Ga naar hoofdinhoud

Ventilatie en brandveiligheid garages

Regelgeving rondom parkeergarages

Er is verwarring over de regelgeving rondom ventilatie en brandveiligheid van parkeergarages. De SBR-publicatie ‘Parkeergarages: Brandveiligheid en ventilatie’ geeft aanbevelingen.

Bij de ventilatie van parkeergarages speelt niet alleen de luchtkwaliteit in de garage een rol, maar ook de emissie van verontreinigingen (met name benzeen) naar de omgeving en de brandveiligheid. De wettelijke eisen voor de luchtverversing en brandveiligheid zijn in het Bouwbesluit te vinden onder ‘overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen’. Eisen voor onder meer de vluchtroute-aanduiding en brandmeldinstallaties zijn in de gemeentelijke bouwverordening opgenomen. Het Besluit Luchtkwaliteit en het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer vormt het wettelijk kader voor de emissie van verontreinigingen naar de omgeving.

In de praktijk wordt ook gebruik gemaakt van methoden die buiten het wettelijk kader vallen. De voornaamste hiervan is NEN 2443 ‘Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’. Verder is in 2002 door het Landelijk Netwerk Brandpreventie (LNB) een richtlijn opgesteld voor grote mechanisch geventileerde parkeergarages, die – ondanks de conceptstatus – met regelmaat bij de beoordeling van parkeergarages wordt toegepast.

Luchtverversing
De ventilatie-eis voor garages in het Bouwbesluit kent de nodige beperkingen. In de praktijk wordt mede daarom vaak NEN 2443 als uitgangspunt gehanteerd. Daarmee is de benodigde ventilatiecapaciteit exact te berekenen op basis van onder meer de rijafstand en de maximaal toegestane CO-concentratie. Dit geldt voor zowel mechanisch als natuurlijk geventileerde garages. In de praktijk blijkt dat echter niet bij alle toetsende instanties bekend. Verder blijkt dat garages die niet voldoen aan de in NEN 2443 vermelde randvoorwaarden (zie tekening), toch op natuurlijke wijze voldoende kunnen worden geventileerd. De vertaling van de ventilatiecapaciteit in doelmatige voorzieningen, vereist wel de nodige expertise.

1. Van groot belang is of een parkeergarage open of gesloten is.1. Van groot belang is of een parkeergarage open of gesloten is.

2. Natuurlijke ventilatie van een parkeergarage.2. Natuurlijke ventilatie van een parkeergarage.

Emissie benzeen
Het Besluit luchtkwaliteit stelt eisen aan de totale benzeenconcentratie op straatniveau. Bij natuurlijke ventilatie is de verdunning van benzeen over het algemeen zo groot dat een nadere beoordeling hiervan in de regel niet noodzakelijk is. Bij parkeergarages met mechanische afvoer is nader onderzoek zinvol als er niet aan de eisen in het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer wordt voldaan. In de SBR-publicatie zijn de mogelijkheden voor nader onderzoek aangegeven.

Brandveiligheid
De voornaamste brandveiligheidsaspecten van parkeergarages vormen de grootte van het brandcompartiment en de vluchtmogelijk- heden. Het Bouwbesluit geeft hiervoor concrete eisen: maximaal 1.000 m² compartimentgrootte en een vluchtafstand van maximaal 40 m bij bezettingsgraadklasse B5. De vluchtafstanden zijn veelal niet het probleem. Wel zijn veel parkeergarages groter dan 1.000 m². In dat geval moet de aanvrager aantonen dat de brandveiligheid gelijkwaardig is aan garages van 1.000 m². De gemeente zal bij de beoordeling hiervan rekening moeten houden met de toetsingskaders van het Bouwbesluit. Het stellen van aanvullende eisen op basis van criteria die afwijken van de beginselen van het Bouwbesluit verdienen in dit kader een kritische beschouwing.

Open parkeergarages
Bij ‘open’ parkeergarages mag ervan uitgegaan worden dat rook en warmte kan wegstromen en wordt een nadere brandcompartimentering niet nodig geacht. De hamvraag is alleen: Wanneer is een garage open? NEN 2443 geeft hiertoe voor een specifieke geometrie enige aanwijzingen. Bij een afwijkende geometrie is het de vraag op welke gronden gelijkwaardigheid kan worden aangetoond. I CFD-berekeningen (zie figuren) zouden hier uitkomst kunnen bieden. De gelijkwaardigheid kan dan worden afgestemd op de ‘standaard’ gevelgeometrie-eisen. Omdat de rookafvoer hier een veiligheidsaspect betreft, is het logisch dat het model ervan uit moet gaan dat de rookafvoer meer dan voldoende werkt in bijvoorbeeld 95% van de omstandigheden (conservatieve / ongunstige weersomstandigheden).

3. Voorblad SBR-publicatie ‘Parkeergarages: Brandveiligheid en Ventilatie’.3. Voorblad SBR-publicatie ‘Parkeergarages: Brandveiligheid en Ventilatie’.

Gesloten parkeergarages
Voor gesloten garages groter 1.000 m² verwijst het Bouwbesluit naar het brandbeveiligingsconcept ‘Beheersbaarheid van Brand’. Volgens die methodiek kan met berekening van de vuurlast worden vastgesteld of een brandcompartiment voldoende veilig is. Hiermee zijn brandcompartimenten tot 5.000 m² toelaatbaar, zoals ook het geval was vóór het huidige Bouwbesluit in 2003. Een onverkorte toepassing van dit concept kan echter leiden tot enorme, ongecompartimenteerde garages die zelfs zouden mogen uitbranden! De SBR-publicatie stelt voor deze wetgeving nader te overwegen. Overigens kunnen op basis van privaatrechtelijke gronden wel aanvullende maatregelen worden overwogen om het risico van een voortschrijdende branduitbreiding te verlagen. Hierbij lijkt ten aanzien van het beperken van de branduitbreiding vooral het blussen van de brand het grootste risico met zich mee te brengen, vanwege de mogelijk geringe zichtlengte tijdens de brand. Hiervoor bestaan verschillende mogelijkheden die in de SBR-publicatie nader zijn uitgewerkt.
4/5. Visualisatie van temperatuur- en rookverspreiding met behulp van CFD-berekeningen.4/5. Visualisatie van temperatuur- en rookverspreiding met behulp van CFD-berekeningen.

Concept-richtlijn
In 2002 heeft het LNB een richtlijn opgesteld die is bedoeld om als NVBR Praktijkrichtlijn te worden uitgegeven. De essentie hiervan is dat een gesloten, mechanisch geventileerde parkeergarage groter dan 1.000 m² tijdig te doorzoeken moet zijn naar slachtoffers: deze moeten binnen een uur gevonden kunnen worden. Voor garages tot 5.000 m² wordt tienvoudige ventilatie voldoende geacht om na het blussen van een brand voldoende zicht te hebben tijdens het zoeken naar slachtoffers. Voor grotere garages moet dit nader met behulp van (CFD-)berekening worden aangetoond.

Bezwaar tegen deze richtlijn is dat deze verder gaat dan het Bouwbesluit, dat voor geen enkele gebruiksfunctie vereist dat deze tijdig doorzocht kan worden op slachtoffers. Juridisch gezien ontbreekt de basis hiervoor. Ook is er geen politiek besluit genomen om de veiligheid ten aanzien van dit punt te verhogen.

Tekst: ir. H. Versteeg, ir. E.W. Janse en ir. L.E.J.J. Schaap
Beeld: SBR en LBP

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.