Renson: circulariteit als logisch gevolg van natuurlijke ontwerpprincipes

Bij Renson draait alles om gezond en comfortabel wonen, werken en leven, maar dan wel met het oog op de toekomst. De Belgische fabrikant van ventilatie-, zonwerings-en gevelsystemen en outdoor living ziet duurzaamheid als een vereiste. We spreken met Anneleen Vens, project officer en business architect, en Rien Laverge, marketing director. Hoe vertaalt een internationaal opererend familiebedrijf zijn duurzame ambities naar concrete innovaties, ketensamenwerking en systeemverandering?

Een circulaire bouweconomie in 2050 vraagt om fundamentele systeemverandering, niet om cosmetische labels. Die overtuiging vormt het uitgangspunt van toeleverancier Renson, bekend van hoogwaardige ventilatie-, zonwering- en gevelsystemen. Al meer dan een eeuw zet het Belgische familiebedrijf in op gezonde, comfortabele leefomgevingen – binnen en buiten – met natuurlijke principes als leidraad. Circulariteit is voor Renson geen modieuze hype, maar een stap in een langetermijnvisie waarin ontwerp, gebruik en onderhoud naadloos op elkaar moeten aansluiten.

Met het Healthy Building Concept en het digitale platform Renson One koppelt het bedrijf passieve oplossingen voor gezond en comfortabel wonen aan actieve monitoring en predictief onderhoud. Achter die aanpak schuilt een duidelijke ambitie: producten moeten repareerbaar, upgradable en slim aanpasbaar zijn aan veranderend gebruik. Maar Renson wil meer dan alleen techniek leveren. Het bedrijf denkt in concepten en werkt met architecten samen vanaf de eerste ontwerpfase. Tegelijkertijd probeert het beleidsmakers en bouwprofessionals te overtuigen dat circulariteit begint bij ontwerpbeslissingen.

‘Mijn drijfveer is om duurzaamheid helder, geloofwaardig en concreet te maken, zonder holle slogans’

Kun je jezelf kort voorstellen, Anneleen, en hoe kijk jij persoonlijk aan tegen duurzaamheid en circulariteit in de bouwsector?

Vens: “Ik ben bouwkundig ingenieur en sinds veertien jaar werkzaam bij Renson, waar ik momenteel aan strategische projecten werk als project officer en business architect. Al tijdens mijn studie had ik belangstelling voor duurzaamheid. In 2011 volgde ik hier een keuzevak over, al stond circulariteit toen nog nauwelijks op de kaart. Binnen Renson probeer ik duurzame en circulaire principes altijd pragmatisch te vertalen naar onze bedrijfscontext. Filosofie is mooi, maar het moet ook werkbaar zijn in de praktijk.”

En Rien, kun jij jezelf kort voorstellen en jouw visie geven op duurzaamheid en circulariteit vanuit je rol als marketing director?

Laverge: “Ook ik werk inmiddels veertien jaar bij Renson, vooral op het vlak van productstrategie en sinds januari als marketing director. Duurzaamheid is voor mij vanzelfsprekend. Wat me soms frustreert, is de manier waarop beleidsmakers het thema benaderen. Te vaak zijn maatregelen gericht op de korte termijn, met averechts effect. Mijn drijfveer is om duurzaamheid helder, geloofwaardig en concreet te maken, zonder holle slogans.”

Wat zijn volgens jou de kwaliteiten die van jou een effectieve marketing director maken binnen een bedrijf in transitie richting duurzaamheid?

Laverge: “Verhalen kunnen vertellen. Dat is misschien wel mijn belangrijkste kwaliteit. Goede marketing draait niet om de hipste boodschap, maar om de essentie begrijpelijk maken voor diverse doelgroepen, binnen en buiten het bedrijf. Het gaat om uitleggen waar je voor staat, waarom je doet wat je doet en hoe je dat concreet maakt.”

Welke kwaliteiten en inzichten maken jou effectief in jouw rol bij Renson, juist binnen een context van innovatie, duurzaamheid en systeemverandering?

