Cortenstaal bindt en vernieuwt

Oude historie ontmoet nieuwe toekomst op het terrein van de voormalige gasfabriek in Deventer. Drie oorspronkelijke karakteristieke gebouwen zijn getransformeerd en hebben een nieuwe functie gekregen. Ruw staal, waaronder cortenstaal, is daarin een bindmiddel.

Foto's worden geladen
Bezig met laden…

Ketelhuis, Apparatengebouw en rechts nog net zichtbaar het Metergebouw. Geïntegreerde PV-panelen compenseren het breukverlies van de oude pannen.

Tot de opkomst van aardgas in 1966 leverde de gasfabriek aan de IJssel zogenoemd stadsgas aan de stad Deventer. De meeste fabrieksgebouwen, inclusief de drie grote gas- en waterhouders, zijn sindsdien verdwenen. Alleen drie bakstenen gebouwen in neorenaissancestijl herinneren nog aan de voormalige gasfabriek waar vanaf 1910 arbeiders onder zware omstandigheden het uit verhitting van steenkool vrijgekomen gas verwerkten. Het terrein krijgt nu een nieuwe invulling als campus voor innovatieve bedrijven en de drie honderd jaar oude gebouwen – inmiddels gemeentelijke monumenten – krijgen een nieuwe functie. In het Metergebouw vestigt zich bierbrouwer Duvel, het Apparatengebouw wordt een innovatiecentrum voor gevestigde en startende bedrijven en voor het achterste Ketelhuis zijn meerdere gegadigden in beeld.

Niet historiserend uitbreiden

De introductie van cortenstaal in dit project werd ingegeven door de volumevraag van een van de eerste huurders. Opdrachtgever Gabriël Bosch van 1618 Vastgoed: “Bierbrouwer Duvel zocht voor zijn Nederlandse vestiging een zichtlocatie in een karaktervolle omgeving. Het oog viel op het Metergebouw dat het dichtst bij de Zutphenseweg ligt en dus het meest in het zicht. Het gebouw heeft een rechthoekige footprint, een zadeldak en symmetrische langsgevels waarin twee bouwdelen gescheiden worden door de centrale entree. Om in het gebouw naast een ontmoetings- en presentatieruimte ook een kantoorfunctie onder te brengen was een forse uitbreiding nodig.” Architect Marc Harmsen van het bureau Architecten_Lab heeft die gevraagde aanbouw ontworpen als een derde bouwdeel, met identieke afmetingen, waarbij oud en nieuw zijn gekoppeld met een transparant, glazen verbindingsdeel. Bosch: “We wilden die uitbreiding niet historiserend uitvoeren, maar een eigentijds en tevens industrieel uiterlijk geven. In samenspraak met Architecten_ Lab heeft dat geleid tot de keuze voor cortenstaal.”

Schuine lijnen

De monolithisch vormgegeven toevoeging heeft gesloten, niet-geprofileerde langsgevels met een zadeldak. De 2 mm dikke platen hebben afmetingen van 2000 x 1000 mm en zijn onder een hoek van 45 graden aangebracht. Harmsen: “Die schuine lijnen verwijzen naar de diagonale belijning die de voormalige waterhouder karakteriseerden.” De aanbouw is geconstrueerd met twee stijve, stalen spanten van HEA-profielen die op een in het werk gestorte en aan de onderzijde geïsoleerde betonvloer staan. Deze beganegrondvloer ligt op een gestabiliseerde zandlaag en is rondom voorzien van een vorstrand. Over de horizontale koppelprofielen in de spanten is als verdiepingsvloer een staalplaatbetonvloer gelegd. De wanden en het dak zijn in houtskeletbouw uitgevoerd. Over de houtskeletbouwelementen is een naadloze, waterdichte EPDM-laag geplakt. Voor de bevestiging van de cortenstalen huid zijn vervolgens eerst tengels van 25 mm dik WBP aangebracht en voorzien van een strook EPDM. Daarover zijn cortenstalen omegaprofielen geschroefd. Daarop zijn vervolgens de cortenplaten met idem schroeven vastgezet. De open voegen tussen deze staalplaten zorgen voor voldoende ventilatie achter de roestbruine huid. De kopgevel van de aanbouw is geheel transparant dankzij de gevelvullende aluminium vliesgevel.

Doordachte montage

Ogenschijnlijk gaan gevels en dakvlakken in elkaar over met op de knikpunten doorlopende en omgezette platen. Dat is schijn, want de overgangen zijn door gevelbouwer Ridder voorzien van een naad. Om te voorkomen dat regenwater al te veel sporen achterlaat, zijn de cortenplaten op de hoeken en knikpunten voorzien van anderhalve centimeter overstek. Op alle punten waar gevelvlakken elkaar ontmoeten zijn hoekprofielen of aangepaste omegaprofielen toegepast. De zorgvuldige detaillering voorkomt grotendeels het ontsierende effect van aflopend roestwater, een punt van zorg bij ieder ‘corten-project’. Het aflopende regenwater verdwijnt in de in het maaiveld aangebrachte grindkoffer. Niettemin was het onvermijdelijk dat er concessies gedaan moesten worden, aldus architect Harmsen. Zo werden de positieve kwaliteiten van cortenstaal, zoals de industriële uitstraling, hoger gewaardeerd dan de overgebleven maar geminimaliseerde negatieve effecten, zoals de op den duur te verwachten etsende werking van roestwater op het aansluitende glas en aluminium.

