Ga naar hoofdinhoud
Wetten, regels en normen

Omgevingswet in werking getreden

Na jaren van voorbereiding is de Omgevingswet 1 januari in werking getreden. De Omgevingswet bundelt 26 wetten en tal van regels en voorschriften over onze fysieke leefomgeving in één wet. De bedoeling is dat de nieuwe wet het maken van plannen en het uitvoeren van projecten in de fysieke leefomgeving makkelijker maakt dan voorheen.

De Omgevingswet is al in 2016 aangenomen, maar de inwerkingtreding werd een aantal keer uitgesteld. Afgelopen maart besloot de Eerste Kamer echter onherroepelijke inwerkingtreding per 1 januari 2024. Hoewel de Eerste Kamer hier wel voorwaarden aan verbonden had en een groot deel van de Eerste Kamer vond dat minister Hugo de Jonge (BZK) zich met de doorontwikkeling van de Omgevingswet niet aan alle voorwaarden had voldaan, hield de minister voet bij stuk: vanaf het nieuwe jaar is het nieuwe stelsel actief.

Bij het aanvragen van (bouw)vergunningen en het doen van meldingen bij het nieuwe Omgevingsloket moeten bedrijven (en particulieren) een vragenlijst afwerken, die soms best ingewikkeld en soms ook verwarrend kan zijn. Vorig jaar werd in een zogeheten ‘mkb-toets’ al duidelijk dat het voor bedrijven simpeler moest kunnen. Branchevereniging Bouwend Nederland heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van het systeem en in de praktijk laten testen op ‘mkb-vriendelijkheid’ door ondernemers. Door de toevoeging van enkele filtervragen voor milieubelastende activiteiten is de resulterende maatregelenlijst korter geworden en meer op maat toegesneden voor de ondernemer.

Van ‘nee, tenzij, naar ‘ja, mits’

In de Omgevingswet klinkt een nieuwe benadering van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving door. Bij nieuwe initiatieven wordt overstapt van het beginsel ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Voorheen was een activiteit verboden als niet aan een aantal regels werd voldaan; in de Omgevingswet is een activiteit in beginsel is toegestaan tenzij er regels zijn die er beperkingen aan stellen of het expliciet verbieden. Voor een aantal activiteiten geldt nu een meldingsplicht, waar voorheen nog een vergunningsplicht gold.

Dat betekent uiteraard niet dat zomaar alles kan. Er zijn enkele duidelijke begrenzende en kaderstellende bepalingen in de Omgevingswet opgenomen. Een daarvan is de zorgplicht. Die houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer.

Verder is het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Bijvoorbeeld een milieuverontreiniging die aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, bodem of water veroorzaakt.

Ook is participatie in de nieuwe Omgevingswet wat sterker verankerd. Dat houdt in dat belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) in een vroegtijdig stadium worden betrokken bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.

Zorgen

Verschillende experts en politici waarschuwden afgelopen tijd voor de invoering van de Omgevingswet, omdat die simpelweg nog niet ver genoeg uitgewerkt zou zijn. De angst dat er per 1 januari een opstopping zou komen in de pijplijn van de vergunningaanvragen, leidde dan ook tot een hausse aan vergunningaanvragen via het oude systeem in de laatste weken van 2023. Vooral de problemen bij de digitale achterkant van het loket, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) waren een bron van zorg. Ook ná 1 januari duiken er op sociale media al berichten op van niet-werkende onderdelen.

Minister De Jonge wilde echter niet weten van nog een keer uitstel, zo liet hij keer op keer weten. In een brief in november liet hij nog eens weten hoe hij in de wedstrijd staat. De zorgen die er bij de bevoegd gezagen leven worden aangepakt, zo stelde hij. “Uiteraard betekent het niet dat de invoering van een dergelijk omvangrijk wetgevingstraject probleemloos kan en zal verlopen. Wel betekent het dat schouder aan schouder wordt opgetrokken om voorkomende invoeringsproblemen te voorkomen of zo spoedig mogelijk te verhelpen, zowel tot 1 januari als na 1 januari 2024.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.