Ga naar hoofdinhoud

Modelbouwverordening houdt aansluiting Bouwbesluit

Tiende serie wijzigingen Modelbouwverordening

Per 1 juli 2005 wijzigt het Bouwbesluit. Het gevolg is dat op diezelfde datum ook een wijziging van de (Model)Bouwverordening noodzakelijk is, om de afstemming op het Bouwbesluit te behouden. De voorschriften gaan vooral over het brandveilig gebruiken van een gebouw.

De Model Bouwverordening (MBV) geeft alle niet-bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk of gebouw moet voldoen. Sinds 1992 geeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de Model Bouwverordening uit én de opeenvolgende wijzigingen, op dit moment de 9e serie.

In 2004 hebben de VNG en het Landelijk Netwerk Brandpreventie (LNB) gewerkt aan de actualisering van de brandveiligheidsvoorschriften uit de MBV. Dit gebeurde samen met de Ministeries van VROM en BZK en leidde tot de 10e serie wijzigingen.

10e serie wijzigingen
De wijzigingen bestaan uit vier categorieën:
1 Toevoeging van voorschriften, vanwege het blijvend functioneren van voorzieningen;
2 Verduidelijking van voorschriften door een toelichting;
3 Verwijdering van artikelen omdat de inhoud ervan is overgeheveld naar ‘kapstokartikelen’ (algemene functionele eis);
4 Nadere uitwerking betreffende de aanwezigheid van brandbeveiligingsinstallaties.

Wanneer de houdbaarheidsdatum van het impregneren is verstreken, moet riet opnieuw behandeld worden.Wanneer de houdbaarheidsdatum van het impregneren is verstreken, moet riet opnieuw behandeld worden.

Aanvullende gegevens

De voorschriften uit de Bouwverordening kunnen per gemeente verschillen. Veel gemeenten hanteren het Model van de VNG als basis. De voorschriften uit de MBV tellen bij toetsing van een bouwplan net zo zwaar als de voorschriften uit het Bouwbesluit. De BouDe voorschriften uit de Bouwverordening kunnen per gemeente verschillen. Veel gemeenten hanteren het Model van de VNG als basis. De voorschriften uit de MBV tellen bij toetsing van een bouwplan net zo zwaar als de voorschriften uit het Bouwbesluit. De Bouwverordening is niet alleen belangrijk voor een gebruiksvergunning. Ook bij de aanvraag van een bouwvergunning wordt getoetst aan de voorschriften uit de Bouwverordening, voor zover mogelijk. Ook gebouwen die geen gebruiksvergunning nodig hebben, moeten voldoen aan de voorschriften uit de MBV.
De actualisering van de MBV gaat gewoon door. Er wordt gewerkt aan een 11e serie wijzigingen. Qua structuur komen de 10e en 11e serie overeen met het model uit 1992. Inhoudelijk vormen de geactualiseerde brandveiligheidsvoorschriften uit de 10e en 11e serDe actualisering van de MBV gaat gewoon door. Er wordt gewerkt aan een 11e serie wijzigingen. Qua structuur komen de 10e en 11e serie overeen met het model uit 1992. Inhoudelijk vormen de geactualiseerde brandveiligheidsvoorschriften uit de 10e en 11e serie wijzigingen straks de basis voor landelijk uniforme regelgeving. Dit wordt een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Woningwet, met gebruiksvoorschriften voor bouwwerken. Naast een Bouwbesluit kennen we dan dus ook een Gebruiksbesluit. Omdat een Gebruiksbesluit uniforme regelgeving is, zullen deze voorschriften niet meer per gemeente verschillen. De verwachting is dat het Gebruiksbesluit per 1 januari 2007 in werking treedt.
Voorbeelden
Categorie 1:

Als het Bouwbesluit de eis stelt dat een dak niet brandgevaarlijk mag zijn, kan een rieten dak geïmpregneerd worden. Een staalconstructie kan met verf een bepaalde brandwerendheid krijgen. De kwaliteit van het opwaarderen van deze constructies moet altijd worden gegarandeerd. Daarvoor geeft de leverancier een ‘houdbaarheidsdatum’ aan. Wanneer deze datum is verstreken, moet de constructie opnieuw worden behandeld. Een nieuw toegevoegd artikel in de MBV legt vast dat hierbij een geldig certificaat vereist is, dat moet worden opgenomen in het logboek.

Het Bouwbesluit stelt een eis aan rookmelders in een woonfunctie (2.146 lid 7). De goede werking van deze rookmelders lag echter tot nu toe nergens vast. Met de toevoeging van artikel 21 in bijlage 3 van de Verordening is nu tevens vastgelegd dat de rookmelders adequaat moeten functioneren volgens NEN 2555.

Categorie 2:
Om de bedoeling van voorschriften duidelijk te maken, krijgt elk voorschrift – ook die uit bijlage 3 en 4 – nu een toelichting. De rekenregels over veilig vluchten zijn hiervan een voorbeeld. In augustus 2004 verscheen de brochure ‘Vluchten bij brand – Handreiking voor gebruiksvergunningen’ van de ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken. Met daarin een rekenmethodiek voor het maximaal toelaatbaar aantal personen in een gebouw met het oog op brandveiligheid. De toelichting in de MBV verwijst nu rechtstreeks naar deze brochure.

