Ga naar hoofdinhoud

Tijdelijke installaties van Frank Havermans

Kapkar Stichting Fabricaat Frank Havemans

Van jongs af aan wilde hij zich niet laten vangen in een systeem of bureaucultuur, maar zelf dingen ontwikkelen. Na de Akademie voor Kunst en Vormgeving koos hij er dan ook voor geen architectuuropleiding te volgen, terwijl hij wist dat het zijn vakgebied zou worden. Kunstenaar Frank Havermans maakt op onverwachte locaties tijdelijke installaties die op eigentijdse wijze refereren aan de historie van de plek. Die vrije manier van met architectuur omgaan is zijn doel.

Kunstenaar/vormgever Frank Havermans werkt in het veld van architectuur en openbare ruimte. Hij ontwerpt en produceert architectonische installaties met en zonder gebruiksfuncties. Havermans studeerde architectonische vormgeving aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving Sint Joost in Breda en koos er bewust voor om daarna geen architectenopleiding te gaan volgen. Toch wist hij dat architectuur zijn vakgebied zou gaan worden. De studie bracht hem tot het inzicht dat je als ontwerper maar beter kunt kiezen voor een zo groot mogelijke ontwerpvrijheid binnen je vakgebied. Dat is belangrijk voor hem omdat uitdrukkingsvrijheid bepalend is voor wie je bent als kunstenaar. Van jongs af aan wilde hij zich niet laten vangen in een systeem of bureaucultuur, maar zelf dingen ontwikkelen. Daarom begon hij zijn loopbaan als solist.

Wat was je eerste opdracht?

Een kleine verbouwing voor een particuliere opdrachtgever in Eindhoven. Het ging die opdrachtgevers niet zozeer om meer, maar om een betere en lichtere ruimte aan de achterkant van hun woning. De man was filosoof en nadenken ging volgens hem beter in een hogere ruimte. Ik heb toen zelf een stuk uit de muur van de keukenaanbouw gezaagd en een soort doosje gemaakt en dat aan de achterkant van het huis gehangen. Er zit een bank in het doosje en achter je heb je dan een hoge ruimte die mentaal bevrijdend werkt. Het programma was vrij eenvoudig en het bleek, dat je met relatief weinig middelen toch kwaliteit aan het bestaande kunt toevoegen. Wat die aanbouw een echte Havermans maakt? De symbiose van twee totaal verschillende werelden die toch een eenheid vormen. Dat gebeurt met het meeste van mijn werk. Door iets vervreemdends aan het bestaande toe te voegen, benadruk en bevraag ik de historische context en geef ik het nieuwe object tegelijkertijd de ruimte om zichzelf te zijn. Dat is dubbele winst.

Wat is jouw handschrift?

Ik heb een eigen stijl ontwikkeld, maar hoe dat in de praktijk ging, kan ik niet eens goed uitleggen. Kennelijk zitten er bepaalde ontwerpopvattingen in m’n genen die op een bepaald moment tot uitdrukking kwamen. Als ik terugkijk, dan zie ik dat ik vanaf het eerste doosje in Eindhoven een lijn heb ingezet die ik trouw bleef volgen en doorontwikkelen. Verder heb ik vanaf m’n eerste stappen er bewust voor gekozen autonoom in mijn ontwerpproces te staan. Alleen zo kan ik precies doen wat ik wil. Bij een architectenbureau zou dat nooit gelukt zijn. Daar bewandel je het ontwerpproces in teamverband en krijg je hoe dan ook een soort hybride ontwerpresultaten. Dat is niks voor mij. Daarom werk ik als ontwerper het liefst alleen.

