Ga naar hoofdinhoud

Maximaal glas in dakopbouw

Aanblik van de voorgevel zoals die nu is na transformatie tot Generator Hostel.

Bij de transformatie van een Amsterdams universiteitsgebouw tot hostel is een fors volume toegevoegd. Maximaal glasgebruik maakt dat de opbouw zo min mogelijk opvalt. Met integraal ontwerpen bleef de opbouw binnen de maximaal toegestane gebouwhoogte. 

Verdiepingshoog glas in een hotelkamer is niet echt gebruikelijk. Toch biedt het in de twee toegevoegde bouwlagen van de Amsterdamse vestiging van de hotelketen Generator een extra dimensie, omdat daarmee een prachtig uitzicht op het naastgelegen en recent gerenoveerde Oosterpark mogelijk is. Architect Eric Priester van het bureau IDEA Ontwerp weet dat de jonge gasten daarom vaak de gordijnen niet sluiten bij hun verblijf in een van de 168 kamers die het gebouw nu heeft. Toch is niet het uitzicht maar de reflectie van de omgeving de belangrijkste reden geweest om de toegevoegde bouwlagen geheel in glas uit te voeren. Priester erkent dat de transformatie van het monumentale gebouw een complexe opgave was. “In dit project hebben we in de ontwerpfase intensief overlegmomenten met de Amsterdamse ‘welstands- en monumentencommissie’ gehad. De daaruit voortgekomen oplossingen voor de mogelijkheden van dit monumentale pand zijn door ons ontwerpteam uitgewerkt en dat is grotendeels bepalend geweest voor het eindresultaat.”

Interieur behouden

Het monumentale, uit 1917 daterende Laboratorium voor de Gezondheidsleer is een bakstenen gebouw met een V-vormige plattegrond. Op een souterrain ligt de beganegrondvloer, anderhalve meter boven het maaiveld van het park. Daarboven hebben de twee vleugels origineel twee bouwlagen en heeft het verbindende bouwdeel een extra bouwlaag. In 1950 was bij een eerdere uitbreiding een houten dakopbouw op de twee vleugels toegevoegd met achter de bestaande opgaande dakrand een forse ‘kruipruimte’ tussen het oorspronkelijke dak en de dakopbouwvloer. Het bestaande gebouwvolume was in principe voldoende om het nieuwe programma met een groot aantal kamers (168) en bedden (564) te kunnen huisvesten, maar voor de gemeente was dat ongewenst, omdat dat ten koste zou gaan van te veel sfeerbepalende, maar ook architectuurhistorisch waardevolle elementen in het gebouw. Zoals bijvoorbeeld de glas-in-loodramen en de granitovloeren. Maar ook de brede gangen, een karakteristieke collegezaal met honderd jaar oude banken en een intieme bibliotheek moesten grotendeels onaangetast blijven. Om toch aan de ontwerpopgave te kunnen voldoen, was uitbreiding van het volume onvermijdelijk. Een integrale ontwerpbenadering was daarbij essentieel.

Maximaal glas

Voor de volume-uitbreiding is gekozen voor het vervangen van de dakopbouw uit 1950 door een tweelaagse variant. Priester: “Omdat we van het oorspronkelijke dak een tussenvloer maakten en gebruikmaakten van de nog beschikbare extra gebouwhoogte die het bestemmingsplan toestond, konden we precies twee bouwlagen toevoegen met de vereiste minimale vrije verdiepingshoogte van 2,60 meter. Daaraan waren wel beperkingen verbonden. Zo mochten we met de toevoeging het monumentale karakter van het oorspronkelijke gebouw niet aantasten. Door de dakopbouw in hsb uit te voeren met rondom een vliesgevel van glas, ontstond een beeld waarbij de gevels als het ware oplossen.” Wie rond het gebouw loopt ervaart inderdaad dat de lucht en de bomen van het park boven de bestaande, natuurstenen dakranden worden weerspiegeld. Dit beeld wordt nog versterkt door het glas dat tot en met de dakrand van de nieuwe dakopbouw doorloopt en de toepassing van minimale aluminium profielen (Reynaers Aluminium, profielserie CW50). Door bovendien de opbouw verticaal over de twee nieuwe verdiepingen te compartimenteren, kon deze gevel volstaan met een WBDBO van 30 minuten als subcompartimentering tussen de kamers (de hoofddraagconstructie is overigens 60 minuten brandwerend).

