht. Ook de innovatie is gestimuleerd, en dan meer integraal (van energiezuinige tot aan energieactieve woningen bijvoorbeeld). De productinnovaties zie ik meer als suboptimalisaties in de sfeer van de normale bedrijfsvoering, dus eerder als productverbetering. Werkelijke innovatie, waar? Ik zie dat nodig zijn bij de herbestemming van de Nederlandse giga-leegstand op het terrein van de methoden en technieken om bestaande bouw duurzaam aan te passen. Nieuwe, andere gebouwonderzoekstechnieken, reinigingstechnieken, bouwafvalverwerking en (plaatselijke) slooptechnieken. Draagconstructieversterkers. Stof voor brainstorm genoeg.

  • BTtje

    De opdrachtgevers en opdrachtnemers lopen schrikbarend ver achter in vergelijking met de innovatieontwikkelingen van de producenten en leveranciers, die er nu al (jaren) liggen. Verschuifbare wanden en vloeren met flexibele installatiegleuven, isolatiemateriaal met een langere levensduur dan de meestgebruikte en flexibele- (zelfs kameleon-) gevels. Eventjes googlen of een dagje over een beurs en je kent de mogelijkheden, dus dat kan het probleem niet zijn.
    Het probleem is dat het wel de vraag van de eindgebruiker is, maar niet van het merendeel van de opdrachtgevers, die alleen selecteren op de laagste prijs. En als de opdrachtgever dat niet in zijn PvE heeft staan, gaat 99% van de opdrachtnemers daar de tijd en geld niet aan besteden. Daarbij heeft ook het merendeel van de opdrachtnemers geen kennis over de goudmijn (dat onderhoudscontracten heet) die ze laten liggen, wat het gebruik van flexibele innovaties zou moeten stimuleren.
    Daarbij komt nog het probleem dat de architecten alleen nog maar tekenen vanuit het oogpunt van esthetica en niet op optimalisatie van de functie-, materiaal-, ruimte- en langetermijngebruik. Dit zouden ze recht kunnen trekken door zowel de opdrachtnemer(s) als de innoverende producenten en leveranciers vroegtijdig in het ontwerp te betrekken.
    Alleen met het bouwen met een DB(F)MO contractvorm kan het flexibeler bouwen gerealiseerd worden met de huidige mindset in de bouwwereld.

  • Zijn we het IFD bouwen na 15 jaar al weer vergeten. Ja natuurlijk… geschiedenis bouwkunst is ook al uit het pakket gesodemieterd in 1990.
    En wat waren die afstootbare schoolgebouwen ook al weer snel vergeten.
    Het wiel. het wiel?, het WIEL!! weet je wel!

  • Jan Juffer

    Als ik dit lees denk ik terug aan 1968 toen een zekere Habraken in Eindhoven doceerde met als uitgangspunt zijn methode van dragers en inbouwpakketten. SAR, stichting architecten research. Misschien helpt het afstoffen van hun studie bij dit onderzoek.

  • Het mooiste voorbeeld van duurzaam en flexibel bouwen staat in Eersel. De Venco Campus.
    – Energie neutraal
    – BREEAM Excellent
    – Slim Bouwen certificaat
    Daar is zo’n onderzoek niet voor nodig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.