Vens: “Duurzame verandering in een organisatie vraagt om afdelingsoverschrijdende samenwerking. Circulariteit is per definitie geen opzichzelfstaand iets, het raakt de hele keten. Mijn kracht zit in het verbinden van mensen, projecten en systemen. Je moet iedereen mee hebben: van productontwikkeling tot marketing en van productie tot logistiek.”

Welk moment of inzicht was voor Renson het kantelpunt in de overtuiging dat de lineaire bouweconomie geen toekomst heeft?

Laverge: “Er is niet één kantelpunt geweest. Duurzaamheid zit in ons DNA. Onze missie is al jaren ‘Creating Healthy Spaces’. Dat betekent dat we inzetten op natuurlijke principes, zoals zonwering en ventilatie, om gebouwen comfortabel en energiezuinig te maken. We willen actieve technieken pas inzetten als passieve oplossingen onvoldoende blijken. Circulariteit is daarin een logisch vervolg: het verlengen van de productlevensduur is onze eerste prioriteit.”

Kun je enkele voorbeelden geven van duurzame, circulaire totaalconcepten van Renson – in zowel renovatie als nieuwbouw?

Vens: “Onze eigen gebouwen zijn het levende bewijs van hoe je met behulp van natuurelementen als licht en lucht tegelijk duurzaam, gezond en comfortabel kunt bouwen. Als je er maar vroeg genoeg in de ontwerpfase over nadenkt. Maar belangrijker zijn de concepten erachter: het Healthy Building Concept en Renson One. Daarmee brengen we zonwering, ventilatie, verwarming en automatisering samen tot een slim, gezond en energie-efficiënt geheel.

We adviseren architecten vanaf de ontwerpfase en ontwerpen systemen die op de toekomst voorbereid zijn, bijvoorbeeld met een ready-oplossing voor screens. We zien in de markt dat veel bewoners of gebruikers pas na oplevering ontdekken dat hun woning wel conform de norm is, maar helaas niet comfortabel om in te leven. Door vanaf het begin mee te denken in het ontwerp kunnen wij – met bijvoorbeeld integratie van onzichtbare screenkasten of slimme ventilatie-oplossingen – anticiperen op toekomstige behoeften. Onze systemen zijn daarbij modulair uit te breiden: wie bij oplevering nog niet voor actieve zonwering kiest, kan die later eenvoudig toevoegen zonder esthetische of bouwkundige ingrepen. Dat voorkomt sloop, verspilling en functionele teleurstelling, iets wat in zowel renovatie-als nieuwbouwtrajecten enorme circulaire winst oplevert.”

Renson
Foto: Martin Wengelaar.

‘We evolueren van productleverancier naar systeempartner, met circulariteit als uitgangspunt én als resultaat’

Laverge: “Met Renson One gaan we nog een stap verder. Dit digitale ecosysteem koppelt al onze slimme producten aan elkaar én aan de cloud. Daardoor kunnen we het energieverbruik minimaliseren, comfort garanderen én onderhoud voorspellend organiseren. Denk aan ventilatieboxen die zelf aangeven wanneer een onderdeel aan vervanging toe is, of een warmtepomp die op basis van gebruiksdata efficiënter wordt aangestuurd om nog beter op de behoefte van een bewoner in te spelen. Dat maakt het mogelijk om producten veel langer te blijven gebruiken en gericht te onderhouden, in plaats van deze te vervangen. Zo evolueren we van productleverancier naar systeempartner, met circulariteit als uitgangspunt én als resultaat.”

Wat bedoelt Renson concreet met ‘het dagelijkse leven mooier maken in harmonie met de natuur’, en hoe vertaalt zich dat in productontwikkeling of ontwerpfilosofie?

