Ga naar hoofdinhoud

Toekomst brandveilig bouwen ter discussie

brandveiligheid

Door schokkende branden als die in de Notre Dame in Parijs, de Londense Grenfell Tower in 2017 en grote veestallen in eigen land staat brandveiligheid weer volop in de schijnwerpers. En dan blijkt dat zelfs in een goed gereguleerd land als Nederland de organisatie en borging van brandveiligheid nog veel te wensen overlaat. “Zorg weer voor een opzichter op het werk, zodat er weer met kennis van zaken toezicht wordt gehouden.”

De verzuchting van architect Jan van Hunnik van architectenbureau Van Hunnik, Lambrechts en Overduin uit Hardinxveld-Giessendam was één van de vele verbeterpunten die werden aangedragen tijdens een recente rondetafelsessie in informatiecentrum Futureland op de Maasvlakte. Daar kwam een twintigtal projectontwikkelaars, aannemers, adviesbureaus, architecten, installateurs, verzekeraars en toeleveranciers bijeen om te discussiëren over de toekomst van brandveilig bouwen. Het was de eerste van een serie van drie rondetafelsessies over brandveiligheid die Xella in mei, juni en september organiseert onder de noemer ‘Brandende kwesties‘.

Het moet een stuk ambitieuzer

Uit de discussie onder leiding van gespreksleider Marcel van Duijn (o.a. hoofdredacteur Brandveilig.com) blijkt dat de organisatie rond brandveiligheid in ons land redelijk op orde is, maar de minimale zesjescultuur zeker niet ontstijgt. Het kan en moet allemaal een stuk ambitieuzer, vonden de aanwezigen. Wat ontbreekt zijn voldoende bewustzijn en kennis van brandveiligheid, een veeleisende, heldere en eenduidige wet- en regelgeving, deugdelijke consequente handhaving en vooral ook een centrale regie. Partijen beperken zich veelal tot hun eigen stukje verantwoordelijkheid en hebben vaak te weinig oog voor het grote plaatje: een optimaal brandveilig gebouw.

Veel meer investeren in brandveiligheid

Volgens Jos Lichtenberg, emeritus hoogleraar Bouwproductontwikkeling aan de TU Eindhoven, schort het in alle geledingen aan serieuze aandacht voor en grondige kennis van brandveilig bouwen. “Zowel bij ontwerpers als uitvoerders is de kennis van brandveiligheid ondermaats. Slechts weinigen weten wat er bij een brand daadwerkelijk gebeurt en hoe de gevolgen beperkt kunnen worden.”

In de basis gaat het al fout.

Opleidingen besteden weinig aandacht aan brandveiligheid, waardoor het thema bij weinigen echt goed op het netvlies staat. “Het is een inkoppertje, maar daarin schiet de keten echt te kort”, meent adviseur dr. ir. Ralph Hamerlinck van brandveiligheidsadviesbureau Hamerlinck uit Roosendaal. Alleen een branchebrede aanpak kan hierin verandering brengen. “De hele bouwkolom moet veel meer investeren in kennis over brandveiligheid. We moeten werken aan een branchebrede aanpak, zodat HBO-ers het woord ‘brand’ kunnen spellen als ze klaar zijn met hun studie. Dat is ook de enige manier om de Wet Kwaliteitsborging te kunnen laten slagen. Anders blijft het doormodderen.”

Rampzalige brand niet uit te sluiten

Een rampzalige brand als die in Grenfell Tower is ook in Nederland niet uit te sluiten, stelde Jos Lichtenberg. Onze wet- en regelgeving wijkt niet veel af van die in Engeland en het Bouwbesluit stelt slechts minimale eisen aan de brandveiligheid en biedt veel ruimte voor eigen interpretatie door de marktpartijen.

De cijfers spreken wat dat betreft boekdelen. In 2018 waren er in Nederland 33 doden te betreuren door rookvergiftiging bij brand. En grote stallenbranden kostten de afgelopen tien jaar ruim 1,5 miljoen dieren het leven. In de periode 2000-2016 waren er gemiddeld 109 branden per jaar met een brandschade boven € 1 miljoen en maar liefst 14.000 branden met een schade onder de € 1 miljoen. Totale jaarlijkse verzekerde schade: € 467.000.000,- per jaar (bron NIVRE). De bijkomende maatschappelijke kosten van blussen, opruimen, hinder, milieuschade en dergelijke waren naar schatting nog eens vier keer zo hoog.

Wet Kwaliteitsborging gemiste kans

De nieuwe Wet Kwaliteitsborging, die onlangs door de Eerste Kamer is aangenomen, lijkt daarin voorlopig weinig verandering te brengen. “Te veel nadruk op duurzaamheid en te weinig op (brand)veiligheid”, was de algehele stemming. Een gemiste kans, want zo ligt de uitdaging nog steeds vooral op het bordje van de marktpartijen die zonder eensluidende heldere voorschriften en een goede consequente handhaving niet altijd goed weten waar ze aan toe zijn. Aannemer Arjan Meerkerk van Bouwonderneming Stout B.V. uit Hardinxveld-Giessendam: “Wij hebben veel overleg met Veiligheidsregio Utrecht, de gemeente en de opdrachtgever. Dat gaat vaak heel goed. Maar in een andere gemeente zegt de brandweer doodleuk dat ze niet naar woongebouwen komen kijken.”

Zorg weer voor een opzichter op het werk

De versplintering van verantwoordelijkheid en het gemis aan een goede centrale regie doen Van Hunnik hevig terugverlangen naar de bouwinspecteur van vroeger. “Zorg weer voor een opzichter op het werk, zodat er weer met kennis van zaken toezicht wordt gehouden.” Ook de architect moet de regie over de brandveiligheid weer veel meer naar zich toe trekken. De snel toenemende informatiestromen en verdergaande versnippering en digitalisering van het ontwerp- en bouwproces maken die regierol volgens Van Hunnik alleen maar urgenter. “Iemand moet de centrale regie hebben. Iemand met overzicht en kennis van zaken. Tegenwoordig zit je al snel met vijftien adviseurs aan tafel, en niemand die nog echt het hele plaatje overziet. De architect is daarvoor de aangewezen partij, als spin in het web.”

Verzekeraars eerder bij project betrekken

Uiteraard speelt ook geld een belangrijke rol. Brandveiligheid kost immers geld. Van Hunnik: “Een opdrachtgever die het gebouw zelf gaat gebruiken, let vanuit zichzelf goed op brandveiligheid. Projectontwikkelaars en ontwikkelende aannemers die bouwen voor de markt, willen hun projecten opleveren voor een goede prijs en doen doorgaans alleen wat wettelijk verplicht is. Het minimale dus.” Ze vinden daarbij de overheid aan hun zijde, want de brandveiligheidswetgeving richt zich alleen op de veiligheid van bewoners en gebruikers en van de buren, niet op het voorkomen van financiële schade.

De verzekeraar doet dat wel, maar die wordt veelal (te) laat bij het project betrokken. Risicodeskundige Onno Flapper van Nationale Nederlanden ziet dat graag snel veranderen. “Hoe eerder we kunnen adviseren over brandveilige voorzieningen als sprinklers en compartimentering, hoe beter, zodat klanten bij een serieuze calamiteit toch een doorstart kunnen maken.” Ralph Hamerlinck: “Ik probeer al 30 jaar de verzekeraar meer aan het woord te laten, maar dat lukt steeds niet. Dat zit blijkbaar in de structuur en hoe iedereen zijn rol speelt. Toch denk ik dat als de verzekeraars de handen ineenslaan en zij partijonafhankelijk hun kennis naar de markt brengen, ze in staat zouden zijn de markt in de juiste richting te sturen.”

Doelgericht samenwerken in héle bouwkolom

De levendige discussie in Futureland onderstreept volgens sales manager Jan IJzerman van Xella eens temeer het belang van doelgerichte samenwerking in de hele bouwkolom, van opdrachtgever, ontwerper en constructeur tot en met aannemer, overheid, brandweer, adviseur, producent en leverancier. Iedereen moet daarin zijn verantwoordelijkheid nemen. “Alleen zo kom je tot optimale oplossingen en weet je zeker dat die oplossingen ook echt aantoonbaar brandveilig zijn.”

IJzerman keek soms behoorlijk op tijdens de bijeenkomst, vertelt hij na afloop. “Als leverancier van prefab wand- en dakplaten van cellenbeton adviseren we onze klanten regelmatig over specifieke details voor brandveilige gebouwoplossingen. Maar ondanks al onze expertise en ervaring was het voor mij een echte eye-opener dat belangrijke brandveiligheidsdetails kennelijk nog steeds vaak in het lopende bouwproces worden geëngineerd. Dat bewijst nog maar eens hoe belangrijk het is om zaken goed met elkaar af te stemmen.”

Iedereen vanaf begin met elkaar aan tafel

Samenwerken is ook het sleutelwoord in de afsluitende woorden van discussieleider Marcel van Duijn: “Voor een echte omslag is beter samenwerken een must. De bouwteamgedachte. Vooral bij nieuwbouwprojecten moet daarom iedereen vanaf het begin met elkaar aan tafel zitten, ook de brandweer en verzekeraar. De architect moet zijn regierol weer terugpakken. En in de opleidingen moet meer aandacht komen voor brandveiligheid. Ten slotte adviseer ik iedereen de nieuwe editie van de ‘Essentiële bouwkundige controlepunten’ van Brandveilig Bouwen Nederland te lezen. Een must voor iedereen die met brandveiligheid bezig is…”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Eén reactie op “Toekomst brandveilig bouwen ter discussie

  • Via bureau Veritas stel ik vragen aan de gemeente Veldhoven of er is voldoen aan de brandveiligheidseisen zoals afdichtingen , installaties en nog diverse vragen. Bij een appartementencomplex van 297 appartementen . Hoogbouw met een ondergrondse parkeergarage gebouwd door een bevriende projectontwikkelaar. Antwoord de heer Derijcke van de gemeente Veldhoven: alhoewel deze voor de vergunning aangeleverd hadden moeten worden is dit nooit gebeurd. Ook op het plaatsen van geen brandvertragende ramen en ramen met breukbeveiliging is nooit gereageerd. Wel wordt duidelijk dat de brandveiligheid in de parkeergarage niet juist is. Je kunt afspreken wat je wil als een gemeente andere prioriteiten heeft blijft het een janboel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.