Geef eens een voorbeeld van jouw manier van werken

Voor het Glaspaleis van Peutz in Heerlen werd aan mij gevraagd iets met het gebouw te doen. Het was een volkomen vrije opdracht. Ik wil met mijn ontwerpen een duidelijke uitspraak doen in relatie tot de omgeving waarvoor ik iets maak. Ik ben rond het gebouw gaan lopen en toen viel mijn oog op een groot leeg gevelvlak aan de kant van het plein. Het monument heeft na ruim 80 jaar zijn plek in de geschiedenis van de stad verworven. En dan ben ik benieuwd naar hoe ik daar een nieuwe laag op kan aanbrengen; zowel op het gebouw als op de stad. Wat ik bedacht, is een installatie die aan dat lege gevelvlak hangt. Ik heb nadrukkelijk gekozen voor een link met het mijnbouwverleden van de stad, omdat na de sluiting van de mijnen in pakweg 15 jaar alles wat met die industrie te maken had, verdwenen is. Zelfs de heuvels van mijnafval zijn afgegraven. Dat heeft enorme trauma’s veroorzaakt in de stad. De installatie is gebaseerd op een bepaalde liftschacht die boven de mijnschacht stond. Het tast het gebouw in zekere zin aan. Is een soort provocatie, maar daar ben ik niet bang voor. Tegelijkertijd is de installatie constructief afhankelijk van het gebouw waar het aan hangt en gebruikt het een plek die normaal gesproken onbenut blijft. Dat vind ik een interessant gegeven.

En de inwoners van Heerlen snapten jouw gebaar?

Er is wel wat commentaar gegeven, maar over het algemeen is de beeldtaal van de installatie goed ontvangen. Ook door mensen die weinig affiniteit met beeldende kunst hebben. En dat is wat ik wil. Met kleine, tijdelijke interventies op onverwachte plekken locatiegebonden installaties maken zonder te veel te historiseren. Voor een ander plein in een andere stad had ik iets heel anders bedacht. Die vrije manier van met architectuur omgaan, dat is wat ik wil.

Je werkt vaak zonder constructeurs of aannemers. Hoe zorg je ervoor dat jouw installaties overeind blijven?

Doordat ik niet als architect ben opgeleid, maar toch architectuur wil maken, wist ik dat ik zelf de dingen moest bouwen om überhaupt een kans te krijgen iets neer te zetten. Bovendien kom ik uit een familie van aannemers. Ik kreeg bouwen en timmeren dus met de paplepel ingegoten en weet het nodige van bouwen en bouwmaterialen. Maar ik wilde dat zelfbouwen ook omdat er in het bouwproces tussen de ontwerper en het eindproduct veel te veel tussenlagen zitten. In de beeldende kunst is het doodnormaal dat je je eigen gedachten vormgeeft. Ik wilde dat principe introduceren in de architectuur en dat gaat beslist niet als je het ontwerp door een aannemer laat uitvoeren. Dan wordt het een heel ander ding omdat aannemers en constructeurs direct beginnen met praktische bezwaren opwerpen. Ik hou het bouwproces dan ook veel liever zelf in de hand. Maar de laatste jaren besteed ik toch meer uit. De projecten worden groter. Doordat ik zelf veel bouwde, weet ik hoe je dit soort processen moet aansturen om toch het beoogde resultaat te krijgen.

Wat doen al die modellen in het atelier?

Ik begin direct mijn ideeën in de derde dimensie te schetsen waarbij ik me in eerste instantie laat leiden door mijn intuïtie. Zo onderzoek ik wat ruimtelijk interessant is voor een locatie. Zonder schaal en functies en zonder een programma van eisen. Een heel ander ontwerpproces dan in de architectuur gebruikelijk is. Daar is het programma van eisen leidend en daar ga je mee aan de slag. Een oplossende manier van denken. In het proces maak ik tussen de tien en twintig modellen. Naar het eind toe voeg ik steeds meer schaal en functie toe. Dat doe ik heel precies. De uiteindelijke maquette van de installatie is qua maatvoering zo goed gedetailleerd dat ik hem in de werkplaats een op een kan namaken. Mijn architectonische installaties interveniëren in de bestaande ruimte en voegen er een laag aan toe. Ze moeten door hun aanwezigheid en functie de ruimte spannender maken.

Waar lig je wakker van als het om architectuur gaat?

Ik sta op zich redelijk ver van de dagelijkse architectuurpraktijk af, maar waar ik me erg druk om kan maken, is over hoe slecht en smakeloos er gebouwd wordt in veel buitengebieden. Ik woon daar en het valt me elke dag weer op. Wat me verder bezighoudt, is dat Nederland veel goede architectenbureaus heeft. Alles wat ze maken is prima gereguleerd en meestal mooi ontworpen, maar op de een of ander manier maakt dat veel steden en woonwijken ook saai. Loop je door steden als Hong Kong of Chongqing in China, dan zie je bijna niets moois. Zowat alles is er lelijk en slecht onderhouden. Bijna niks klopt. Toch zijn het interessante steden. Veel levendiger en dynamischer althans dan alle steden die ik ken in Europa. Hoe dat kan? Ik denk dat de architectuur en stedenbouw bij ons te gereguleerd is. Een beetje meer chaos en vrijheid kan beslist geen kwaad. Niet alles hoeft strak en aangeharkt te zijn.

Wat kan de architectuur van jouw manier van werken leren?

Hoe je andere typologieën kunt ontwikkelen en niet steeds vanuit de klassieke analyse tot een ontwerp komt dat toch weer op een soort doos lijkt. Dat de architectonische uitkomst zowat altijd hetzelfde is, ligt ook aan de opleiding en de manier waarop het bouwproces bij ons georganiseerd is. Alles moet efficiënt en maximaal winstgevend zijn en dan is een vierkant raam een stuk goedkoper dan een rond of schuin afgesneden raam. Het is ook een gevolg van het succes van het modernisme dat begin vorige eeuw inzette. Die manier van denken zit zo sterk in onze cultuur gebakken dat bijna niemand zich er van los kan maken. Daar probeer ik me dus wel aan te ontworstelen.

En was dat vroeger anders?

Toen bouwde mensen hun huizen van materiaal dat in de omgeving voorhanden was. Zat er een bocht in een stuk hout, dan paste je het ontwerp daarop aan, maar ‘de bocht’ is er zoetjes aan uit geredeneerd. Alles moet recht en haaks zijn, pas dan kun je efficiënt bouwen lijkt de gedachte. Begrijp me niet verkeerd. Vroeger was het zeker niet beter en ik wil beslist niet terug naar die tijd, maar bouwen gaat om meer dan je overgeven aan wat gangbaar is. Je moet wel nieuwsgierig blijven. Ik zoek in alle vrijheid naar wat constructief nog mogelijk is. Mijn advies? Nieuwsgierig blijven en kiezen voor je vrijheid.

Nog een tip voor de aanstormende generatie?

Wat ik belangrijk vind, is om zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces een model te maken om de derde dimensie te kunnen voelen. Architectuur is nou eenmaal geen plat, maar een driedimensionaal vak. Ongeacht met welke ontwerpsoftware je werkt en hoezeer je het model schijnbaar van alle kanten kunt bekijken, een computerscherm blijft plat. Pas als je je ontwerp fysiek maakt – een model dus – kun je het resultaat driedimensionaal beoordelen. Je kunt dan ook ‘voelen’ of een ruimte klopt. Dat is ook de reden waarom ik altijd modellen maak en nauwelijks met een beeldscherm werk. Helaas kiezen veel architecten alleen voor de computer en zien ze het resultaat van hun ontwerpinspanning pas op de bouwplaats. Als je modellen maakt, ben je al aan het bouwen met je handen en volg je de handelingen van hen die het gebouw straks voor je gaan maken. Bovendien heeft de software zo zijn beperkingen. Geprogrammeerde effecten kunnen heel bedrieglijk zijn. Schaduwwerking en lichtval bijvoorbeeld zien er op een beeldscherm echt anders uit dan in werkelijkheid. Ik kan geen beslissing nemen zonder een model in mijn vingers.

Frank Havermans

Frank Havermans (Breda, 1967) studeerde architectonische vormgeving aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving Sint Joost in Breda. Havermans stond in 2002 op de longlist van de Prix de Rome (sculpturen) en in 1996 en 2006 won hij de Houtprijs Architectuur. In 1999 startte hij Studio Frank Havermans (studio for Architectural art, Design and Urban Space).

Tekst: Peter de Winter. Fotografie: Martin Wengelaar

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.