Circulair schoolgebouw ROC Friese Poort

Forten zijn gebouwd voor de eeuwigheid. Maar dit op een fort geïnspireerde schoolgebouw voor Uniformberoepen van het ROC Friese Poort is juist circulair gebouwd. Met oude ballaststenen, gerecyclede petflessen, vloerhout uit schepen en een gedeeltelijk demontabel skelet.

ROC Friese Poort

Het stoere gebouw voor de opleidingen Uniformberoepen van ROC Friese Poort straalt uit dat het beroepsonderwijs betreft waar weerbaarheid en gezag een grote rol spelen. Hier worden studenten opgeleid voor handhaving, defensie en particuliere beveiliging en bewaking. Naast gewone leslokalen zijn er voor de 800 studenten uitgebreide trainingsfaciliteiten met een sportzaal, fitness, powergym, dojo en een oefenterrein buiten. Op de begane grond zijn de praktijklokalen en het verdiepte restaurant te vinden. Hier worden ook examens afgenomen in speciaal ingerichte (verhoor)kamers met toezicht. Op de verdieping zijn onder andere de theorielokalen en personeelsruimten gesitueerd.

Foto's worden geladen
Bezig met laden…

De vorm bestaat uit een vierzijdig basisvolume met diepe insneden. Vrijwel het gehele dak is voorzien van PV-panelen, waardoor de school energieneutraal is

Circulair en energieneutraal

Ondanks het weerbare karakter is het zeker geen gesloten bunker. Bureau Wind Architecten Adviseurs (WAA) ontwierp een vierzijdig basisvolume met diepe insneden. Zo ontstond een stervormige plattegrond rondom een centrale hal, waar van alle kanten daglicht binnenvalt. Gunstig voor de lichtopbrengst en het beperken van de kunstverlichting. Een belangrijk aspect, want opdrachtgever ROC Friese Poort wilde het eerste circulaire schoolgebouw realiseren dat bovendien geheel energieneutraal is. Eerder had de schoolorganisatie al ervaring opgedaan met het BREEAM Excellent certificeringstraject voor een vestiging in Drachten.

C2C-producten

Met de opdracht om circulair te bouwen neemt het schoolbestuur de volgende stap in duurzaamheid. Daarmee daagden ze de ontwerpers en bouwers uit om met nieuwe oplossingen te komen. Projectleider Frank Nijholt van WAA vertelt hierover: “We hebben in het ontwerp zo min mogelijk materiaal toegevoegd, veel C2C-producten gebruikt en demontabele constructies toegepast. Waar we gelijk tegenaan liepen, is dat er niets was om de circulariteit meetbaar te maken. Dat is er nu wel met CirculariteitsPrestatie Gebouw. We hebben ondanks dat we destijds niet precies wisten wat gunstig was, een hoge score behaald. Friso Bouwgroep heeft enthousiast meegedacht in het vinden van oplossingen. Bij de aanbesteding is de aannemer niet alleen op prijs geselecteerd, maar ook op wat hij kon toevoegen aan het circulaire bouwen.”

Fietsenstalling als statement

Waar vind je materiaal dat je kunt hergebruiken? Er zijn al diverse initiatieven voor digitale marktplaatsen, maar de architect zocht het in een andere hoek, namelijk op een scheepswerf in Franeker. Dat leverde voldoende op om van de fietsenstalling een duidelijk statement te maken voor circulair bouwen. Deze stalling is geheel gebouwd van hergebruikte materialen. Zoals ballaststenen uit een replica van het VOC-Schip Prins Willem, dat grotendeels is vergaan. Daarnaast was er vloerhout van ruimen in vrachtschepen. Met de stenen zijn de open gevels opgetrokken Van het vloerhout zijn deuren gemaakt en aluminium vrachtluiken uit een vrachtschip vormen het dak van de fietsenberging. Zo is een fraaie en tot de verbeelding sprekende berging van gebruikt scheepsmateriaal tot stand gekomen. Op het terrein is meer hergebruik te vinden, zoals de 5100 m2 bestrating van diverse kleuren bestaande betonstenen, hergebruikte verlichting en een oude pontonbrug van defensie. Deze brug dient als oversteekplaats naar het oefenterrein.

Donormateriaal

Bij circulair bouwen is het benutten van donormateriaal een belangrijke, maar ook lastige strategie. Wat bij de stalling goed is gelukt, bleek voor het hoofdgebouw vrijwel niet mogelijk. Alleen in het interieur zijn bijvoorbeeld gedeeltelijk bestaande lockers toegepast en is de balie bekleed met restafval van formica en mdf. Beide toepassingen zijn overigens niet van nieuw materiaal te onderscheiden. De lockers zijn niet individueel toegewezen, maar worden dagelijks per elektronische code verdeeld. Zo is er 30 procent aan lockercapaciteit bespaard.