Ruw staal

De door partijen hooggewaardeerde industriële uitstraling van de oude gebouwen is ook in het bestaande en aangepaste interieur behouden. Bestaande bakstenen muren, houten kapconstructies (met toegevoegde ventilatie- en plofkappen) en een bijzonder dakbeschot (van liggende en opstaande, als tengels te gebruiken vuren planken met een kraalprofilering) zijn schoongemaakt en in het zicht gelaten. In een aantal gevallen moesten bestaande houten spanten worden aangepast om doorgangen of nieuwe vloeren mogelijk te maken. Die deels verwijderde constructies zijn dan met nieuwe, onbehandelde staalprofielen aangepast. Waar nodig zijn bestaande indelingen verwijderd en nieuwe toegevoegd. Die toevoegingen zijn veelal in ruw en onbehandeld staal uitgevoerd. De daarvoor ontworpen puien en kozijnen zijn gemaakt van stalen profielen; een koker als basis en hoekprofielen om het glas te kunnen zetten. De door Tasche Staalbouw geproduceerde en geleverde staalproducten hebben soms complexe aansluitingen. Projectleider Robert Zegger: “Er loopt veel scheef in deze oude gebouwen. We hebben daarom de ontworpen puien in het werk opgemeten en passend gemaakt, zowel in het glas als in het staal. Daarbij hebben we soms gebruikgemaakt van in elkaar schuivende kokerprofielen om de aansluiting passend en dicht te krijgen.”

Koude gevels en een warm dak

Gebruikelijk is om monumentale panden aan de binnenzijde na te isoleren. Dat is hier gedeeltelijk gelukt. De gevels hebben aan de binnenzijden een voorzetwand gekregen van metal stud voorzien van een 18 cm dik milieuvriendelijk isolatiemateriaal met een stofarm, mineraal bindmiddel (i.p.v. formaldehyde). Omdat het bestaande dakbeschot van bijzondere kwaliteit was, is besloten om dat in het zicht te laten. Consequentie: een warm dak door te moeten isoleren aan de buitenzijde. Na het verwijderen van de dakpannen zijn 80 mm dikke renovatie-dakelementen (merk Unilin) aangebracht met een onderlaag van zacht steenwol dat om de opstaande tengels krult, en een toplaag van harde PIR. Tussen de teruggelegde pannen zijn PV-panelen geïntegreerd. Opdrachtgever Bosch: “Daarmee hebben we niet alleen een fraaiere toepassing van zonne-energie gemaakt, maar hebben we ook het probleem van breuk bij hergebruik van pannen opgelost.” De nieuw aangebrachte kozijnen hebben HR++-beglazing gekregen, maar in de behouden en herstelde kozijnen, vaak met een roedeverdeling, is op het enkel glas een isolerende folie (merk 3M) aangebracht. Een noviteit die voordeliger is dan het plaatsen van achterzetramen en die het originele karakter van de monumentale puien met slanke roeden beter in stand houdt, aldus Harmsen. “De gemaakte keuzes zijn in goed overleg tot stand gekomen en altijd in het belang van de financiële haalbaarheid, de technische mogelijkheden, de historische betekenis van het project en de toegevoegde esthetische kwaliteiten.”

Verbinden met cortenstaal

Tot slot zal bij de afronding van het project cortenstaal ook letterlijk een verbindende rol krijgen. Tussen de drie monumentale gebouwen zal in de bestrating en de daaraan gelegen omkadering met plantenbakken en fietsenstallingen cortenstaal worden toegepast. Die aldus gemarkeerde verbinding leidt naar de voorheen niet altijd goed zichtbare entrees van de gebouwen, waardoor ze nu wel een duidelijke herkenbaarheid krijgen. Harmsen benadrukt dat in het ontwerp van de uitbreiding, de transformatie en de renovatie, de bijzondere historie van de gebouwen zichtbaar blijft, terwijl een nieuwe historie respectvol wordt toegevoegd.

Legering cortenstaal

Cortenstaal is een legering van ijzer waaraan koper, nikkel, chroom, fosfor en silicium zijn toegevoegd. Hét kenmerk is de door blootstelling aan de lucht verkregen roestkleur die vooral bij industriële of daaraan verwante architectuur geliefd is. De eenmaal gevormde roestlaag is zeer dicht, waardoor verdere oxidatie stopt (vergelijkbaar met blank aluminium). Onderhoud is overbodig, ofschoon wel rekening gehouden moet worden met aantasting van de beschermende roestlaag als gevolg van erosie (zand of hagel) en corrosie (natte bladeren). Een goede detaillering die in een snelle droging resulteert, zowel aan de buitenzijde (regenwater) als aan de binnenzijde (condensatie), houdt het materiaal elektrochemisch passief.

Projectgegevens

Locatie Zutphenseweg, Deventer
Opdrachtgever 1618 Vastgoed, Deventer
Ontwerp Architecten_Lab, Deventer
Uitvoering Van Norel Bouwgroep, Epe
Adviseur Constructies Ingenieursbureau Hartman Constructies, Lochem
Installateur Van Dalen Installatietechniek, Twello
Cortenstalen Gevel Ridder Skins for Buildings, Zwaag
Staalwerk, Productie en Begeleiding Tasche Staalbouw, Albergen
Bouwperiode September 2015 – april 2016
Tekstproductie Tom de Vries
Fotografie Architecten_Lab, Henk de Wind en Tom de Vries
Tekenwerk Henk Heusinkveld

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven