Woontoren B’Mine

Naast de hippe Adam toren en het Eye Filmmuseum is de 75 m hoge B’mine woontoren verrezen. Voor de huurwoningen werd een hoog kwaliteitsniveau verlangd. Dat is gelukt met een combinatie van bouwmethoden en een innovatieve, strak gedetailleerde gevel.

Binnen anderhalf uur waren de woningen in B’mine verhuurd. Daarmee illustreert architect Paul de Ruiter het succes van de nieuwe woontoren in Amsterdam-Noord. Voor Amsterdamse begrippen is de huur van de meeste appartementen namelijk best betaalbaar, namelijk zo tussen de 900 en 1400 per maand. Alleen de vier penthouses in de kroon zijn aanmerkelijk duurder. B’mine is ontwikkeld met een hoog ambitieniveau. De kunst was om de toren op een efficiënte wijze te bouwen met een strakke planning, zonder daarbij concessies aan de kwaliteit te doen. Met bouwbedrijf BAM is gezocht naar een hoge mate van prefabricage, zoals voor de hoogwaardige gevels.

Foto's worden geladen
Bezig met laden…

Op houten stelregels aan stalen Z-ankers op de vloerranden zijn de SIPS-elementen bevestigd

Bovengronds parkeren

Het project telt 147 appartementen verdeeld over 20 woonlagen. In totaal zijn er 23 verdiepingen waarvan de bovenste vloer met een woonbestemming op 70 m hoogte ligt. Door de ligging aan het IJ met uitzicht naar de binnenstad van Amsterdam is het een gewilde locatie. Op de begane grond zijn commerciële ruimtes gemaakt. Daarboven liggen drie lagen met in totaal 69 parkeerplaatsen en de bergingen. Dat het parkeren niet ondergronds plaatsvindt, was vooral een kwestie van kosten. Daarnaast heeft deze bovengrondse parkeeroplossing meer voordelen. Zo kan er natuurlijk worden geventileerd, geeft de parkeerruimte geen opgesloten gevoel en kijk je vanuit vrijwel alle woonlagen over het voormalige Groot Laboratorium van Shell heen met een royaal uitzicht over de omgeving. Mocht er ooit meer behoefte komen aan extra woningen in plaats van parkeerruimte, dan kan de garage naar woningen worden omgebouwd. Doordat de hoogste woonlaag van de toren op 70 m ligt, konden bijzondere brandveiligheidsmaatregelen, zoals sprinklers, achterwege blijven. Ook de brandwerendheid van de hoofddraagconstructie kon beperkt blijven tot 90 minuten.

Fundering met koppelpalen

Eén van de uitdagingen van de woontoren was de fundering. De toren kon namelijk niet op de tweede, maar moest op de derde zandlaag op 63 m minus NAP worden gefundeerd. Dus bijna net zo diep als de toren hoog is. Ook hier is gezocht naar een kostenefficiënte oplossing. Het toepassen van boorpalen was mogelijk, maar zou veel duurder worden dan het heien van prefab palen. Constructeur BAM Advies & Engineering koos daarom voor zogenaamde schakelpalen. “Dat zijn prefab heipalen van 32 m die nog over de weg vervoerd kunnen worden met een onderlinge koppeling. Dit funderingssysteem was niet eerder op deze diepte toegepast in Amsterdam en dat vereiste dus veel overleg met de gemeente. Vanwege die koppeling was er een risico dat bij scheefstand het draagvermogen onvoldoende zou zijn. Daarom is tijdens het heien de scheefstand gemonitord. Uiteindelijk viel het mee; van de 140 palen waren er maar 2 die iets scheef stonden en waarvoor nieuwe palen zijn geheid,” licht projectarchitect Raymond van Sabben van Paul de Ruiter Architecten toe.

Drie constructieprincipes

Omdat er drie functies – commerciële ruimte, parkeren, wonen – op elkaar zijn gestapeld, was de onderlinge afstemming van de constructies en installaties voor deze functies een belangrijk aandachtspunt. “Bij hoogbouw moet je heel erg puzzelen op de bruto netto/verhouding want de constructie neemt relatief veel ruimte in. Verder is de snelheid van bouwen natuurlijk belangrijk. Daarom wilde BAM een tunnelbekisting toepassen,” vertelt architect Paul de Ruiter. Nu staan tunnelbekistingen niet bekend om hun flexibiliteit, maar door de combinatie van verschillende constructieprincipes is het goed gelukt om een efficiënte draagconstructie te bouwen. “Het gevaar van tunnelgietbouw is dat je één kant op tunnelt, waardoor de wanden in één dominante richting staan en maar twee zijden van de toren echt transparant kunnen worden. Wij wilden juist rondom zoveel mogelijk transparantie. Daarom bestaan de kopgevels uit penanten met grote verticale openingen ertussen. Alle hoeken zijn bovendien open gehouden voor de grote balkons. Je hebt daardoor niet het gevoel dat de toren aan één kant dicht is. Door de verdiepingshoge ramen kan je goed naar beneden kijken. Dat versterkt het gevoel van ruimte, juist in hoogbouw.” In de onderste vier lagen met commerciële ruimten, fietsenstalling en parkeren was geen plaats voor de tunnelwanden, dus hier is met een bouwsysteem met kolommen, balken en betonnen kern gebouwd. Op de derde verdieping is de overgangsconstructie naar de tunnelbouw gemaakt met onder andere 1 m hoge betonnen balken. Op de top is juist weer een lichte staalconstructie met breedplaatvloeren voor de penthouses gebruikt. In de penthouses wil je natuurlijk zoveel mogelijk openheid en geen tunnelwanden die de indelingsvrijheid beperken.

Lichte gevels

Nog tijdens het optrekken van de ruwbouw is gestart met het monteren van de gevels. Met grote elementen is de gevel beuk voor beuk in één keer dichtgezet door De Groot en Visser. De geprefabriceerde gevelelementen zijn opgebouwd uit structurele sandwichpanelen, waarin de aluminium kozijnen met beglazing zijn geïntegreerd. De elementen dragen naast de kozijnen ook de gevelbekleding. Door deze hoge mate van prefabricage was de gevelbeuk met één hijsbeweging dicht en was het casco van de toren in 20 weken wind- en waterdicht.

SIPS sandwichpanelen

In totaal zijn er ruim 500 van deze Unidek SIPS sandwichpanelen gemonteerd. SIPS staat voor Structural Insulated Panel System. De panelen bestaan uit een dikke isolatiekern van EPS met aan weerszijden 12 mm dikke watervaste en constructieve houtvezelplaat (P5). Aan de buitenzijde is een waterkerende, dampopen folie aangebracht. De panelen zijn van zichzelf luchtdicht en dampopen. Bij een totale dikte van 197 mm is de Rc-waarde 5,0 m2K/W. Daardoor zijn deze gevelvullende panelen slanker dan de meeste alternatieven en werken ze dus ruimtebesparend. Een groot verschil met meer traditionele houtskeletbouw panelen is dat de isolatiekern over het gehele vlak aanwezig is, wat leidt tot een betere en gelijkmatiger warmteweerstand. Alleen aan de buitenzijde zijn geïntegreerde houten verstijvers van 44 x 44 mm toegepast, die de doorlopende isolatielaag niet onderbreken. De SIPS-panelen zijn dampopen en daarom zijn geen dampremmende folies nodig. Aan de binnenzijde zijn de panelen in het werk voorzien van gipsvezelplaten. Het product SIPS is niet nieuw, wel is de B’Mine de koploper als het gaat om een toepassing hiervan op een hoogte van 75 m. Daarom is een mock-up gebouwd en zijn diverse testen voor de winddruk en -zuiging gedaan. De structureel volverlijmde panelen zijn zeer stijf en geschikt gebleken voor toepassingen in hoogbouw.

Snelle montage

De gevelelementen voor B’Mine zijn 5,60 m breed en 2,90 m hoog. Voor de bevestiging zijn stalen Z-ankers op de vloerranden aangebracht. Hierop zijn houten stelregels gemonteerd, waarop de SIPS-elementen zijn bevestigd. Een eenvoudige en snelle methode van werken, waarbij de toleranties van het gietbouwcasco worden opgevangen door het stellen van de Z-ankers op vooraf ingestorte ankerrails. De naden tussen de elementen zijn aan de binnenzijde gevuld met een elastische foam. Aan de buitenzijde zijn de naden afgetaped voor de luchtdichtheid. De kozijnen zijn in het werk afgekit. Voor de buitenbekleding van de dichte geveldelen is zwart geëmailleerde Colorbel beglazing gekozen. Dit zorgt voor een abstracte vlakwerking en spiegelt de wolkenlucht. Er is veel aandacht uitgegaan naar een zorgvuldige afwerking van de gevel, met zo min mogelijk bevestigingsmiddelen in het zicht. Van Sabben: “Langs de kozijnen is een aluminium U-profiel geplaatst, waar de Colorbel platen inschuiven. Bij de vloerranden zijn gezette afdekkappen van antracietkleurig aluminium composiet aangebracht. Daarachter is de bevestiging van het Colorbel verborgen om het strakke effect te behouden.”

Raster en balkons

Een opmerkelijke toevoeging zijn de verticale kokers aan de buitenzijde. Deze geven de toren een spannend, gelaagd aanzicht. De Ruiter: “De hoofdvorm van de toren is geaccentueerd door een aluminium raster, waarbij de hoeken door de balkons een open karakter hebben. We hebben veel onderzoek gedaan naar buitenruimten in relatie tot hoogbouw en diverse woontorens bezocht. Vaak hangen balkons buiten de gevel en dat voelt oncomfortabel. Dus wij hebben die buitenruiten binnen het volume van de toren geplaatst voor het comfort. Het raster geeft een gevoel van beslotenheid, terwijl die balkons wel heel groot zijn, zo’n 5 m breed en 2 m diep.” De balkons hebben brede schuifpuien, waarvan de te openen vleugel 2,20 m breed is en bovendien een kiepstand heeft voor ventilatie. Verder zijn de appartementen voorzien van draai/kiepramen boven een doorvalveilige glazen borstwering. De kokers van het raster zijn op enkele cm vóór de gevel geplaatst en zijn opgebouwd uit gezette aluminium platen. Deze kolommen zijn ter plaatse van de vloeren gekoppeld aan de vloerranden. Op de top van de toren eindigen de kolommen in een open kroon, een verwijzing naar wolkenkrabbers in New York. Het abstracte volume geeft B’Mine een sterk karakter.

Twee éénpersoonshuishoudens

De meeste woningen hebben drie kamers. Een deel hiervan is speciaal geschikt gemaakt voor het Friends-concept. Het betreft 50 woningen die door twee éénpersoonshuishoudens worden gedeeld. Bijzonder aan het Friends-concept is dat de beide bewoners medehuurder zijn. Bij vertrek van één van de huurders kan de overgebleven huurder zelf een kandidaat zoeken. Het grootste verschil met de standaard driekamerwoning is dat een Friends-woning beschikt over twee gelijkwaardige slaapkamers. Aan de geluidsisolatie van de metalstud tussenwanden worden hogere eisen gesteld. Net als bij de woningscheidende wanden zijn een zwaardere beplating, extra isolatie en kierdichting toegepast, en zijn de afwerkvloeren ontkoppeld. Op de bovenste bouwlaag liggen de vier penthouses met woonkamers van maar liefst 5 m hoogte. Zodoende was er ook voldoende hoogte om de techniekruimte met installaties te situeren boven de slaapkamers, die een normale verdiepingshoogte hebben. Een aparte dakopbouw kon zo worden vermeden. In het gehele complex is balansventilatie en stadsverwarming aangelegd. Alle woningen beschikken over vloerverwarming, waardoor er geen radiatoren voor de glazen borstweringen staan. Al met al is veel kwaliteit gerealiseerd voor een redelijk betaalbare prijs in Amsterdam. En het is natuurlijk leuk om te zien hoe succesvol de sprong naar Noord kan werken met zo’n efficiënte en aantrekkelijke hoogbouwtoren, aldus De Ruiter.

Projectgegevens:
Locatie: Bercyclaan, Amsterdam Noord
Opdrachtgever en ontwikkelaar: AM BV, Utrecht Belegger: Pensioenfonds Metaal en Techniek, Rijswijk en MN Services NV, Den Haag
Architect: Paul de Ruiter Architects, Amsterdam
Hoofdaannemer: BAM Wonen Speciale Projecten, Amsterdam  Constructeur: BAM Advies en Engineering, Bunnik
Bouwfysisch advies en installaties: DWA, Bodegraven
Gevelbouw: De Groot & Visser, Gorinchem
Leveranciers SIPS elementen: Kingspan Unidek, Gemert
Bruto vloeroppervlak: 21.740 m2
Programma: 4 luxueuze penthouses, 50 appartementen in het middensegment (77 m2), 41 marktconforme huurappartementen (87 m2) en 52 Friends-appartementen (92 m2)
Bouwkosten: € 20.750.000 incl. installaties, excl. BTW
Bouwperiode: mei 2015 tot mei 2017
Tekst: Josine Crone
Fotografie: Ossip van Duivenbode, Kingspan, Josine Crone

Eén reactie

  1. Een prachtig project! Ook goed om te vermelden dat de toren wordt voorzien van warmte voor CV en warm tapwater vanuit de WKO-centrale van ENGIE onder het nabijgelegen appartementengebouw De Halve Maen.

    In totaal worden nu 700 woningen en diverse andere gebouwen waaronder EYE Filmmuseum en de A’DAM Toren voorzien van warmte en/of koude vanuit deze WKO-centrale.

Geef een reactie

Regels voor reageren op Bouwwereld.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer