Ga naar hoofdinhoud

“Omgevingswet gewoon vanaf 1 januari 2022 invoeren”

omgevingswet

In de Trouw van 13 november jl. staat een krantenartikel met de ronkende kop: ‘Nieuwe mislukking overheid: omgevingswet in gevaar door ICT-problemen’. Afgezien van dat Omgevingswet met een hoofdletter moet worden geschreven, is vooral de vraag of de Omgevingswet wel door ICT-problemen in de gevarenzone is gekomen. Of dat de betreffende journalisten een scope willen hebben over het (eerst nog vertrouwelijke) advies van het BIT (Bureau ICT-toetsing). En met de krantenkop hun aandacht willen vergroten.

De Omgevingswet zorgt samen met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor de grootste wijziging in de bouwregelgeving ooit. Het is daarom van groot belang voor alle partijen in de bouw om te weten wanneer deze gelijktijdige wetswijzigingen plaatsvinden. Bijvoorbeeld om nog steeds een vergunningaanvraag in te dienen onder het oude systeem. ICT is zeer vermoedelijk maatgevend voor de inwerkingtredingsdatum. En dus niet corona dat als reden (excuus) is gebruikt om de nieuwe regelgeving niet al op 1 januari 2021 in werking te laten treden. De Tweede Kamer debatteert op 25 november a.s. over de Omgevingswet. De verwachting is dat de inwerkingtreding nog steeds op 1 januari 2022 zal plaatsvinden. Het BIT adviseert namelijk om – ondanks de aandachtspunten bij ICT – de Omgevingswet gewoon over een jaar in te voeren.

Het advies van het BIT

Zelfs het kritische BIT is voorstander van invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2022, zoals in het rapport van 14 oktober jl. van het BIT is te lezen:

“Wij adviseren voorts om alle bestuurlijke en managementaandacht te richten op het in gebruik nemen van het digitaal stelsel op het basisniveau per 1 januari 2022. Na inwerkingtreding zal het nog zeker een paar jaar kosten om het stelsel in stapjes door te ontwikkelen. Pas daarna kan aan uitbouw van de functionaliteit gedacht worden.”

En ook schrijft het BIT:

“Als blijkt dat sommige gebruiksscenario’s nog niet goed werkbaar zijn, stel dan een plan B op met als doel om per 1 januari 2022 zo veel mogelijk werkende functionaliteit in gebruik te nemen en de overige delen gefaseerd in werking te stellen ná inwerkingtreding van de wet.”

Vereenvoudigd gezegd adviseert het BIT om hoe dan ook de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking te laten treden. Maar dan wel door te beginnen met een eenvoudig ICT-systeem dat op een later moment stapsgewijs wordt uitgebreid.

De reactie van Ollongren

Minister Ollongren heeft – zeker niet toevallig op dezelfde dag dat het artikel in de Trouw uitkwam – direct op 13 november jl. de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Omgevingswet. De minister onderkent dat het BIT een belangrijke afweging meegeeft: de gevolgen van verder uitstel wegen zwaarder dan eventuele weerstand en druk op het aanpassingsvermogen van de overheden. Met andere woorden, ondanks dat de overheden niet blij zullen zijn dat na 1 januari 2022 de ICT meerdere keren wordt aangepast, is dat beter dan verder uitstel van de invoering van de nieuwe regelgeving. Het advies van het BIT om stevig vast te houden aan de datum van 1 januari 2022, geeft vertrouwen om deze datum nu vast te gaan leggen, aldus Ollongren.

De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de aansluiting van hun software op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV). Minister Ollongren merkt in haar brief van 13 november jl. op er inmiddels voldoende aanbod van lokale Omgevingswet-software is, wat het vertrouwen geeft dat alle overheden op 1 januari 2022 met hun eigen softwarepakketten zijn aangesloten. Er zijn inmiddels 25 leveranciers.

Ollongren concludeert dat het DSO-LV eind van dit jaar (2020 dus) voldoende gereed is voor inwerkingtreding zodat alle overheden ermee een jaar lang kunnen oefenen. Dat is een belangrijke voorwaarde om 1 januari 2022 in werking te kunnen.

Regelgeving Omgevingswet bijna voltooid

Ollongren schrijft dat de regelgeving rondom de Omgevingswet bijna is voltooid. Zo wijst zij op de publicatie van het definitieve Invoeringsbesluit Omgevingswet in het Staatsblad. Daarin staan onder meer de regels voor vergunningvrij bouwen. Zowel wat betreft de omgevingsplanactiviteit (nu: afwijking van het bestemmingsplan) als de (technische) bouwactiviteit.

Wat betreft de voltooiing van de regelgeving is relevant dat minister Ollongren met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 12 november jl. een akkoord heeft gesloten over de uitwerking van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geeft invulling aan de (technische) bouwactiviteit onder de Omgevingswet. Eerder heeft de VNG zich kritisch uitgelaten over de uitwerking van deze wet in het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen.

Wat betreft de bouwregelgeving staat eigenlijk alleen nog het stelsel van kwaliteitsborging open. Dit stelsel houdt in dat tijdens de bouw een private kwaliteitsborger toezicht houdt. In de bouwmelding – die de technische vergunningplicht vervangt – geeft de initiatiefnemer aan welke kwaliteitsborger tijdens de bouw toezicht houdt. De kwaliteitsborger dient te verklaren of het gerealiseerde bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften voldoet. Anders dan de gemeente heeft de kwaliteitsborger echter geen handhavingsbevoegdheden.

Uit het persbericht van het ministerie over het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen volgt dat met de VNG het volgende is afgesproken. De taakverdeling tussen gemeenten en kwaliteitsborgers worden nog duidelijker omschreven. Daarnaast krijgen de gemeenten de mogelijkheid om in specifieke gevallen informatie over een project op te vragen. Voorts komt er een duidelijk onderscheid tussen de risicobeoordeling en het borgingsplan als onderdeel van de bouwmelding. De kwaliteitsborger dient in het borgingsplan – dat voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt opgesteld – rekening te houden met de door de gemeente als zodanig genoemde lokale risico’s. Ook heeft Ollongren met de VNG afgesproken dat er een onderzoek komt om inzicht te krijgen in de kosten die het toezicht op de gehele bouwregelgeving met zich meebrengt voor gemeenten (als bedoeld in artikel 2 Financiële verhoudingswet). Dit nu de gemeenten voor de bouwmelding geen leges mogen heffen.

Tot slot

Minister Ollongren sluit haar brief van 13 november jl. af met dat haar bestuurlijke partners (de lagere overheden) en zijzelf het op basis van de voortgang van de wetgeving en ICT verantwoord achten om de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking te laten treden. Dit betekent dat – samen met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen – zeer vermoedelijk over iets meer dan een jaar de grootste wijziging in de bouwregelgeving ooit wordt doorgevoerd. Het is nu aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer om in te stemmen met invoering per 1 januari 2022.

omgevingswet

Tekst: mr. dr. ing. Peter de Haan

Lees ook:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.