Laverge: “Die zin is voor ons geen hol marketingstatement, maar een samenvatting van hoe we naar bouwen en wonen kijken. We geloven dat de natuur al eeuwenlang oplossingen biedt voor comfortabel leven. Denk aan schaduw, luchtcirculatie, daglicht en thermische massa. Wij proberen die principes zo slim mogelijk te vertalen naar de hedendaagse gebouwde omgeving. In plaats van technologische overdaad zoeken we naar manieren om natuurlijke elementen zoals zonlicht, wind en temperatuurverschillen zó in te zetten dat ze bijdragen aan comfort, gezondheid en energie-efficiëntie.”

Vens: “In onze productontwikkeling betekent dit dat we streven naar oplossingen die zo min mogelijk ingrijpen, maar wel maximaal ondersteunen. Voorbeelden zijn spuiventilatie met akoestisch gedempte roosters, geautomatiseerde zonwering die inspeelt op weersvoorspellingen en ventilatiesystemen die alleen optoeren als de luchtkwaliteit daar om vraagt. Onze aanpak begint altijd bij het gebouwontwerp: hoe kunnen we al in de schil en de oriëntatie zoveel mogelijk gebruikmaken van wat er al is? Pas daarna voegen we actieve technologie toe, met zo weinig mogelijk energieverbruik, maximaal onderhoudsgemak en een lange levensduur.

We zien circulariteit dan ook niet als een op zichzelf staand doel, maar als het logische gevolg van een natuurlijke ontwerpfilosofie. We willen zuinig omgaan met hulpbronnen, flexibiliteit in gebruik mogelijk maken en systemen ontwikkelen die slim samenwerken over een langere tijd. In die zin is het dagelijkse leven mooier maken in harmonie met de natuur vooral een oproep tot terugkeer naar eenvoud en langetermijndenken. Dat willen wij met hedendaagse technieken verder versterken.”

Waar ligt volgens jullie de grootste uitdaging om daadwerkelijk circulair te worden als bedrijf in de bouwsector?

Vens: “De grootste uitdaging is schaalbaarheid binnen een versplinterd regelgevingslandschap. Waar we bij outdoor livingproducten relatief eenvoudig één wereldwijd schaalbaar concept kunnen hanteren, is dat bij bouwgerelateerde systemen veel lastiger. Ventilatie- of zonweringseisen verschillen per regio, net als de bouwtradities, woningtypologieën en installatievoorschriften. In Europa alleen al lopen de regelgeving en implementatiepraktijk uiteen tussen bijvoorbeeld Vlaanderen, Wallonië, Nederland en Duitsland. Dat maakt het onmogelijk om één universeel circulair product of systeem te ontwikkelen dat overal zonder aanpassingen toepasbaar is.”

Hoe gaan jullie daarmee om?

Vens: “Om daarmee om te gaan, hanteren wij een platformstrategie. Dat betekent dat we vertrekken vanuit een robuuste, modulaire basisoplossing die flexibel aan te passen is aan de context. Denk aan een ventilatiesysteem dat in de kern hetzelfde blijft, maar modulair uit te breiden is met land- of projectspecifieke componenten, zoals akoestische roosters of een ander type sturing. Daarmee kunnen we ontwerpen met het oog op herbruikbaarheid en repareerbaarheid, terwijl we toch aan de lokale normen voldoen. Maar dat is technisch en organisatorisch uitdagend: het vraagt afstemming tussen R&D, productie, inkoop, compliance, marketing en service. Elke variatie moet immers beheersbaar blijven.

Circulariteit vergt dus niet alleen een andere ontwerpaanpak, maar ook een heroriëntatie van het hele businessmodel én van de interne organisatie. De uitdaging zit vaak niet in de techniek, maar in het verbinden van alle schakels, van productplatform tot ketenpartners en van wetgeving tot eindgebruiker. Alleen met voldoende interne veerkracht en externe samenwerking is het mogelijk om op schaal circulair te bouwen.”

Blijf voorop in de bouw met de Bouwwereld nieuwsbrief

Ontvang elke week het laatste (product)nieuws, trends en ontwikkelingen over bouwtechniek in je mailbox. Sluit je aan bij 16.000 bouwprofessionals en mis niets!.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.