Een nieuwe productielijn toevoegen of een complete modernisering of verduurzaming van je gebouw, terwijl de productie gewoon doorgaat. Voor voedingsmiddelenfabrikanten is dat bij een verbouwing vaak de realiteit. En dat stelt hoge eisen aan planning, hygiëne en samenwerking. “een standaard verbouwing is al complex, maar in een draaiende fabriek komt er een hele wereld aan randvoorwaarden bij kijken”, zegt Ruud Koetsier, senior projectmanager bij NIRAS.
Bij NIRAS zijn Koetsier en zijn collega, projectmanager Pim Bles, gespecialiseerd in bouwprojecten binnen operationele voedselomgevingen. Denk aan nieuwe proceslijnen, koelinstallaties of uitbreidingen van verpakkings- of opslagruimtes. “Je bouwt letterlijk om de productie heen”, aldus Bles. “Daarbij mogen voedselveiligheid, hygiëne en continuïteit nooit in het gedrang komen.”
Dat vereist maatwerk. “We maken gesegmenteerde bouwzones, werken met tijdelijke luchtsluizen, stofschotten van bijvoorbeeld krimpfolie en creëren alternatieve looproutes voor personeel en materiaal. Zelfs kledingvoorschriften kunnen tijdelijk wijzigen. Soms is compleet andere kleding nodig, inclusief schoenenwissel en haarnetjes.”

Planning op de millimeter
Een centrale uitdaging is de planning. “In deze sector wil niemand onnodige stilstand”, stelt Koetsier. “Toch ontkom je er soms niet aan om productiestops in te bouwen. We plannen daarom ‘milestones’: vaste momenten waarop delen van het werk uitgevoerd mogen worden. En als het even kan, combineren we het met al gepland onderhoud.”
Daarbij speelt communicatie een sleutelrol. “In een fabriek heb je te maken met productie, QA, logistiek, technische dienst en veiligheid. Die moeten allemaal betrokken worden. Wij spelen daarin vaak een bemiddelende rol tussen opdrachtgever en aannemer.”
Beheerst beleid in de frieslandcampina-fabriek
Een sprekend voorbeeld is het project bij FrieslandCampina in Lochem. De fabriek werd uitgebreid om de boterproductie over te nemen van de locatie in Den Bosch. “We hebben onder andere de melkontvangst en voorfabriek, waar de eerste behandeling van de melk plaatsvindt, uitgebreid, een productieruimte toegevoegd op het dak van een bestaand deel van de fabriek en een koelinstallatie gerealiseerd. Allemaal terwijl de fabriek doordraaide”, zegt Koetsier. “Daarnaast stonden de planning en realisatie onder druk, omdat al was aangekondigd dat de productie op de andere productielocatie zou worden stopgezet.”
Juist in zulke trajecten toont de discipline ‘buildings’ van NIRAS zijn kracht. “Onze meerwaarde zit in het integraal overzien van techniek, ontwerp, logistiek én vergunningen. We bouwen functionele ruimtes die aansluiten bij het productieproces én de strikte eisen van voedselveiligheid.” De discipline wordt meer dan eens ondersteund door de andere kennisgebieden van het engineeringsbureau. Deze afdelingen bieden op hun beurt inzicht in voedseltechnologie, het productieproces, verpakkingslijnen en digitaal ontwerp.

Voedselveilig bouwen
Hygiënisch ontwerpen begint al in de engineeringsfase. “We hanteren richtlijnen zoals EHEDG (European Hygienic Engineering & Design Group, red.) voor materiaalgebruik en detaillering. Minimale horizontale vlakken, wel schuine aansluitingen, afgeronde hoeken en eenvoudig reinigbare oppervlakken”, legt Bles uit. Tijdens de bouw gelden net zulke strenge eisen. “Stofverspreiding is een groot risico”, vult Koetsier aan. “Daarom isoleren we werkgebieden zoveel mogelijk. En dat kan betekenen dat je routes, toegang en bevoorrading volledig moet herontwerpen.”
Trends: verduurzaming en BIM
Naast hygiëne is duurzaamheid een belangrijk thema. “We zien steeds vaker dat klanten willen verduurzamen: van gas naar elektra, warmtepompen toepassen of buffervaten integreren”, zegt Bles. “Dat brengt vaak netcongestie of vergunningsvraagstukken met zich mee, die we in een vroeg stadium moeten tackelen.”
Ook digitaal wordt er een slag gemaakt. “We werken steeds vaker met 3D-scans en BIM. Zo kunnen we niet alleen de toekomstige situatie modelleren, maar ook in dialoog met onderhoud, productie en directie risico’s en knelpunten inzichtelijk maken. Het voorkomt verrassingen op de bouwplaats.”
Geen standaardoplossing
Is bouwen in een draaiende fabriek te standaardiseren? “Nee”, stelt Koetsier resoluut. “Elk product vraagt om een andere aanpak, of het nu zuivel, snacks of groenteconserven zijn. Maar ervaring helpt. Wij weten wat kan en vooral wat er mis kan gaan.” Zijn advies aan opdrachtgevers: betrek bouwkundigen vroeg. “De meeste klanten beginnen met de productievraag. ‘Ik wil een nieuwe lijn of product.’ Wij helpen dan de vertaalslag te maken naar wat dat betekent voor het gebouw, van fundering tot vluchtplan.”
Niet sexy, wel uitdagend
Wat deze projecten zo bijzonder maakt, is het spanningsveld tussen hygiëne en bouwstof, tussen deadlines en techniek. “Het lijken vaak geen sexy gebouwen”, zegt Koetsier. “Maar ze zijn tot in de puntjes doordacht. En dat maakt het werk uitdagend en daarom juist heel interessant.”
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met NIRAS.







