Onzekerheid over status ‘positieve weigering’ bij intern salderen met stikstof

Er is veel te doen over de status van een ‘positieve weigering’ ingevolge de Wet natuurbescherming. Biedt die nu dezelfde bescherming als een natuurvergunning of niet? In de lagere rechtspraak wordt verschillend geoordeeld over de betekenis van een positieve weigering. In de praktijk leidt een positieve weigering bovendien tot minder rechtszekerheid. In een conceptwetsvoorstel wordt een natuurvergunningplicht geïntroduceerd, óók voor intern salderen. Dit komt de rechtszekerheid voor bouwers ten goede, maar leidt wel weer tot een vergunningplicht.

Sinds 1 januari 2020 is alleen nog een natuurvergunning vereist als er sprake is van een project dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) is daar bij intern salderen met stikstof binnen een bouwproject, wat niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie, geen sprake van. Dat betekent dat voor intern salderen geen natuurvergunning meer nodig is. Bedrijven kunnen dan kiezen voor een zogenaamde ‘positieve weigering’ of volstaan met een eigen berekening. Bij een positieve weigering vraagt de initiatiefnemer wel een natuurvergunning aan, maar het bevoegd gezag weigert deze vergunning omdat geen vergunning is vereist. Deze (positieve) weigering wordt vervolgens gepubliceerd en tegen dit besluit staat – op grond van artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht – ook rechtsbescherming bij de bestuursrechter open.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.