Artikel 12A van bijlage 3 eist dat deuren die leiden naar een overdruktrappenhuis, een opschrift moeten hebben waaruit blijkt dat het een overdruktrappenhuis is. Het artikel maakt niet direct duidelijk waarom dit belangrijk is maar de (nieuwe) toelichting wél. Wanneer een trappenhuis namelijk op overdruk staat, kunnen vluchtende mensen denken dat de toegang op slot zit, door de grotere weerstand van de deur. Voor vluchtende mensen is duidelijkheid belangrijk. Bijvoorbeeld: ‘HARD DUWEN, trappenhuis kan op overdruk staan’.

Een rookmelder moet er niet alleen zijn maar ook werken. De Modelbouwverordening regelt dit nu.Een rookmelder moet er niet alleen zijn maar ook werken. De Modelbouwverordening regelt dit nu.

Met verf kan staal een hogere brandwerendheid krijgen. Zonodig moet opnieuw worden geschilderd.Met verf kan staal een hogere brandwerendheid krijgen. Zonodig moet opnieuw worden geschilderd.

Categorie 3:
Artikel 6.4.1. van de MBV eist – vrij vertaald: Je mag geen brandgevaar veroorzaken, vluchtroutes belemmeren en schadelijke stoffen verspreiden’. De 9e serie wijzigingen bevatte een aantal voorschriften die met deze basiseis verband houden. In de 10e serie is ervoor gekozen dit te verduidelijken en de voorschriften te laten vervallen. Het doel van de vervallen voorschriften is opgenomen als voorbeeld in de toelichting bij artikel 6.4.1.

Categorie 4:
Een doodlopende gang of galerij mag volgens het Bouwbesluit maximaal 15 m bedragen. De 9e serie wijzigingen vereiste in doodlopende verkeerszones een automatische brandmeldinstallatie met rookdetectie. Sommige gemeenten vereisten de installatie bij een doodlopend eind van 1 m; anderen hanteerden een ondergrens van 5 m.

De 10e serie wijzigingen schrijft duidelijker voor in welke situaties een dergelijke installatie noodzakelijk is. Zo moet er sprake zijn van één of meer van de volgende situaties in een gebruiksfunctie, niet zijnde een woonfunctie of een woongebouw:

– De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte en een punt vanwaar in meerdere richtingen kan worden gevlucht, bedraagt meer dan 10 m.;
– Het totale oppervlak van het gedeelte van de ruimte waardoor slechts in één richting kan worden gevlucht alsmede de op dit gedeelte aangewezen verblijfsruimten, is groter dan 200 m2;
– Er zijn meer dan twee verblijfsruimten aangewezen op de betreffende ruimte. In de situatie van afb. 4 is dus op grond van dit gewijzigde artikel geen rookdetectie noodzakelijk.

Afb. 4Afb. 4

Aanvullende gegevens

De voorschriften uit de Bouwverordening kunnen per gemeente verschillen. Veel gemeenten hanteren het Model van de VNG als basis. De voorschriften uit de MBV tellen bij toetsing van een bouwplan net zo zwaar als de voorschriften uit het Bouwbesluit. De BouDe voorschriften uit de Bouwverordening kunnen per gemeente verschillen. Veel gemeenten hanteren het Model van de VNG als basis. De voorschriften uit de MBV tellen bij toetsing van een bouwplan net zo zwaar als de voorschriften uit het Bouwbesluit. De Bouwverordening is niet alleen belangrijk voor een gebruiksvergunning. Ook bij de aanvraag van een bouwvergunning wordt getoetst aan de voorschriften uit de Bouwverordening, voor zover mogelijk. Ook gebouwen die geen gebruiksvergunning nodig hebben, moeten voldoen aan de voorschriften uit de MBV.
De actualisering van de MBV gaat gewoon door. Er wordt gewerkt aan een 11e serie wijzigingen. Qua structuur komen de 10e en 11e serie overeen met het model uit 1992. Inhoudelijk vormen de geactualiseerde brandveiligheidsvoorschriften uit de 10e en 11e serDe actualisering van de MBV gaat gewoon door. Er wordt gewerkt aan een 11e serie wijzigingen. Qua structuur komen de 10e en 11e serie overeen met het model uit 1992. Inhoudelijk vormen de geactualiseerde brandveiligheidsvoorschriften uit de 10e en 11e serie wijzigingen straks de basis voor landelijk uniforme regelgeving. Dit wordt een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Woningwet, met gebruiksvoorschriften voor bouwwerken. Naast een Bouwbesluit kennen we dan dus ook een Gebruiksbesluit. Omdat een Gebruiksbesluit uniforme regelgeving is, zullen deze voorschriften niet meer per gemeente verschillen. De verwachting is dat het Gebruiksbesluit per 1 januari 2007 in werking treedt.
Tekst: Susan Eilander, Adviesburo Nieman BV, Zwolle
Beeld: Eddy Buiting, Ruben Schipper
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.