Ga naar hoofdinhoud

Vernieuwd Museum Arnhem opent haar deuren

museum arnhem
Foto: Jannes Linders

Sinds 13 mei 2022 kan het Museum Arnhem eindelijk weer publiek ontvangen en wel in een schitterend vernieuwd en uitgebreid gebouw met beeldenpark. De koepel in de oudbouw heeft haar oude luister en transparantie terug. Toegevoegd is een nieuwe vleugel van 86 bij 17 meter, die maar liefst 14,4 meter over de stuwwal uitkraagt. Deze vleugel is voorzien van unieke tegels die 14 tinten, van aardebruin tot ijswit. Binnen worden introverte museumzalen afgewisseld met reflectieruimten met fenomenaal uitzicht op de omringende natuur.

Architectenselectie en aanbesteding

De gemeente Arnhem schreef al in 2016 een tender uit voor de architectenselectie voor de transformatie van Museum Arnhem. Daaruit werd Benthem Crouwel Architects als winnaar gekozen. Samen met constructeur Pieters Bouwtechniek werkten de architecten het ontwerp uit tot bestek. Begin 2018 bleek er geen enkele aannemer bereid om de bouw aan te nemen binnen het budget. In 2019 kwam er extra budget beschikbaar en werd het project opnieuw in de markt gezet. Uit vijf geïnteresseerde bouwers werd de uitvoering gegund aan aannemer Rots Bouw. De spectaculaire uitvoering van het bijzondere ontwerp startte in februari 2020 en is eind 2021 opgeleverd.

Drie uitgangspunten van Benthem Crouwel

Architect Joost Vos van Benthem Crouwel licht zijn ontwerp toe: “De collectie van Museum Arnhem, het bestaande gebouw en de locatie waren de drie uitgangspunten van ons ontwerp. De ruimtes die we hebben ontworpen vormen een terughoudende neutrale achtergrond voor de kunst. Het oudste deel van het bestaande gebouwenensemble dateert uit 1873 en is ontworpen als herensociëteit door architect Cornelis Outshoorn. Het bestond uit een centrale hal met koepel en twee vleugels, alle met doorzicht naar de tuin. In 1920 is het verbouwd tot museum. Toen zijn de gevels naar de tuin dichtgezet ten behoeve van de expositie van de kunstcollectie. Ook de vide in de koepel is grotendeels dichtgezet. Het gebouw veranderde van de extraverte sociëteit in een introvert museum.” Latere uitbreidingen zijn een westvleugel, in 1956 bijgebouwd door architect Frits Eschauzier, en een tijdelijke vleugel die in 2000 is gebouwd aan de oostzijde naar ontwerp van architect Hubert-Jan Henket. Joost Vos vervolgt: “Het derde uitgangspunt is de bijzondere locatie op een oude stuwwal, met een hoogteverschil van ongeveer 20 meter. Het museum ligt tegen het centrum van Arnhem aan en heeft tegelijkertijd een weids uitzicht over de rivier met de bruggen en de Betuwe.” Vanuit deze drie uitgangspunten heeft Benthem Crouwel een plan gemaakt waarbij de oudbouw is gerestaureerd en de vleugels uit 1956 en 2000 plaats hebben gemaakt voor een entree van de tuin vanaf de centrumkant en een nieuwe lange westvleugel.

Nieuwe vleugel met afwisseling van kunst en landschap

Belangrijk in de nieuwe vleugel is de opdeling in drie introverte delen met daartussen en ernaast ruimtes met weidse doorzichten naar het landschap. Vos: “Bewust zijn we de nieuwe zalen niet in de stuwwal gaan bouwen, maar erbovenop, vanwege het fenomenale uitzicht. Zo hebben we in de nieuwe vleugel ruim 1.000 m2 expositieruimte en tussenliggende reflectieruimtes gemaakt. Het depot ligt wel ondergronds in het talud van de stuwwal. Dat is een heel geschikte locatie voor kunstopslag, omdat het nauwelijks last heeft van temperatuurschommelingen. Daarboven ligt een verdieping met ateliers, expeditie en kantoren. En daar weer boven, op het niveau van de oudbouw aan de Utrechtseweg, de nieuwe museumzalen. We hebben dat niveau ontworpen met een afwisseling tussen drie gesloten delen, waarin niets afleidt van de kunst, en daartussen twee delen met verdiepinghoge vensters die uitzicht geven op het landschap.”

Het geliefde uitzicht dat de Rijnzaal voorheen bood, is nu dubbel terug: vanuit de museumvleugel zelf, maar ook vanaf een openbaar balkon, dat via de, tuin, een trap en een doorgang dwars door de museumvleugel bereikbaar is. “Op dit balkon sta je nog een niveau hoger, en is het uitzicht nog overweldigender”, vertelt Vos.

Kleurverloop in gevel van ijswit naar aardebruin

De tweelaagse kelderbak is aan de buitenzijde, voor zover hij boven de stuwwal uitsteekt, bekleed met bakstenen. Daarboven zijn de gevels van de nieuwe vleugel rondom betegeld met 82.000 unieke tegels gemaakt door Koninklijke Tichelaar. De kleuren verlopen van aardetinten aan de kant van de Utrechtseweg naar blauw en ijswit richting de Rijn, refererend naar de overgang tussen de Veluwe en het rivierenlandschap van de Betuwe. De tegels zijn uniek door de toepassing van zogenaamde levendige glazuren. Er zijn 14 verschillende tinten en het kleurverloop moet vloeiend zijn. Hier en daar is de overgang tussen twee kleuren nu iets te hard, volgens Joost Vos wordt dat nog aangepast. Onder de overstekken zijn eveneens tegels aangebracht.

