Ga naar hoofdinhoud

Groeiende werkgelegenheid in betonbouw

De markt voor civiele betonbouw vertoont de komende jaren een opgaande lijn. De opdrachtgevers leggen daarbij meer verantwoordelijkheden bij de bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van ontwerp. De toenemende bedrijvigheid vertaalt zich in een groeiende werkgelegenheid, zowel bij het bouwplaatspersoneel als bij het uta-personeel.

Dit blijkt uit het rapport ‘De sector civiele betonbouw; marktontwikkelingen, opdrachtgeverschap en werkgelegenheid’, dat door het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) op verzoek van de Vakgroep Civiele Betonbouw van Bouwend Nederland is opgesteld. Het rapport is eind oktober 2007 op een ledenbijeenkomst van de vakgroep gepresenteerd.

Productie neemt toe
De aanleg en het onderhoud van kunstwerken (bruggen, tunnels, zuiveringsinstallaties) vertegenwoordigen een jaarlijkse productie van circa € 1,3 miljard. Daarmee behoort de sector civiele betonbouw tot de belangrijkste binnen de gww. Het aandeel in de totale gww-productie ligt tussen 10 en 15 procent. Na enkele jaren van daling neemt de productie in de civiele betonbouw in de komende jaren toe, onder meer door hogere investeringen in wegen en spoorwegen. Belangrijke projecten zijn bijvoorbeeld de Tweede Coentunnel en de Hanzelijn.

De belangrijkste opdrachtgevers in de sector, Rijkswaterstaat en ProRail, passen bij deze projecten steeds vaker nieuwe organisatie- en contractvormen toe waarbij meer initiatief aan de markt wordt gelaten. Ook andere opdrachtgevers, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, begeven zich op dit pad, zij het nog in mindere mate. Opdrachtgevers besteden meer uit en vragen meer integrale oplossingen van de markt.

Design & construct komt in de civiele betonbouw naar verhouding veel voor. Bij opdrachtgevers voor civiele betonbouw wordt soms gegund op basis van economisch meest voordelige aanbieding, maar hierbij speelt de prijs vrijwel altijd een dominante rol. Relevante kenmerken van innovatief aanbesteden, zoals aandacht voor kwaliteit en de levenscyclusbenadering, komen daardoor in de aanbestedingspraktijk minder naar voren dan bij andere typen opdrachtgevers.

Vraag naar personeel
Door de groei van het marktvolume in 2007 en 2008 neemt de vraag naar personeel in de civiele betonbouw toe, met 2 à 3 procent per jaar. Daarbij groeit de behoefte aan uitvoerders sneller dan aan betontimmerlieden. Na 2010 is sprake van een krimpend marktvolume. Toch zal de vraag naar personeel nog vrij groot blijven vanwege de toenemende vervangingsvraag.

Tot en met 2012 dient jaarlijks circa 8 procent van het personeelsbestand te worden vervangen. In kwalitatieve zin nemen de eisen aan het personeel toe, onder meer door nieuwe taken die de bedrijven overnemen van de opdrachtgevers en door veranderingen in technologie en bedrijfsorganisatie.

Door de veranderingen in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en door de toenemende complexiteit van de projecten is het aandeel van het grootbedrijf in de afgelopen jaren gegroeid. Het aandeel van de bedrijven met 50 werknemers of meer in de totale arbeidscapaciteit is gestegen van bijna 45 procent in 2000 naar bijna 70 procent momenteel.

Opdrachtgevers voor civiele betonbouw zijn in het algemeen positief over de prijs/kwaliteitsverhouding van het geleverde werk. Ook de vakkundigheid van het personeel (bouwplaats en projectleiding) wordt door de opdrachtgevers hoog aangeslagen. Kritisch zijn de opdrachtgevers vooral ten aanzien van de klantgerichtheid van de bedrijven. Daarnaast is de klachtenafhandeling volgens de opdrachtgevers voor verbetering

Bron: EIB

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.