Schachten

Een andere beperking was de minimale hoogte van de vloer- en dakconstructies, waardoor verlaagde plafonds voor het herbergen van installaties onmogelijk waren. Dankzij de integrale ontwerpbenadering kon deze puzzel tijdens de ontwerpfase al opgelost worden: er zijn tussen de kamers verticale techniekschachten gemaakt die in het hoge plafond van de eerste verdieping zijn aangesloten op een horizontale schacht. In deze schacht zijn ook de controllers van het innovatieve Hybride VRF-systeem (Variable Restricted Flow) van Mitsubishi Electric geïnstalleerd.

Hybride klimaatsysteem

Het HVRF-systeem, hier voor het eerst in Europa toegepast, is een klimaatsysteem met een warmtepompinstallatie die bestaat uit één opwekker waarmee zowel in de koel- als aan de warmtevraag in een gebouw kan worden voorzien. Een groot voordeel is dat, met tussenkomst van de zogenoemde hybride HBC-controller, de energie die uit een te koelen ruimte wordt onttrokken, ingezet kan worden bij de verwarming van een andere ruimte. Dit is een belangrijk voordeel bij een gebouw dat rondom glazen gevels heeft en dus een onevenwichtige zonbelasting kent. Een ander voordeel is dat uitsluitend het systeem tussen de warmtepompen en de HBC-controller gevuld is met koudemiddel. De installatie naar de hotelkamers is gevuld met water. De HBC-controller bevindt zich tussen het warmtepomp-buitendeel (de opwekker) op het dak en de binnenunits in de kamers, waarmee koeling, ontvochtiging, ventilatie en verwarming geregeld kan worden. Het transport van de energie gebeurt met een tweepijps watergedragen afgiftesysteem. Het systeem biedt niet alleen gebruikersvoordeel (het is per kamer individueel te regelen), het is ook energiezuiniger dan een traditioneel systeem (tot 40 procent) en bovendien is het ook duurzaam omdat het geen fossiele brandstof gebruikt.

Ruimtebesparende installatie

In het gebouwontwerp biedt het HVRF-systeem het grote voordeel dat het energietransport met water – en dus relatief dunne leidingen – plaatsvindt. De HBC-controllers zijn geplaatst boven het plafond van de gang op de eerste verdieping (dus onder de nieuwe dakopbouw) en van daaruit wordt de energie met waterleidingen verticaal naar de ruimten op de verschillende verdiepingen geleid. Daarmee is het gebouw gevrijwaard van heel veel ruimtesouperende klimaattechniek. Op de begane grond kon derhalve het verlaagde plafond in de brede gang verwijderd worden, hetgeen de oorspronkelijke hoogte en constructie zichtbaar maakt. En op de toegevoegde verdiepingen konden nu de vereiste vrije hoogtematen gerealiseerd worden.

Integraal ontwerpen

In 1999 hebben architect Eric Priester en installatieadviseur Michael Nijdam het bureau IDEA BV (Integrated Disciplines of Engineering and Architecture) opgericht. Dit ontwerp- en adviesbureau streeft naar een maximale integratie van ontwerp, constructie en techniek, waarbij zo nodig gebruik wordt gemaakt van de kennis en ervaring van een aantal vaste externe partners. Priester: “Zo kunnen wij voor knelpunten en complexe opgaves al in een vroeg stadium innovatieve oplossingen bedenken, een werkwijze die medebepalend is geweest voor het succes van dit project. In dit project heeft dat er dan ook toe geleid dat we de duurzaamheidsambitie voor het BREEAM Very Good-label hebben kunnen realiseren.”

Tekst en fotografie: Tom de Vries
Tekenwerk: Henk Heusinkveld

Projectbeschrijving

Locatie Mauritskade 57, Amsterdam
Opdrachtgever Cradle of Development (COD), Amsterdam
Ontwerp IDEA Ontwerp, Amsterdam
Interieurontwerp DesignAgency, Toronto - Canada
Uitvoering Pleijsier Bouw, Nijkerk
Adviseur constructies Van Rossum Raadgevende Ingenieurs, Almere
Adviseur brandveiligheid, bouwfysica en akoestiek Build2Live, Den Haag
W+S-installateur Kemp Installaties, Amstelveen
E-installateur BV elektra, Amsterdam
Klimaatinstallaties Alklima, Alblasserdam
Vliesgevel dakopbouw Reynaers Aluminium, Helmond
Bouwperiode augustus 2013 – maart 2016
augustus 2013 – maart 2016

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.