Ga naar hoofdinhoud

Rabobank: daling woningbouw in 2009

De komende jaren migreert de bouwsector naar een ‘rustiger’ en, qua capaciteit, beter beheersbaar niveau van bedrijvigheid. Dat verwacht de Rabobank in de sectorupdate over het najaar 2008. De economische groei van de afgelopen jaren had ook zijn
uitwerking op de bouw. Bedrijven deden een beroep op alle aanwezige capaciteit om (op tijd) aan de vraag van opdrachtgevers te kunnen voldoen.

Ook in 2008 is de bedrijvigheid in de bouw nog steeds erg hoog. De komende jaren migreert de sector echter naar een ‘rustiger’ en, qua capaciteit, beter beheersbaar niveau van bedrijvigheid. De uitdaging ligt dan in het maken van een cultuuromslag naar een daadwerkelijke klantoriën tatie. Daarbij zal het blikveld zich meer moeten verleggen van het halen van de eigen productie naar de vraag hoe de partijen in de kolom de behoefte van de afnemer gezamenlijk op de beste wijze kunnen invullen.

82.000 nieuwe woningen
Naar verwachting worden er dit jaar in Nederland circa 82.000 nieuwe woningen opgeleverd (2007: 80.193). In 2009 daalt de nieuwe bouwproductie naar 76.000 woningen. De daling na 2008 valt toe te schrijven aan een combinatie van factoren. Allereerst zetten de stijging van de bouwkosten (materialen, rente, personeel) en de hoge grondprijzen de marges van bouwers en ontwikkelaars onder druk. Ook zijn de gestegen kosten steeds moeilijker aan (potentiële) kopers van woningen door te berekenen.

Onder meer het tanende consumentenvertrouwen, de relatief hoge inflatie, de hogere hypotheekrente en de onzekerheid over de afloop van de kredietcrisis zijn van invloed op de koopbereidheid van particulieren. Om deze reden worden ontwikkelaars selectiever met het opstarten van nieuwe projecten en sluiten zij risico’s waar mogelijk uit. Dit zien we al terug in de daling van de aanvraag van bouwvergunningen.

Ook speelt mee dat het Vinex-tijdperk, dat sinds begin jaren ’90 voor veel nieuwe uitleglocaties heeft gezorgd, zijn einde nadert. Het accent komt nu meer te liggen op binnenstedelijk bouwen. Dit gaat gepaard met minder grote bouwvolumes per project. Binnenstedelijk bouwen vergt ook meer samenwerking en afspraken tussen alle betrokken partijen. Vaak is een andere procesaanpak nodig én moeten bouwondernemers rekening houden met langere doorlooptijden van projecten.

Beperkende regelgeving
Verder geven bouwbedrijven aan dat zij nog steeds hinder ondervinden van de beperkende regelgeving vanuit de overheid en de trage afhandeling van procedures. Wellicht dat de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de in voorbereiding zijnde Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op dit punt verbetering kunnen bieden. De afkoeling van de woningbouw- én utiliteitsbouwmarkt in 2009 geeft veel bedrijven wel de gelegenheid om na de hectiek van de afgelopen jaren weer een beheersbaar groeipad in te slaan.

Hierdoor ontstaat ruimte om de klantoriëntatie aan te halen en het bedrijfsproces verder te optimaliseren. Zo kunnen ondernemers aandacht besteden aan het stroomlijnen van het personeelsbestand, het terugbrengen van de (relatief hoge) faalkosten en de verdere uitbouw van de samenwerking binnen de keten. Strategisch ondernemerschap (verder kijken dan het volgende project) is hierbij essentieel.

Utiliteitsbouw: sterk afvlakkende groei
De groei in de utiliteitsbouw neemt in kracht af als gevolg van de afzwakkende economische groei. Toch is in deze deelsector zeker in 2008 nog sprake van het gebruikelijke ‘naijleffect’ (bouw en oplevering van projecten waarvan de investeringsbeslissing in eerdere jaren plaatshad). De verwachting is echter dat de productiegroei in de private utiliteitsbouw vanaf 2009 sterk zal afvlakken. De conjunctuurafhankelijkheid van de bouw van kantoren, bedrijfsruimten en winkels wordt hiermee eens te meer bewezen.

Met name de bereidheid om te investeren in nieuwe kantoren is tanende. Vastgoedontwikkelaars kijken zorgvuldig naar toekomstige marktontwikkelingen. Bedrijven worden voorzichtiger met het nemen van huisvestingsbeslissingen. Daar komt bij dat het totale aanbod aan kantoorruimte in Nederland nog steeds onwenselijk hoog ligt (ruim vijf miljoen vierkante meter). Vooral monofunctionele kantoorgebieden met een laag voorzieningenniveau, solitair gelegen kantoorpanden en kantoorruimte op bedrijventerreinen laten veel structurele leegstand zien.

De utiliteitsnieuwbouw voor de publieke sector zal de komende jaren stabiliseren. Hierbij neemt de productie van gebouwen ten behoeve van openbaar bestuur af, terwijl de bouw ten behoeve van gezondheids- en welzijnszorg toeneemt. De productie van schoolgebouwen laat de komende tijd naar verwachting geen echte uitschieters zien boven het huidige investeringsniveau. In zowel de private als de publieke sector geeft men steeds meer aandacht aan energiebesparing en duurzaamheid. Duurzaamheid wordt steeds meer bjectgebonden en uit zich in een flexibele opzet van het gebouw, materiaalkeuze en energiezuinige installaties.

Bron: Rabobank

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.