Ga naar hoofdinhoud

Snelle invoering nieuwe bouwregelgeving dichterbij

bouwregelgeving

Op 1 februari 2022 heeft Hugo de Jonge als de nieuwe minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Tweede Kamer in een brief bericht dat hij weer de Omgevingswet uitstelt. Vervolgens stond de landelijke media vol over dit uitstel en de problemen rondom de invoering. Wie zijn brief beter leest, realiseert zich echter dat De Jonge juist duidelijk maakt dat de invoering snel dichterbij komt. Het wordt 1 oktober 2022 óf 1 januari 2023.

Laatste puzzelstuk

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zou oorspronkelijk al in 2015 in werking treden en de Omgevingswet in 2017. Dat we inmiddels vele jaren verder zijn, komt mede omdat niet alle regelgeving rond was. Zo heeft de Eerste Kamer pas op 23 november 2021 ingestemd met de afronding van de voorhang van het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb). Dit Bkb gaat nu voor advies naar de Raad van State, waarna het in het Staatsblad wordt gepubliceerd. Dit is het laatste puzzelstuk voor de geheel nieuwe bouwregelgeving.

Het Bkb regelt niet alleen het bouwtoezicht door de private kwaliteitsborgers, maar verandert ook (bouwtechnisch) vergunningvrij bouwen onder de Omgevingswet. Voor de wijzigingen in vergunningverlening en handhaving is het Bkb belangrijker dan de Wkb. Dat komt omdat de Wkb wijzigingen aanbrengt in de Wabo. En laatstgenoemde wet vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

DSO en Eerste Kamer

De laatste wetgevingshindernis was het Bkb. Beide wetten dienen gelijktijdig in werking te treden. Al was het maar om de gemeentelijke afdelingen bouw- en woningtoezicht te ontzien door kort achter elkaar twee grote wijzigingen door te voeren. Het stelsel van kwaliteitsborging kan niet worden ingevoerd zonder dat de lagere regelgeving bij de Wkb door de Eerste Kamer akkoord is bevonden. Na vijf jaar heeft de Eerste Kamer dus eindelijk op 23 november 2021 groen licht gegeven. Overigens nadat met de regering discussie is gevoerd of er wel voldoende kwaliteitsborgers zullen zijn bij de inwerkingtreding en of er voldoende proefprojecten zijn gedaan.

Inhoudelijk is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) bepalend voor wanneer de Omgevingswet kan worden ingevoerd. DSO ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Het bestaat uit lokale systemen van overheden en de onderdelen van de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals het Omgevingsloket. De lokale overheden dienen hun lokale systemen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het DSO. Zonder werkend DSO kan de Omgevingswet niet worden ingevoerd, althans niet zonder noodoplossingen of (tijdelijke) alternatieven. De Jonge heeft goede hoop dat op 1 oktober 2022 óf 1 januari 2023 DSO werkt. De vraag is of de Eerste Kamer hetzelfde daarover denkt.

Politiek gezien zijn de ogen gericht op de Eerste Kamer. Nadat minister De Jonge het inwerkingtredingsbesluit in voorhang aan de Kamers der Staten-Generaal heeft verzonden, mag hij in ieder geval gedurende een maand het inwerkingtredingsbesluit niet aan de koning ter bekrachtiging verzenden. Minister Ollongren heeft bij een spoeddebat op 13 januari 2021 de Eerste Kamer beloofd om te wachten op het oordeel van de Eerste Kamer, ook als de Eerste Kamer meer dan een maand nodig heeft om te beslissen; die dag liep overigens de termijn van een maand af. Daarnaast beloofde ze de Omgevingswet niet op de vooropgestelde datum in te voeren als de Eerste Kamer niet zou instemmen. De Eerste Kamer was destijds kritisch over de invoering. De Tweede Kamer daarentegen heeft al eerder ingestemd met een inwerkingtreding op 1 januari 2022 (die dus niet is doorgegaan).

De brief van 1 februari 2022

Nadat minister De Jong op 1 februari 2022 in de ochtend de Eerste Kamer heeft gesproken, heeft hij die dag in zijn brief aan de Tweede Kamer onder meer het volgende geschreven:

Omdat ik de Omgevingswet op een verantwoorde manier wil invoeren, zal ik niet vasthouden aan de invoeringsdatum van 1 juli 2022. Het is immers belangrijk dat de dienstverlening aan inwoners en bedrijven niet in het geding komt en dat gebiedsontwikkeling ongehinderd doorgang kan hebben.

Daarom zal ik de komende weken, samen met de bestuurlijke partners, bezien welke datum verantwoord is om de Omgevingswet in werking te laten treden. Afhankelijk van de uitkomsten zal ik besluiten of de beoogde invoeringsdatum 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 zal worden. Zodra dit duidelijk is, zal het ontwerp van het Koninklijk Besluit (KB) worden aangeboden aan beide Kamers. Daarover kan dan in beide Kamers het debat worden gevoerd, zodat er tijdig duidelijkheid is over de invoeringsdatum voor de uitvoeringspraktijk.”

Minister De Jonge wil dus aan de Kamers der Staten-Generaal voorstellen dat de inwerkingtreding is op 1 oktober 2022 óf op 1 januari 2023.

Nu al schaduwwerking

Ongeacht wanneer de Omgevingswet en de Wkb in werking treden, heeft het vooruitzicht nu reeds gevolgen. Veel gemeenten willen nu al minder nieuwe (postzegel)bestemmingsplannen in procedure brengen. Dit mede nu onder de Omgevingswet alle bestemmingsplannen opgaan in één omgevingsplan per gemeente. En dat terwijl een (postzegel)bestemmingsplan vaak het startpunt is om bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk mogelijk te maken. Een oplossing voor de projectontwikkelaar is door (in plaats van een (postzegel)bestemmingsplan) te kiezen voor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan met de uitgebreide procedure.

Tekst: mr. dr. ing. Peter de Haan, advocaat-partner PDH Advocatuur

bouwregelgeving
mr. dr. ing. Peter de Haan

Lees ook:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.