Imtech bouwt eigen Green Building


Als controle achteraf worden in het gebouw alle ‘energie’-stromen gemonitord. Overal zitten tussenmeters. Dat is van belang voor de certificering. Om de betrokkenheid van de gebruiker te vergroten wordt de info van deze monitoring gepresenteerd op een display in de hal. Mogelijk komt daar later ook nog informatie over het openbaar vervoer bij, want ook de bereikbaarheid en consequenties van transport en logistiek vallen onder de BREEAM-NL beoordelingsrichtlijn.

Imtech zelf, de Dutch Green Building Council DGBC, Bo.2 architectuur en stedenbouw en de aannemer hebben samen veel uren in de uitwerking van de plannen gestoken. Vanaf het prille begin van het ontwerpproces is iedere stap die is gezet en iedere genomen beslissing voortdurend doorberekend voor al zijn aspecten van milieubelasting: duurzaamheid, energiebesparing, CO2-reductie, comfort en flexibiliteit. Belangrijkste doel was de energiebehoefte te minimaliseren en het gebruik en de leefbaarheid te optimaliseren.

Terugverdientijd
Er is veel geïnvesteerd in de lange termijn, met dien verstande dat extra investeringen in de energie-installaties wel binnen 5 jaar moesten zijn terug verdiend. Om die reden is er niets gedaan op het gebied van zonne-energie. Dat viel te duur uit. Maar investeringen bijvoorbeeld in het comfort van de gebruikers ziet men terugbetaald in bewezen hogere productiviteit van de medewerkers.

Daarnaast zal de BREEAM-certificering an sich al waardeverhogend werken voor het vastgoed, als gevolg van de aantoonbare functionele verbeteringen op het gebied van energie, gezondheid, transport, milieu en vervuiling.



Flexibel indeelbaar
Ruimtelijk moest het gebouw flexibel zijn en in de toekomst gemakkelijk aanpasbaar aan nieuwe functies en/of gebruikers. Daarom werden de stalen kolommen van het staalskelet in de gevel vervangen door betonnen kolommen met meer draagkracht. De stalen kolommen midden in het gebouw konden daardoor vervallen. Dat leverde grotere vrij indeelbare oppervlaktes op. Dat had wel weer consequenties voor de verdiepinghoogte doordat dikkere kanaalplaatvloeren waren vereist. Al dit soort aspecten en consequenties zijn voortdurend tegen elkaar afgewogen.

De wens naar vrije indeelbaarheid had tevens gevolgen voor de klimaatregeling die per ruimte moest kunnen gebeuren en ook later gemakkelijk aan een andere indeling moest kunnen worden aangepast. De maatvoering van het hele gebouw is opgehangen aan het modulaire systeem van de klimaatinstallatie. De klimaatplafonds zijn per 1.80 m regelbaar.

Dat geldt tevens voor de aanwezigheidsdetectie en daglichtsturing van de hoogfrequente fluorescentieverlichting. De gevelmaten van de ruimtes zijn daarom steeds een veelvoud van die 1.80 m.

Verdubbelde gevel
De duurzaamheid in de gevel zit in de materiaalkeuze en de manier van monteren. De stalen draagstructuur tussen de betonnen kolommen is ingevuld met hsb. De vezelcementgevelpanelen zijn niet verlijmd of geschroefd op de hsb maar met aluminium profielen opgehangen. De panelen zijn aanpasbaar en altijd weer herbruikbaar. De verlijming van de profielen aan de panelen gebeurde maatvast in de fabriek waardoor een uiterst strak gevelbeeld ontstond.

Voor de buitenzijde van de houten kozijnen langs is structureel glas geplaatst dat ervoor zorgt dat de weersinvloeden op de ramen gematigder zijn. Er is niet alleen minder warmteverlies, maar de houten kozijnen behoeven ook minder onderhoud. Bovendien wordt de buitenzonwering erdoor beschermd.

De ramen kunnen open omdat dat beter is voor de beleving van de mensen. Door het structurele glas aan de buitenzijde wordt de overlast door windvlagen bij geopende ramen geminimaliseerd.

Warmte van de koude grond
Voor de energiezuinige opwekking van koude en warmte is voor warmte- en koude-opslag (WKO) in aquifers gekozen. Hierbij wordt voor de winning van warmte en koude gebruik gemaakt van het water in grofkorrelige zandlagen of poreuze kalk- of zandsteen in de bodem, aquifers. Bij Imtech bevinden zich twee bronnen boven elkaar op verschillende diepten tot op ca. 80 meter onder NAP, gescheiden door een waterdichte laag (monobron).

Met een warmtepomp wordt het water uit de warme bron opgewaardeerd naar een bruikbaar niveau voor lagetemperatuurverwarming (25-35°C). Aanvullend is er voor zeer koude periodes een kleine HR-ketelinstallatie.

Omdat bij een utilitair gebouw de koelvraag groter is dan de warmtevraag staat er op het dak ook nog een droge koeler. Hiermee wordt de thermische balans in de ondergrond gewaarborgd. De bodem mag namelijk gemiddeld niet warmer worden.

CO2-gestuurde ventilatie
Het warmte- en koudetransport naar de klimaatplafonds gebeurt met water. Daarnaast is er nog het ventilatiesysteem dat CO2-gestuurd is, op aanwezigheid dus. Als er in een ruimte geen activiteiten zijn wordt er minder geventileerd door het toerental van de ventilator te verlagen en niet door het sluiten van kleppen. Dat scheelt energie en hinderlijk geruis in de kanalen.

Er is verder warmteterugwinning en vochtterugwinning. Door de combinatie van vochtterugwinning en klimaatplafonds (stralingswarmte) blijft ook tijdens de winterperiode de luchtvochtigheid binnen de comfortgrenzen. Daardoor is het toevoegen van extra vocht met een bevochtigingsinstallatie overbodig. Dankzij dit gecombineerde systeem met stralingsplafonds en luchtbehandeling ontstaat er een aangenaam binnenklimaat met stralingswarmte en een lagere luchttemperatuur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.