Ga naar hoofdinhoud

Toiletruimtes in het Bouwbesluit 2003

Gelijkwaardigheid ter discussie

Het Bouwbesluit 2003 stelt eisen aan de afmetingen en afsluitbaarheid van toiletruimten. Ook het benodigde aantal toiletruimten is in het Bouwbesluit 2003 geregeld. Het plaatsen van sanitair is echter inrichten en valt niet onder het Bouwbesluit 2003. In de praktijk blijkt de regelgeving weerbarstige materie te zijn, zeker waar het gaat om het aantonen van gelijkwaardigheid van andere oplossingen.

Het benodigde aantal toiletruimten is geregeld in afdeling 4.7 van het Bouwbesluit 2003. In de regelgeving is echter een fout geslopen wat betreft het aantal toiletten in een winkelfunctie. Ook is het voorschrift niet eenduidig toepasbaar bij met name verschillende gebruiksfuncties en gemeenschappelijke toiletruimten onder één dak.

Volgens het Bouwbesluit 2003 moet bij een gebruik met een bezettingsgraad B2 per 60 m2 gebruikoppervlakte aan winkelfunctie één toiletruimte aanwezig zijn. Daarmee zouden echter alle winkels sanitairwinkels worden. Voor de verbouwing van een groot winkelcomplex heeft TNO Bouw daarom op verzoek van de gemeente en de belegger aangegeven hoe het voorschrift voor het aantal toiletruimten eigenlijk had moeten luiden, geredeneerd vanuit de geschiedenis van de voorschriften. Dat advies hebben zij doorgestuurd naar het Ministerie van VROM. Vervolgens verscheen hierover een kleine passage in de MG-circulaire 2003-18 van 15 juli 2003, die handelde over het bouwen op verontreinigde grond en die uitsluitend naar de gemeentebesturen is gestuurd.

Een hangtoilet plaatsen behoort tot het inrichten en niet tot het bouwen.Een hangtoilet plaatsen behoort tot het inrichten en niet tot het bouwen.

Werknemers
De minister geeft daarin aan dat de achtergrond van de regelgeving primair is dat het uit oogpunt van gezondheid en bruikbaarheid gewenst is dat in nieuw gebouwde gebruiksfuncties voldoende toiletruimte voor gebruik door werknemers aanwezig is. Aldus wordt ook afstemming met de betreffende voorschriften van het Arbo-besluit bereikt. Het voorgeschreven minimale aantal toiletruimten voor de winkelfunctie is ten onrechte ook gekoppeld aan een grenswaarde van bezettingsgraadklasse en gebruiksoppervlak, waardoor ook het maximaal verwachte aantal bezoekers bepalend is voor het aantal benodigde toiletruimten. Deze omissie zal worden hersteld bij de komende wijziging van het Bouwbesluit 2003.

Daarbij gaat de minister voorlopig uit van een regeling waarbij:
• in winkelfuncties met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 400 m2 tenminste één toiletruimte aanwezig moet zijn;
• in winkelfuncties met een gebruiksoppervlakte van meer dan 400 m2 tenminste twee toiletruimten (waarvan tenminste één integraal toegankelijk) aanwezig moeten zijn.

De minister geeft aan dat zij er geen bezwaar tegen heeft wanneer gemeenten nieuwbouwplannen voor winkelfuncties in de bouwvergunningprocedure vooruitlopend op deze wijziging alvast dienovereenkomstig afhandelen. De minister gaat dus niet over tot reparatie van de regelgeving, maar staat gemeenten toe om in deze materie in strijd met het Bouwbesluit 2003 te handelen. Dat kan echter in privaatrechtelijke situaties, waar het Bouwbesuit 2003 ook geldt, tot een vreemde situatie leiden.

Volgens de nieuwe regels: een urinoir in een afgesloten toiletruimte. Bij een andere oplossing moet de gelijkwaardigheid worden aangetoond.Volgens de nieuwe regels: een urinoir in een afgesloten toiletruimte. Bij een andere oplossing moet de gelijkwaardigheid worden aangetoond.

