fbpx Ga naar hoofdinhoud

Wbdbo-eisen leiden tot onveilig gebouw

Onduidelijkheid over schachten, kokers en kanalen

De eisen rond branddoorslag en –overslag zijn soms te stringent maar vaak ook zo vrijblijvend dat een onveilig gebouw kan ontstaan. Voor schachten, kokers en kanalen gelden geen afzonderlijke regels meer. Dat leidt tot onduidelijkheid.

Ter beperking van uitbreiding van brand geeft het Bouwbesluit 2003 regels voor brandcompartimentering en subbrandcompartimentering, met daaraan gekoppeld weerstandseisen tegen branddoorslag en brandoverslag.

De eisen voor brandcompartimentering (art. 2.104 en 2.105) zijn:
• Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment.
Uitzonderingen zijn een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een opstelplaats voor een verbrandingstoestel niet gelegen in een stookruimte. Ook een uitzondering is de liftschacht, onder voorwaarden van klassen van brandvoortplanting. In een liftschacht mogen echter geen leidingen lopen anders dan ten dienste van de lift.
• Een brandcompartiment heeft geen grotere gebruiksoppervlakte dan 1.000 m2.
• Een stookruimte is een brandcompartiment.
• Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m2 is een brandcompartiment.
• Een ruimte voor de opslag van bij de Regeling aangeduide brandgevaarlijke stoffen in een hoeveelheid als aangegeven in de gemeentelijke bouwverordening is een brandcompartiment.

Weerstand
De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) moet volgens art. 2.106 ten minste 60 minuten bedragen tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert en een niet-besloten veiligheidstrappenhuis. Volstaan kan worden met 30 minuten indien:
• de permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2, of
• het brandcompartiment en de besloten ruimte op hetzelfde perceel liggen en de hoogste vloer van een verblijfsgebied bij woningbouw niet hoger ligt dan 7 m en bij utiliteitsbouw niet hoger dan 5 m boven het aansluitende terrein. De wbdbo naar een veiligheidstrappenhuis blijft 60 minuten.

Verzwaring In een corridorflat die in de lengterichting in twee brandcompartimenten is verdeeld, geldt bij de overgang van de twee brandcompartimenten nu plotseling een wbdbo-eis van 60 minuten. Voorheen volstond een weerstand tegen rookdoorgang van 30 minuten. Immers, vanuit de theorie is er geen brand mogelijk in zo’n gang (rookvrije vluchtroute, met bijzondere eisen voor brandvoortplanting en rookproductie). De gevolgen voor een ventilatiesysteem laten zich raden. Volgens TNO Bouw zou kunnen worden volstaan met een brandklep die 30 minuten brandwerend is.Verzwaring In een corridorflat die in de lengterichting in twee brandcompartimenten is verdeeld, geldt bij de overgang van de twee brandcompartimenten nu plotseling een wbdbo-eis van 60 minuten. Voorheen volstond een weerstand tegen rookdoorgang van 30 minuten. Immers, vanuit de theorie is er geen brand mogelijk in zo’n gang (rookvrije vluchtroute, met bijzondere eisen voor brandvoortplanting en rookproductie). De gevolgen voor een ventilatiesysteem laten zich raden. Volgens TNO Bouw zou kunnen worden volstaan met een brandklep die 30 minuten brandwerend is.
Subbrandcompartimenten
Afdeling 2.14 regelt dan nog de subbrandcompartimentering:
• Een niet-gemeenschappelijke ruimte ligt in een subbrandcompartiment. Dit hoeft niet te gelden voor een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte, en een opstelplaats voor een verbrandingstoestel niet gelegen in een stookruimte.
De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een subbrandcompartiment naar een ruimte in het brandcompartiment, een ander brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, en een niet besloten veiligheidstrappenhuis is niet lager dan 60 of 30 minuten, afhankelijk van de situatie (permanente vuurbelasting en hoogte).

Dat betekent dus dat alleen niet-gemeenschappelijke ruimtes een subbrandcompartiment vormen, zoals een woning in een woongebouw of een kamer in een hotel of een cel in een gevangenis.

Wbdbo-eisen in een tienlaags flatgebouw

In de tekeningen zijn de eisen uitgewerkt zoals die gesteld worden op grond van het Bouwbesluit 2003. De voorschriften leiden enerzijds ten dele tot een te grote mate van veiligheid en daarmee tot onnodig dure voorzieningen. Anderzijds is er sprake van een te grote mate van onveiligheid die het functioneren van de brandweer onnodig belemmert en mensen ernstig in gevaar kan brengen. Deze eisen zijn met rode cijfers aangeduid.
• In veel gevallen zou kunnen worden volstaan met een 30 minuten wbdbo-eis tussen subbrandcompartimenten. De inhoud van artikel 2.118, derde lid, berust op een misverstand bij de brandweer. De reductieregel van 30 minuten zou niet moeten zijn gerelateerd aan de hoogte van een verblijfsgebied, maar uitsluitend aan de permanente vuurbelasting.
• De GFT-ruimte zou logischerwijze een subbrandcompartiment moeten zijn met een wbdbo-eis van 60 of 30 minuten, afhankelijk van de permanente vuurbelasting van het subbrandcompartiment. Er is ook veel voor te zeggen om gelet op het gebruik altijd 60 minuten wbdbo te realiseren.
• De brandweerlift zou een afzonderlijk brandcompartiment moeten zijn met een wbdbo-bescherming van ten minste 60 minuten vanuit ruimten zonder de vluchtwegstatus (= brand- en rookvrije vluchtroute).
• Vanuit ruimten zonder vluchtwegstatus zou naar een liftschacht een wbdbo moeten gelden van 60 of 30 minuten, afhankelijk van de vuurbelasting, waarbij die liftschacht als zelfstandig brandcompartiment of als onderdeel van brandcompartiment geldt.
• Tussen een ruimte met vluchtwegstatus en een veiligheidstrappenhuis zou geen eis moeten gelden.
• Vanuit een subbrandcompartiment naar een veiligheidstrappenhuis zou altijd een 60 minuten wbdbo moeten gelden.
Figuur 2
Opmerkingen bij figuur 2 (verticale doorsnede A-A):
• Tussen twee subbrandcompartimenten geldt bij een verblijfsgebied boven de 7 m altijd 60 minuten. Deze verzwaring berust naar het ons oordeel op een verkeerde veronderstelling; ook in dat geval kan met 30 minuten worden volstaan, bij een permanente vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2. Het zou niet moeten kunnen dat op de brandcompartimentscheiding de eis wordt verzwaard omdat daar ook de subbrandcompartimenten aan elkaar grenzen.
• (rookvrij vluchtroutes van verschillende subbrandcompartimenten met een vluchtwegstatus) zou achterwege moeten worden gelaten.
Figuur 3
Figuur 3 kent aanvullingen op figuur 2. Het feit dat de gemeenschappelijke GFT-ruimte geen subbrandcompartiment is, komt ons als niet juist voor. Een brand in de schacht in het onderste deel van het woongebouw kan ook in alle aangrenzende woningen tot brand leiden. Dat zou niet moeten kunnen.
Figuur 6
Voor kanalen (bijvoorbeeld ventilatie, rookafvoer of riolering) is niet zonder meer duidelijk hoe het Bouwbesluit 2003 moet worden geïnterpreteerd. Is een kanaal een ruimte en maakt deze daarom deel uit van een brandcompartiment? Hoe zou dit dan moeten werken in relatie tot subbrandcompartimenten waarbij alleen niet-gemeenschappelijke ruimten deel kunnen uitmaken van een subbrandcompartiment? In een woongebouw zijn ventilatiesystemen, rioleringen en rookafvoer voor een belangrijk deel gemeenschappelijk. Kanalen moeten daarom anders worden bezien. Via een kanaal kan een branduitbreidingstraject lopen tussen brandcompartimenten of tussen een subbrandcompartiment en een andere ruimte. De wbdbo via dat branduitbreidingstraject moet aan de wettelijke voorschriften voldoen. Voor de installatiewereld is het echter de vraag hoe hoog die eisen zijn. Ook voor die uitbreidingstrajecten gelden dezelfde moeilijkheden als voor bouwkundige scheidingsconstructies, zoals vorenstaand geschetst.
Figuur 7
In figuur 7 zijn die moeilijkheden aangegeven voor het behandelde woongebouw. Om aan de prestatie-eisen te voldoen kunnen – mits de kanalen niet smelten ten tijde van de standaard brand – brandkleppen worden opgenomen. De oplossing kan ook worden gezocht in voldoende brandwerende manchetten ter plaatse van de doorbreking van de brandscheiding. De oplossingen die tot voor kort toereikend waren, voldoen formeel niet meer aan het Bouwbesluit 2003. De vraag is echter of de wetgever zich hiervan voldoende bewust is geweest of dat bepaalde eisen, achteraf bezien, niet onnodig zijn verhoogd. Deze zijn in rood in het figuur aangegeven.
Schachten
In deze regelgeving worden kokers, kanalen en schachten niet afzonderlijk genoemd. Deze moeten dus aan de bovenstaande regels voldoen. Het is echter niet duidelijk of een schacht, koker of kanaal een ruimte of een onderdeel van een ruimte is als bedoeld in artikel 2.104. In ieder geval zijn leidingkokers geen subbrandcompartiment omdat ze in bijvoorbeeld een woongebouw grotendeels gemeenschappelijk zijn.

Tot vorig jaar waren de brandwerendheidseisen voor kanalen, kokers en schachten vol-strekt duidelijk. De eisen hiervoor werden expliciet genoemd: ‘De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen een brandcompartiment als bedoeld in NEN 6082, en een schacht, koker of kanaal met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m2 is ten minste 60 minuten, bepaald volgens NEN 6068.’
Dit voorschrift was niet van toepassing voor kokers, kanalen en schachten voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht grenzend aan ten hoogste één brandcompartiment of gelegen in en uitsluitend bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.

Overige regels
Voor schachten, kokers en kanalen gelden nog wel afzonderlijke regels ter beperking van het ontstaan van brand, beperking van de ontwikkeling van brand en beperking van de rookproductie. Zo moet ter voorkoming van brand materiaal aan de binnenzijde van een kanaal, koker of schacht met een inwendige doorsnede van meer dan 0,015 m2 en grenzend aan meer dan één brandcompartiment, over een dikte van 10 mm onbrandbaar te zijn.

Om ontwikkeling van brand tegen te gaan moet een kanaal, koker of schacht die constructieonderdeel is in de zin van het Bouwbesluit, in ieder geval voldoen aan klasse 4 van de bijdrage tot brandvoortplanting en in sommige gevallen aan klasse 2. Van deze eisen kan worden afgezien als het oppervlak van de schacht, de koker of het kanaal valt binnen de 5%-regel van een ruimte waaraan de schacht, de koker of het kanaal grenst. Deze regel is gemaakt omdat kleine onderdelen, zoals wandcontactdozen en lichtpunten, niet aan het voorschrift voldoen en toch geen gevaar opleveren. Het gaat daarbij dus om kleine niet aaneengesloten oppervlakken.

Tekst: Dr.ir. N.P.M. Scholten
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

2 reacties op “Wbdbo-eisen leiden tot onveilig gebouw

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.