Ga naar hoofdinhoud

Definitieve inwerkingtreding nieuwe bouwregelgeving op 1 juli 2022?

Op 27 mei 2021 heeft minister Ollongren de nieuwe inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gegeven: 1 juli 2022. De dag daarvoor had zij met lagere overheden een overleg wat bij de huidige stand van zaken van ICT verantwoord is. Uit het overleg komt dus een half jaar uitstel.

Tussenstand

De inwerkingtreding zou minder spannend zijn geweest, als minister Ollongren niet aan de Eerste Kamer de toezegging zou hebben gedaan alleen na zijn akkoord de nieuwe regelgeving in te voeren. In de Omgevingswet staat dat het inwerkingtredingsbesluit aan de beide Kamers moet worden verzonden.

Op 1 december 2020 heeft de Tweede Kamer al ingestemd met de inwerkingtreding op 1 januari 2022. Vervolgens heeft diezelfde Kamer op 25 februari 2021 een motie verworpen dat de invoering moet worden uitgesteld. Daarmee is de Tweede Kamer al akkoord met de inwerkingtreding. Bovendien zijn de winnende partijen van de verkiezingen van 18 maart 2021 vóór een snelle inwerkingtreding.

De Eerste Kamer is minder enthousiast. Deze heeft op 13 januari 2021 een spoeddebat over de inwerkingtreding gehouden. Minister Ollongren heeft tijdens dat debat haar toezegging herhaald het oordeel van de Eerste Kamer af te wachten.

In haar brief van 27 mei 2021 schrijft Ollongren het eerdere inwerkingtredingsbesluit van 17 december 2020 in te trekken en na de zomer een nieuwe in te dienen met als invoeringsdatum dus 1 juli 2022. Overigens stelt zij dat alle regelgeving deze zomer al klaar is.

Kwaliteitsborging

Wat betreft bouwregelgeving is één onderdeel vermoedelijk nog niet deze zomer in het Staatsblad gepubliceerd. Verschillende versies van het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen – de lagere regelgeving bij de Wet kwaliteitsborging – zijn inmiddels vijf jaar in voorhang bij de Eerste Kamer. Diezelfde Kamer die moeilijk doet over de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Op 15 april 2021 heeft de Eerste Kamer aan de minister allerlei vragen over die lagere regelgeving inzake kwaliteitsborging verzonden. Straks moet een private kwaliteitsborger tijdens de bouw toezicht houden en verklaren of het gerealiseerde bouwwerk aan de technische nieuwbouwvoorschriften voldoet. Zonder zijn positieve verklaring mag het gerealiseerde bouwwerk niet in gebruik worden genomen.

De Eerste Kamer vraagt minister Ollongren of er straks wel voldoende kwaliteitsborgers zijn en of er voldoende proefprojecten zijn gedaan. Met name die tweede vraag is opmerkelijk nu de minister eerder al die Kamer heeft geïnformeerd dat er honderden proefprojecten zijn gedaan. Voldoende kwaliteitsborger is een “kip en het ei”-verhaal. Zolang er geen harde inwerkingtredingsdatum is, kunnen de kwaliteitsborgers niet opschalen door meer personeel aan te nemen. De Eerste Kamer zal vooral duidelijkheid moeten bieden.

De koppeling tussen beide wetten

Minister Ollongren – en ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in haar persbericht van 27 mei 2021 – maakt weinig woorden vuil aan de koppeling. Beide wetten moeten gelijktijdig in werking treden.

Die koppeling werkt als volgt. Onder de Omgevingswet gelden voor bouwwerken in beginsel twee vergunningplichten: de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit én de omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit. In laatstgenoemde vergunning toetst de gemeente aan de technische nieuwbouwvoorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (de opvolger van het Bouwbesluit 2012). 

De Wet kwaliteitsborging geeft invulling aan die technische vergunning. De vergunningplicht vervalt. Er komt een bouwmelding voor in de plaats. Daarom mag de gemeente voor het technische deel geen leges meer heffen. Het is immers in de eerste plaats de kwaliteitsborger die beoordeelt of het bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften zal voldoen.

Afwachten een optie?

Dit half jaar uitstel kan leiden tot een afwachtende houding. Voor stedenbouwkundige bureaus, projectontwikkelaars en ontwikkelende aannemers is dat echter geen optie.

De stedenbouwkundige bureaus zijn sowieso aan zet. Zij zullen met de nieuwe software moeten werken bij de uitwerking van nieuwe projecten. Oefenen is dus vereist. Voor hen zal het extra lastig zijn om goede offertes te maken voor nieuwe projecten, nu niet vaststaat in hoeverre de omvang van hun werkzaamheden verandert.

Direct na deze zomer is er al een schaduwwerking van de nieuwe bouwregelgeving. De projectontwikkelaars en aannemers moeten die schaduwwerking niet onderschatten. Veel gemeenten geven informeel al aan na de zomer minder vaak te zullen meewerken aan het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen om bouwprojecten mogelijk te maken. Onder de Omgevingswet verdwijnt immers het bestemmingsplan. Alle bestemmingsplannen van een gemeente gaan op in één omgevingsplan. Met de juiste advisering kan dit probleem via vergunningverlening worden opgelost. Lang niet altijd is immers een nieuw bestemmingsplan nodig om een bouwproject mogelijk te maken.

Tot slot

Minister Ollongren erkent dat de inwerkingtreding op 1 juli 2022 minder gelukkig is, nu het dan de vakantieperiode is. Zij wil echter het momentum behouden. Er komt zeker geen afstel. Zo schrijft zij dat alle overheden volledig achter de invoering van de Omgevingswet staan. De VNG onderschrijft dat. Zelfs als de inwerkingtreding nog één laatste keer zou worden uitgesteld (tot 1 oktober 2022 of 1 januari 2023) dan nog zijn er nu direct consequenties. Gemeenten staan na deze zomer in voorbereidingsstand en zullen daarom minder snel meewerken aan een nieuw bestemmingsplan voor uw bouwproject.

Tekst: mr. dr. ing. Peter de Haan, advocaat-partner PDH Advocatuur.

Lees ook:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.