Bijeenkomstfunctie
Bij ‘kleine’ bijeenkomstfuncties zit net zo’n merkwaardigheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor een kleine snackbar of een bakker die in een deel van zijn bakkerij koffie wil schenken en de mogelijkheid wil geven om een broodje in zijn zaak te eten. Het minimum aantal toiletruimten voor een ‘andere bijeenkomstfunctie’ is volgens tabel 4.34 van het Bouwbesluit 2003 twee stuks. In de bestaande praktijk zijn daar helemaal geen toiletruimten aanwezig (behalve één voor het personeel). Het oude Bouwbesluit vereiste past publieke toiletruimtes als mensen werden geacht daar langer dan 1 uur te verblijven. Het onlogische van de nieuwe eis is aan het Ministerie van VROM ter kennis gebracht, maar deze wordt vooralsnog niet gerepareerd. Is een ondernemer nu echter strafbaar als hij die toiletten niet aanlegt, omdat hij van oordeel is dat hij nodeloos op kosten wordt gejaagd?

Arbobesluit
De afstemming tussen het Bouwbesluit 2003 en het Arbeidsomstandighedenbesluit is ook nog niet optimaal. Een aantal bouwkundige zaken is nog steeds in het Arbeidsomstandighedenbesluit geregeld in plaats van in het Bouwbesluit 2003. Transparante regelgeving zou de voorkeur moeten hebben, zoals dat het geval was in de tekst van Bouwbesluit fase 2 (zie artikel 208 van Stb. 1998, 618).

Sinds 1 januari 2003 gelden het eerste lid en de eerste volzin van het tweede lid van artikel 3.24 van het Arbobesluit niet meer voor gebouwen, zo is bepaald in artikel 3.1A. Beide handelen over het aantal toiletten, wat al is geregeld in het Bouwbesluit 2003. De tweede volzin van dat tweede lid gaat echter ook over bouwkundige zaken (urinoirs en aantal toiletten), evenals het derde lid (ventilatie en situering nabij werkruimten). De inhoud van deze bepalingen moet reeds bij de bouw worden meegenomen. Omdat het Arbobesluit ook een wasbak vereist, moeten in de toiletruimte minimaal twee aansluitpunten van de voorziening voor drinkwater aanwezig zijn: 1 voor de spoelinrichting en 1 voor de wasbak. Het Bouwbesluit 2003 eist één aansluitpunt.

Toiletten volgens het Arbo-besluit

Artikel 3.1A van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt dat van onderstaande artikel 3.24 lid 1 en de eerste volzin van lid 2 niet meer gelden sinds 1 januari 2003. Daarmee zijn een aantal bouwkundige regels geschrapt. Ook de tweede volzin van lid 2 alsmede lid 3 stellen echter regels die al in de bouw moeten worden meegenomen.
Artikel 3.24 Toiletten, urinoirs en wasbakken
1. In een bedrijf of inrichting waar werknemers werkzaam plegen te zijn, is voor de werknemers ten minste één toilet aanwezig.
2. In een bedrijf of inrichting waar 10 of meer werknemers gelijktijdig werkzaam plegen te zijn, is voor iedere 15 of minder werknemers van hetzelfde geslacht ten minste één toilet aanwezig. Voor mannen mag voor een deel met urinoirs worden volstaan mits er ten minste één toilet voor iedere 25 of minder mannen aanwezig is.
3. De toiletten en urinoirs zijn doelmatig ingericht en goed geventileerd; zij bevinden zich in de nabijheid van de ruimten waar de werknemers hun werkzaamheden verrichten.
4. In een bedrijf of inrichting waar 10 of meer werknemers gelijktijdig werkzaam plegen te zijn, zijn de toiletten naar seksen gescheiden.
5. In of in de onmiddellijke nabijheid van de ruimten waarin de toiletten en urinoirs zich bevinden, zijn voldoende wasbakken aanwezig. De wasbakken zijn doelmatig geplaatst en beschikken over stromend water.

Gelijkwaardigheid
Het Bouwbesluit schrijft al sinds 1 januari 1999 geen toiletsanitair meer voor (wijziging van het Bouwbesluit Stb. 1998, 531, geluidwering structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer en enige dubo-maatregelen). In het Bouwbesluit 2003 is dat zo gebleven. Het realiseren van een toiletpot en bijbehorende spoelinrichting behoort dus al geruime tijd niet meer tot het bouwen in overeenstemming met de bouwvergunning. Dat geldt ook voor een handenwasbak en urinoirs. Het plaatsen van een toiletpot met spoelinrichting is dus inrichten en daarop zijn de voorschriften van het Bouwbesluit 2003 niet van toepassing.

Toch heeft de Werkgroep gelijkwaardigheid van de Vereniging Stadswerk hierover een uitspraak gedaan onder de titel ‘Diepte van een toiletruimte bij een hangtoilet’. Dat is vreemd want het plaatsen van een hangtoilet is geen bouwen en kan dus nimmer leiden tot strijdigheid met het Bouwbesluit 2003. En dus zijn gelijkwaardige oplossingen ook niet aan de orde en kan een gemeente ook niet optreden tegen situaties die afwijken van de oplossingen in de publicatie ‘Gelijkwaardige oplossingen’ (december 2003). Een gemeente zou dat ook niet moeten willen, omdat de rijkswetgever dat bewust aan marktpartijen heeft overgelaten.

De oude situatie: urinoirs in de voorruimte.De oude situatie: urinoirs in de voorruimte.

Oppervlak
In de zelfde publicatie zijn de afmetingen toiletruimten in groepen besproken (zie kader ‘Gelijkwaardigheid van de oude oplossing’). De Werkgroep gelijkwaardigheid redeneert dat als er een integraal toegankelijke toiletruimte aanwezig is in een groep, de overige toiletten niet langer hoeven te voldoen aan de afmetings- en toegankelijkheidseisen van het Bouwbesluit 2003. Dat vindt echter geen enkele steun in de besluittekst en evenmin in de achtergronddocumenten met de motivering van deze voorschriften. Het Bouwbesluit 2003 biedt deze mogelijkheid juist bewust niet. De eis van de vloeroppervlakte is vanwege bewust beleid (duurzaam bouwen) gewijzigd van 1 m2 vloeroppervlakte met een breedte van ten minste 0,8 m naar een breedte van ten minste 0,9 m en een lengte van ten minste 1,2 m. De gelijkwaardigheidsuitspraak leidt tot een ontheffing van het Bouwbesluit 2003 en daarvoor biedt de Woningwet geen mogelijkheid. Dit wordt temeer interessant nu met de voorgenomen wijziging van de Woningwet per 1 januari 2005 het handelen in strijd met het Bouwbesluit 2003 strafbaar wordt gesteld.

Urinoirs
De Werkgroep Gelijkwaardigheid geeft verder aan dat 25% van de toiletruimten door urinoirs mag worden vervangen. Het Bouwbesluit 2003 gaat uit van één toiletruimte per 20 werknemers, bij de rekenwaarde van de bezetting. Voor een kantoorfunctie met een gebruiksoppervlakte van 2.880 m2, bezettingsgraad B4 (= 160 werknemers als rekenwaarde) zijn dus minimaal 8 toiletruimten nodig. Volgens de gelijkwaardigheidsuitspraak mogen dit zes toiletruimten en twee urinoirs zijn. Het Arbeidsomstandighedenbesluit kent wel urinoirs, maar vereist daarnaast echter toch minimaal 1 toiletruimte per 25 personen (160/25= 7 toiletruimten). Aan het Arbeidsomstandighedenbesluit moet zijn voldaan, zodat het onverstandig is de gelijkwaardigheidsuitspraak te volgen.

Gelijkwaardigheid van de oude oplossing

De Werkgroep gelijkwaardigheid van de Vereniging Stadswerk gaat in de publicatie ‘Gelijkwaardige oplossingen’ (december 2003) in op de mogelijkheid om toiletgroepen in te delen volgens de regelgeving van voor het Bouwbesluit 2003. De Werkgroep beoordeelt de oude oplossing als zijnde gelijkwaardig aan de eisen van het Bouwbesluit 2003, terwijl het Bouwbesluit op grond van bewust beleid geen enkele mogelijkheid biedt voor deze oplossing.
De besproken toiletgroep bestaat uit drie delen, waaronder een integraal toegankelijke toiletruimte van 2,25 x 1,70 m. De twee andere delen hebben allebei een voorruimte, met een wasbak. In de ene voorruimte bevinden zich ook twee urinoirs, die voor twee toiletten worden geteld. De andere toiletruimten hebben op vloerniveau een breedte van ten minste 0,8 m. De breedte van de vrije doorgang van de toegangsdeuren naar de voorruimte en van de deur van de toiletruimten is ten minste 0,6 m. De wanden van de toiletruimten lopen niet van de vloer tot het plafond door. Ter plaatse van de vloer en het plafond is een vrije ruimte aanwezig. Per deel is voorzien in een voorziening voor luchtverversing.
Het Bouwbesluit 2003 bepaalt echter:
a. het aantal toiletruimten van een gebouw, met elk de minimum vloerafmetingen van 0,9 m x 1,2 m.
b. het aantal integraal toegankelijke toiletruimten met vloerafmetingen van minimaal 1,65 m x 2,2 m;
c. dat de som van het aantal gewone toiletruimten en van de integraal toegankelijke toiletruimten moet voldoen aan het aantal dat volgens het Bouwbesluit 2003 is verlangd. Bij verschillende gebruiksfuncties in een gebouw is dat aantal op grond van het Bouwbesluit 2003 niet eenduidig te bepalen (zie Bouwwereld 21, 2 december 2002).
d. dat toiletruimten afsluitbaar moeten zijn, hetgeen betekent dat de wanden van vloer tot plafond doorlopen en de deur de gehele opening afsluit. Dit heeft primair tot doel om geurverspreiding te voorkomen en het ventilatiesysteem goed te laten functioneren. Secundair heeft dat een privacy reden.
e. dat toegangen naar toiletruimten en toegangen in de route naar die toiletruimten een vrije doorgang moeten hebben, wederom vanuit het oogpunt van duurzaam bouwen, van 0,85 m breedte en 2,1 m hoogte. In de toekomst (streefdatum 1 januari 2005) zal dat 2.3 m worden.
Het Bouwbesluit 2003 kent geen reductieregeling voor het aantal toiletruimten bij toepassing van urinoirs. Het Bouwbesluit kent evenmin voorschriften voor handenwasbakken.

Afsluitbaarheid
Ook de afsluitbaarheid van toiletruimtes komt aan de orde in de uitspraak van de Werkgroep Gelijkwaardigheid, voor zo ver het urinoirs betreft. Basis van de uitspraak hierover is de privacy, maar bij de prestatie-eis van het Bouwbesluit gaat het niet om privacy, maar om beperking van geurverspreiding en het functioneren van het ventilatiesysteem. Bij het aantonen van gelijkwaardigheid moet dus worden bepaald welke ventilatiecapaciteit nodig is voor voldoende beperking van de geurverspreiding naar de voorruimte, waar mensen kunnen wachten. Dan moet eerst worden bepaald welke geurverspreiding er optreedt in de situatie dat normaal aan het Bouwbesluit 2003 is voldaan, de ventilatie functioneert en de toiletdeur voor het verlaten van de toiletruimte is geopend en gesloten. Bij niet afgesloten toiletten hoeft de ventilatiecapaciteit van de groep in ieder geval niet gelijk te zijn aan het aantal toiletruimten maal de volgens het Bouwbesluit 2003 vereiste capaciteit per (afgesloten) toiletruimte. Dan zal het in de groep van toiletruimten namelijk gaan ‘stormen’. De kosten die dat met zich brengt zijn een onnodige investering.

Meer informatie: www.zibb.nl/bouw

Tekst: Dr.ir. N.P.M. Scholten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.