Of het nu gaat om relatief kleine zaken als elektrisch rijden en energie duurzaam opwekken, of het verduurzamen van een gehele productieketen, Reynaers Aluminium Nederland loopt voorop in de duurzame transitie. Accountmanager Andreas Ververis: “We kunnen in 2050 alleen een circulaire onderneming zijn als de leveranciers waarmee we samenwerken hun carbon footprint aanzienlijk omlaag weten te brengen. Om dat te bereiken, zijn we in een constante dialoog.“

Andreas Ververis is key account manager bij Reynaers Aluminium Nederland en heeft de grote gevelbouwers, aannemers en ontwikkelaars in Nederland als klant. Zijn bouwkundige vorming ontving hij door achtereenvolgens de LTS en de MTS te bezoeken, een traject dat hij afrondde met een studie technische bedrijfskunde aan de HTS, de vroegere aannemersopleiding in Tilburg. Daarnaast is hij twintig jaar lang inkoper geweest bij verschillende bouwbedrijven. Op basis van deze praktijkervaring kent hij de bouwsector als zijn spreekwoordelijke broekzak en weet hij hoe de hazen in bouwend Nederland lopen.
Ververis’ missie bij Reynaers Aluminium is samen met klanten een goede omzet genereren en een bijdrage leveren aan geveloplossingen en -vraagstukken. In de dagelijkse praktijk bevindt hij zich in de driehoek van ontwikkelende bouwer, gevelbouwer en systeemhuis en zorgt hij voor de implementatie van Reynaers gevelsystemen in projecten in Nederland. Dat doet hij samen met een groot team technische experts die hem en de klant met raad en daad ondersteunen in het uitdokteren van complexe gevelvraagstukken. Van belang daarbij, zegt Ververis, is de bereidheid tot kennisdeling zodat je met elkaar iets moois kunt maken. Persoonlijke drijfveer is zijn passie voor techniek, maar ook om als een ware ambassadeur van Reynaers de vraag van de klant te kunnen begrijpen en doorgronden.
‘Ik kan en wil me niet verschuilen achter wat andere bedrijven nalaten op het gebied van duurzaamheid’
Waar sta jij persoonlijk als het gaat om duurzaam ondernemen en circulariteit?
“Voor mij zijn begrippen als duurzaamheid en circulariteit meer werkelijkheid geworden sinds ik vader ben en me realiseer dat er generaties na mij komen. Dan dringt tot je door dat we zuinig moeten zijn op de aarde waarop we leven, omdat die voor de mensen na ons ook een leefbare plek hoort te zijn. Dat motiveert me om ook in mijn werk na te denken welke stappen we moeten zetten om CO2-uitstoot te reduceren en hoe om te gaan met grondstoffen. Ik kan en wil me niet verschuilen achter wat andere bedrijven nalaten op het gebied van duurzaamheid. Ik wil uitgaan van wat we zelf moeten en kunnen bijdragen aan dit belangrijke thema. Wat dat betreft is de tegelwijsheid ‘verander de wereld, begin bij jezelf’ meer dan ooit van toepassing. Aan de andere kant merk ik ook hoe lastig het soms is om altijd maar voor duurzaam te kiezen. Ik vind het af en toe ook prettig om in het vliegtuig te stappen voor een vakantie of toch iets nieuws te kopen, al is het oude nog niet versleten.”
Als het om aluminium als grondstof gaat, maak jij je dan zorgen om de uitputting van de aarde?
“Waar ik me zorgen om maak is de roofbouw die wij als mens plegen op de aarde. Om dat te veranderen, zullen we als mensheid echt stappen moeten zetten. Kijk naar de effecten van klimaatverandering die we nu al ondervinden. Dat gaat me ook persoonlijk aan. Neem ons huis, iets wat je toch mag zien als een van de basisbehoeften in je eigen leven. Dat loopt vijf meter onder water als bij ons in Gorinchem de dijk doorbreekt. Daar moeten we met zijn allen iets aan doen. Dus ja, ik ben zeer gemotiveerd om substantiële stappen te zetten op de weg naar een circulaire bouweconomie in 2050.”
Wanneer drong het tot Reynaers Aluminium door dat het tijd is voor circulair ondernemen?
“Die vraag heeft twee antwoorden en het hele verhaal begon bij Jan Reynaers, de oprichter van ons bedrijf. Dat we een duurzame koers zijn gaan varen werd glashelder in 2019. In dat jaar formuleerden we de doelstelling om in 2030 onze CO2-uitstoot met 50 procent te verlagen en hebben we opgeschreven welke stappen we gaan zetten op het gebied van duurzaam ondernemen.”
Maar het verhaal begon bij oprichter Jan Reynaers?

“Klopt. Jan Reynaers was naast wiskundige ook ingenieur en ondernemer. Hij werkte bij een bedrijf in België dat aluminium profielen maakte voor gevelbouwers. Hij vond dat de kwaliteit van die profielen veel beter en efficiënter kon. Om daar handen en voeten aan te geven, is hij in 1968 voor zichzelf begonnen met het ontwikkelen van aluminium profielen. Het bedrijf waar hij werkte was het vooral te doen om zoveel mogelijk meters te verkopen. Zaagafval was voor hen geen punt. Jan vond die verspilling als ingenieur inefficiënt en dacht na over profiellengtes die minder afval zouden opleveren. Ook de profielen zelf hadden zijn aandacht. Er mocht niet meer materiaal in verwerkt worden dan constructief gezien nodig was. Ons bedrijf is vanaf de oprichting dus al kritisch geweest op materiaalgebruik en dat is tot op de dag van vandaag niet anders. En dat is maar goed ook: 80 procent van de CO2-opslag in een product wordt bepaald tijdens het ontwerpen. Door onze systemen continu te verbeteren en door te ontwikkelen en daarbij te letten op de benodigde hoeveelheid aluminium, maken we de onderneming future proof.”
‘Steeds meer opdrachtgevers willen weten hoeveel CO2-uitstoot jouw producten in de keten veroorzaken’
Maar toen jullie oprichter bedacht zuinig met aluminium om te gaan was de carbon footprint toch nog geen issue?
“Hij vond het zonde om goed materiaal te verspillen. Waar het hem om ging, was met dezelfde hoeveelheid materiaal meer en andere lengtes te maken. Daarbij dacht hij niet in kilo’s maar in meer lengtes en verschillende systemen. Dat leverde meer handel op en precies daar kwamen ingenieur en koopman samen. Vandaag de dag doen we dat nog steeds. We willen zo efficiënt mogelijke systemen ontwikkelen. Daarom leveren we profielen in verschillende lengtes. Onze klanten kunnen de profielen niet alleen op 7 meter, maar ook op lengtes van 5,5 meter krijgen voor bepaalde profielen en systemen. Zo zorgen we voor minder afval bij productie, wat uiteindelijk het meest duurzaam is.”
Wat zijn de belangrijkste duurzaamheidsdoelen die Reynaers Nederland gaat realiseren tussen nu en 2030?
“Sinds 2019 hanteren we een duurzaamheidsstrategie waar we inmiddels een concreet plan aan gehangen hebben: de Reynaers Act. Die focust op product en proces, maar ook op mens en organisatie. Daarnaast hebben we onze duurzaamheidsstrategie herschreven waarbij het behalen van SBTi (Science Based Targets initiative, red.) een van de acties is die deel uitmaakt van onze duurzaamheidsstrategie. Het SBTi beoordeelt de CO2-reductieplannen van bedrijven. Ze moeten in lijn zijn met 1,5 °C maximale opwarming van de aarde. We zijn er best trots op dat we wereldwijd tot de circa 4.200 bedrijven behoren die conform de regelementen van het SBTi acteren. Dit pad zijn we een aantal jaren geleden gaan volgen vanuit de Sustainable Development Goals van de VN en dat betaalt zich nu uit.”
Waar staat Reynaers Aluminium op de weg naar de volledige circulaire bouweconomie in 2050?
“De eerste stap is onze CO2-uitstoot in 2030 halveren. Daarmee liggen we op schema. Daarnaast focussen we op scope 1, 2 en 3. Scope 1 en 2 gaan over alles wat te maken heeft met de interne huishouding. Denk daarbij aan zaken zoals elektrisch rijden en de energie die we gebruiken duurzaam opwekken. Belangrijke zaken, maar het gaat om relatief laaghangend fruit. Waar het echt om gaat is scope 3. Die gaat over de supply chain, ofwel de productieketen waarin we zitten. Die bepaalt voor zo’n 97 procent de CO2-uitstoot van ons bedrijf. Het is daarbij goed om te weten dat Reynaers Aluminium een ontwikkelende partij is voor gevelsystemen. Wij produceren geen aluminium en extruderen geen profielen. We kunnen in 2050 alleen een circulair bedrijf zijn als de leveranciers waarmee we samenwerken hun carbon footprint aanzienlijk omlaag weten te brengen. Om dat te bereiken, zijn we in een constante dialoog. We willen samen met hen naar circulaire oplossingen en een lage CO2-uitstoot zoeken. Daarnaast werken we met een zogenoemde supply code of conduct.”
En de supply code of conduct is?
“De code of conduct hanteren we bij het selecteren van leveranciers waarmee we wereldwijd samenwerken. En die code gaat best ver. Van verbruik van fossiele brandstof tot aan het uitbannen van kinderarbeid. Waar we veel van verwachten, is de manier waarop deelnemers uit onze supply chain aluminium gaan produceren. Nu is hun voornaamste energiebron cokes. In de toekomst gaat dat meer en meer met groene, elektrische energie. Dat levert een aanzienlijke besparingen op in CO2-uitstoot en resulteert in wat low carbon aluminium wordt genoemd.”
Wat is het verschil tussen low carbon en ‘oud’ aluminium?
“De oorspronkelijke grondstof voor aluminium is bauxiet. Als je het productieproces groen doet in plaats van met cokes, reduceer je de CO2-uitstoot van dat proces met de helft en ik denk met nog wel meer. En we hebben geen keuze. De markt vraagt erom. Steeds meer opdrachtgevers willen weten hoeveel CO2-uitstoot jouw producten in de keten veroorzaken.”
Waarom zetten jullie je kaarten niet op recycling?
“We recyclen waar mogelijk, maar het feit is dat er wereldwijd onvoldoende aluminiumschroot voorhanden is om te kunnen claimen dat onze producten voor 100 procent gemaakt zijn van gerecycled aluminium. Daarvoor is het materiaal te duurzaam. Een aluminium gevel bijvoorbeeld gaat makkelijk zestig jaar mee. Dus het duurt lang voordat die gebouwdelen weer terug in het productieproces kunnen. Om aan de vraag wereldwijd te kunnen voldoen, hebben we dus nog steeds nieuw aluminium nodig.”
Kan je drie argumenten noemen waarom aluminium profielen goed passen in een circulaire bouweconomie?
“Op de eerste plaats om het materiaal zelf. Aluminium is lichtgewicht, sterk en je hebt er relatief weinig van nodig om er toch constructief zeer sterke, goed isolerende profielen en gevelsystemen mee te maken. Daar focussen we sowieso op bij productontwikkeling: zo min mogelijk materiaal in onze profielen stoppen. Daarnaast hanteren we tegenwoordig ook de zogenoemde losmaakbaarheidsindex. Die focust op hergebruik van de profielen door ze zo te ontwerpen dat ze losmaakbaar zijn en je ze opnieuw kunt inzetten bij het assembleren van compleet nieuwe gebouwdelen. Dat heeft wellicht consequenties voor de manier van ontwerpen. We zullen de profielen dusdanig moeten samenstellen dat je ze gemakkelijk weer uit elkaar kunt halen. In het kader van urban mining denken we ook na over hoe we bijvoorbeeld ramen na een bepaalde periode opnieuw in een gebouw kunnen toepassen. Ook dat hoort bij serieus nadenken over duurzaam en circulair ondernemen.”
Foto’s: Martin Wengelaar