Constructie nieuwe vleugel

Die overstekken zijn fors, aan de landzijde 5,4 meter diep en aan de Rijnzijde is de uitkragende constructie maar liefst 14,4 meter diep. De totale oppervlakte van de vleugel is 86 bij 17 meter. Constructeur Chris Bosveld van Pieters Bouwtechniek heeft de constructie van de nieuwe vleugel ontworpen en uitgewerkt van VO tot en met het bestek. Bosveld over de constructieve uitdagingen van het ontwerp: “Ten behoeve van een vrije indeelbaarheid is een hoofdconstructie ontworpen die bestaat uit een tweelaagse betonnen kelderbak in het talud van de stuwwal, met daarboven een constructie met dragende vakwerken in de gevels zodat er geen tussenkolommen nodig zijn en de grote uitkraging aan de Rijnzijde gemaakt kon worden. Alleen boven de grote uitkraging is een stalen dakplaat in combinatie met lichtstraten toegepast om de belasting op de vakwerken te beperken en om de daglichtzaal mogelijk te maken.” In het overige deel van het gebouw is het dak uitgevoerd in kanaalplaten om warmte en koude te accumuleren.

Uitschuiven van de constructie

Voor de uitvoering op het steile terrein nam aannemer Rots Bouw contact op met De Boer Civiele Technieken, die ervaren is in het verplaatsen van brug- en tunnelconstructies. Een gebouwdeel met het gewicht van de vleugel, zo’n 700 ton, zou geen enkel probleem zijn voor het bedrijf. Na de bouw van de tweelaagse kelderbak is er een tijdelijke hulpconstructie met twee schuifbanen gebouwd,  daarop is de vakwerkconstructie, inclusief de kanaalplaatvloeren en een deel van de gevel opgebouwd. Het geheel werd op de glijbanen opgevijzeld en uitgeschoven. Toen de constructie op de juist plek stond is die afgevijzeld en het deel van de constructie aan de Utrechtseweg geassembleerd.

Transparantie koepel hersteld

Naast de nieuwe vleugel, heeft ook het bestaande deel met de monumentale koepel een transformatie doorgemaakt. Oorspronkelijk was de koepel heel open, met een grote vide en rondom ranke gietijzeren zuilen op de begane grond en de verdieping. Nadat het museum in het gebouw trok, is door plaatsing van de wanden en vloeren rond en in de vide de transparantie verdwenen. Die is nu weer teruggebracht, constructeur Chris Bosveld legt uit hoe: “Bij de huidige verbouwing zijn alle wanden in de koepel verwijderd. Op de verdieping bleken de monumentale gietijzeren kolommen er nog te staan, die zijn opnieuw zichtbaar gemaakt. Een in 2006 aangebrachte staalconstructie bleek niet verbonden aan de bestaande kolommen, maar te rusten op een wand die nu weg moest. We hebben de staalconstructie uit 2006 op de bestaande kolommen opgelegd. Door het verkleinen van de omloop kon de belasting door de oude gietijzeren kolommen gedragen worden.”

De vide is nu dus weer ruimer en lichter gemaakt dan voor de verbouwing. Naar de tuin toe zijn rondom openslaande deuren gemaakt. Joost Vos: ”Direct als je het museum binnenkomt, heb je doorzicht hebt naar de tuin en de monumentale rode beuk.”

Veel publieke ruimte

In de lichte ruime zeshoekige hal zijn de museumwinkel en Café Pierre, genoemd naar de voormalige directeur van het museum Pierre Janssen. Ook vanuit de tuin is het café toegankelijk, inclusief de ruime omloop de verdieping, waar Museum Arnhem activiteiten gaat organiseren.

In de tuin zal de brede trap tegen de nieuwe vleugel ook worden gebruikt als tribune bij evenementen en activiteiten. Het ontwerp van de beeldentuin met slingerende paden is gemaakt door Karres en Brands. De koepelhal en de tuin zijn openbaar toegankelijk en een aanwinst voor alle bewoners en bezoekers van Arnhem. Pas bij het betreden van de museumvleugels is een entreebewijs vereist.

Projectgegevens
Locatie: Utrechtseweg 87, Arnhem
Opdrachtgever: Gemeente Arnhem
Architect: Benthem Crouwel Architects, Amsterdam
Interieurarchitect entree, winkel en café: Studio Modijefsky, Amsterdam
Landschapsarchitect: Karres en Brands, Hilversum
Hoofdconstructeur: Pieters Bouwtechniek, Delft
Adviseur bouwfysica: DGMR, Arnhem
Adviseur installaties: Nelissen Ingenieursbureau, Eindhoven
Coördinerend constructeur: ABT, Velp
3D modellen: VIBES Building Engineers, Deventer
Hoofdaannemer: Rots Bouw, Aalten
Sloop- en grondwerkzaamheden: Rouwmaat Groep, Groenlo
Installaties: Alferink Installatietechniek, Groenlo
Staalconstructies: Rijnstaal Alphen, Nieuwegein
Lancering staalconstructie: De Boer Civiele Technieken, Nieuwegein
Leverancier geveltegels: Koninklijke Tichelaar, Makkum
Bruto vloeroppervlakte: 5.870 m2
Bouwperiode: februari 2020 – december 2021
Fotografie: Jannes Linders

In Bouwwereld #03 gaan we dieper in op het constructief ontwerp en de uitvoering van de transformatie van het Museum Arnhem.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.