Krappe planning

Dat het werken met donormaterialen beperkt bleef, kwam onder andere door de korte voorbereidingstijd. “Eind 2015 zijn we geselecteerd, begin 2016 moest het DO gereed zijn, om in de herfst van 2017 het gebouw in gebruik te kunnen nemen”, licht Nijholt de krappe planning toe. Verder moet er natuurlijk aan regelgeving voldaan worden, zoals de warmteweerstand, geluid- en brandwerendheidseisen, maar ook kwaliteitseisen, garanties en maatvoering. Zo zijn bestaande hsb gevelelementen wellicht nog op maat te maken, maar die voldoen niet aan de Rc-waarden die nu worden gesteld. Een ander voorbeeld is de toepassing van binnendeuren, die met de huidige maat van 2,30 m niet te vinden zijn in donorpanden. “En we hebben ook te maken met het budget, vooral in de exploitatie kan het uit de hand lopen bij hergebruik”, volgens Nijholt.

Hernieuwbaar en recyclebaar

Na de zoektocht naar gebruikte materialen, is met duurzaamheidsadviseur DGMR gekeken naar nieuwe producten die gemaakt zijn van gerecycled materiaal, zoals het aluminium voor de gevelkozijnen en het staal voor de draagconstructie en de profielplaten voor de gevels. “Fabrikanten konden echter nauwelijks informatie geven over de hoeveelheid gerecycled materiaal die ze verwerken. De markt is wel bezig om hierin een slag te maken”, merkt Nijholt op. Het voordeel van deze materialen is dat ze zelf ook vaak weer goed recyclebaar zijn. En net als bij de hernieuwbare materialen zoals het larikshout op de gevels van de insneden, is de milieubelasting beperkt.  Zo is asfaltfreesafval voor de fundatielaag van het nieuwe parkeerterrein toegepast, is het toeslagmateriaal voor de betonconstructies hergebruikt beton (met het keurmerk Beton Bewust) en bestaat de dakbedekking uit recyclebare Polyolefine Copolymerisaat Bitumen versterkt met glasvezel en polyester. Deze eenlaagse dakbedekking heeft een levensduur van circa 30 jaar en is uv-bestendig. Een opmerkelijk voorbeeld van toepassing van gerecycled materiaal is de akoestische isolatie achter het vilt op de wanden van de sporthal. Dit materiaal is van petflesjes gemaakt, goed geluiddempend en is onder andere geschikt voor sporthallen.

Demontabele constructie

Wat betreft de effecten op langere termijn is van belang dat er demontabele verbindingen worden toegepast. Voor de hoofddraagconstructie lag een stalen skelet daarom voor de hand. De verbindingen van balken en kolommen zijn gebout en volledig demontabel. Deze knooppunten zijn op sommige plaatsen prominent in het zicht gebleven, net als de verankeringen van de puien aan de stalen balken bij de vides. Een minpunt is dat de kolommen op de begane grond aan de fundering zijn verankerd door ze in te storten. Deze momentvaste verbinding was nodig voor de stabiliteit, maar maakt dat dit deel niet meer demontabel is. Voor Nijholt ligt hier een leerpunt om in de beginfase meer aandacht aan te geven.

Breedplaatvloeren

Een ander minder gunstig aspect van de constructie is de toepassing van breedplaatvloeren. Nijholt: “De klimaatbeheersing is heel belangrijk voor Friese Poort en de voorkeur ging uit naar betonkernactivering. Dat is eigenlijk niet circulair omdat je de leidingen gaat instorten.” Later is het installatieconcept echter omgegooid en is gekozen voor een VRV-systeem, Variable Refrigerant Volume. Dat is een luchtwarmtepompsysteem, dat zowel kan koelen als verwarmen met lucht. Per ruimte is de temperatuur tot plus of min 2 graden instelbaar. Het is een energiezuinig systeem waarvan de energiebehoefte volledig door PV-panelen op het dak wordt gedekt, waarvan er in totaal 143.550 wattpiek is geïnstalleerd. VRV werd op dat moment voordeliger aangeboden dan betonkernactivering in combinatie met luchtbehandeling, dus zodoende is tevens een kostenbesparing bereikt.

Circulair gebouw

Het gevolg van deze switch was dat de technische installatieruimte kon halveren, maar ook dat de breedplaatvloeren eigenlijk niet nodig waren. “Voor een circulair gebouw is de keuze voor een breedplaatvloer een gemiste kans. Anders hadden we de vloeren demontabel kunnen maken met kanaalplaten. Maar het constructief ontwerp was op dat moment niet meer te wijzigen. Dat was frustrerend.”

Gevels van staal met hout

Wel geheel demontabel zijn de gevels. Voor de contouren zijn stalen damwandpanelen toegepast met verschillende profielen. De middelste strook kent een afwisseling in hoogte, naar analogie van de hiërarchie van de beroepsopleiding. De ramen zijn sterk verdiept gelegen als in een fort. Bij de insneden is gekozen voor een houten bekleding in een lichte kleur. De verticale gevelbekleding bestaat uit voorvergrijsd lariks. Het hout is op een traditionele manier behandeld tegen brand. De achterconstructie van de gevels bestaat uit houtskeletbouwelementen. Aanvankelijk wilde men cellulose-isolatie van oud papier toepassen, maar dat is gewijzigd in biobased steenwol omdat dit materiaal minder milieubelastend bleek dan cellulose. Voor de luchtdichting is een folie gebruikt en zijn de naden niet met PUR maar met rubber schuimafdichtingsband gedicht. De blank geanodiseerde kozijnen hebben een basic uitstraling en zijn bewust niet voorzien van een coating. Op de verdieping zijn ze voorzien van triple glas om koudeval langs de hogere puien te beperken, op de begane grond kon met dubbel glas worden volstaan.

Moswand

Bij de entree van het gebouw valt de groene moswand op, waarin het paneel met het energiegebruik en -opbrengst is opgenomen. Dat mos ziet er levend uit, maar is in feite dood materiaal. Het materiaal wordt na het oogsten in Noorwegen gedroogd, geprepareerd, gekleurd en vervolgens geniet of geplakt op panelen. Het geeft niet alleen een groene sfeer, maar is ook geluiddempend. In principe is er geen onderhoud nodig, maar het is wel enigszins kwetsbaar.

Open karakter van de school

De indeling van de school geeft een heel open sfeer door het vele daglicht en de onopvallende brandcompartimentering. Een sprinkler was niet aan de orde en daarom is elke vleugel van het gebouw een apart brandcompartiment. Bij brand sluiten de stalen schuifdeuren, die in een nis schuiven. In verband met de brandwerendheid van de brandscheidingen zijn hardhouten binnendeurkozijnen van gelamineerd en gevingerlast meranti resthout toegepast met een minimaal gewicht van 640 kg/m3. De kozijnen zijn behandeld met een semitransparante alkydemulsie, gebaseerd op plantaardige oliën met water als oplosmiddel. De CO2-neutrale binnendeuren zijn opgebouwd uit een bamboe frame en randhout en een bamboe fineer afwerklaag. Voor de binnenwanden is gekozen voor (niet-demontabele) metal stud wanden, om budgettaire reden. Wel zijn C2C-gips-platen toegepast. De elektravoorzieningen in de lokalen komen uit het plafond en zijn met flexibele buizen gekoppeld aan zuiltjes op voetplaten. Deze zuiltjes zijn verplaatsbaar en daardoor zijn gebruiksmogelijkheden van de instructielokalen flexibeler dan bij toepassing van vloerpotten.

Houten systeemplafond

In de centrale hal en het restaurant zijn demontabele houten plafonds met American yellow poplar delen toegepast. Dit systeem van Shiluvit loopt door in de wand van het verdiept aangelegde restaurant. Door een snelle en eenvoudige montage als systeemplafond in de bekende plafondhangers, blijven de leidingen makkelijk bereikbaar en is het plafond goed herbruikbaar. In de sportruimten zijn de plafonds van onbehandeld heraklith voor de akoestiek.

Circulariteit meetbaar maken

De zoektocht naar een circulair bouwsysteem voor het ROC Friese Poort heeft naast een spannend gebouw ook veel kennis en ervaring opgeleverd. Op de website Wijbouwencirculair.frl is van de gebruikte materialen en constructies een bescheiden materialenpaspoort opgesteld. In het vervolg zou Nijholt meer aandacht en tijd willen besteden aan het vinden van goed herbruikbare materialen en demontabele constructies. Ook bleek dat de markt er nog niet echt klaar voor is. Nijholt: “Toen we er heel veel publiciteit aan gaven kwam de markt wel met enkele oplossingen, dus het wordt wel beter.” Vooral het gebrek aan een (gecertificeerde) meetmethode bleef lastig. Tijdens de ontwikkeling bleek dat W/E adviseurs met een prototype van een meetmethode bezig was om met de CirculariteitsPrestatie Gebouw (CPG) objectief weer te geven hoe circulair en duurzaam een gebouw is. W/E heeft dit gebouw vervolgens als pilot beoordeeld. Dat leidde tot een hoge CPG-score van 9,1 mede door het zware aandeel van het energieneutraal bouwen. Bij de opzet van de CPG-methode is zoveel mogelijk aangesloten bij GPR Gebouw. Daarmee kunnen nieuwe circulaire bouwprojecten hun voordeel doen.

Projectgegevens:

Locatie: Egelantierstraat 70, Leeuwarden
Opdrachtgever: ROC Friese Poort
Architect: Wind Architecten Adviseurs,
Adviseur installaties: Technion, Heerenveen
Adviseur duurzaamheid: DGMR, Drachten
Bouwbedrijf: Friso Bouwgroep, Sneek
Installaties: Pranger Rosier Installaties, Leeuwarden
Uitvoering terreinwerken: WMR, Rinsumageest
Bruto vloeroppervlakte: 5.600 m²
Bouwkosten: € 7.630.000 incl. installaties en excl. BTW
Bouwperiode: maart 2017 – oktober 2017
Tekst: Josine Crone
Fotografie: Gerard van Beek, Josine Crone, Wind Architecten Adviseurs

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer