Bouw pioniert op festival Vlieland op Bouwplaats van de toekomst

Het kunst- en muziekfestival Into The Great Wide Open (ITGWO) op Waddeneiland Vlieland probeert al sinds zijn oprichting zo duurzaam mogelijk te zijn. Dat gaat ver. Dit jaar is het festival niet alleen ‘emissievrij’, er is ook voor het eerst samengewerkt met bouwpartijen, om samen de bouw verder te helpen. Inclusief een congresje in de natuur over de Bouwplaats van de toekomst

“We bedachten voor dit jaar De Bouwplaats van de Toekomst en toen gingen we het ook meteen organiseren”, zegt Tijl Couzij, hoofd duurzaamheid en innovatie bij Into The Great Wide Open, tevens oprichter van Lab Vlieland, dat ook breder dan ITGWO mensen en organisaties adviseert over duurzaamheid.

“Dat is hoe we in het festivalwereldje werken: we verzinnen iets, doen het gewoon en daarna evalueren we het. Is het wat, dan zetten we het door. Zo is dit hele festival ooit ook begonnen. We wilden in 2009 een bescheiden festival organiseren in de Bolder, het ruime café van Camping Stortemelk. We dachten aan 500 bezoekers. Om dat voor te financieren zetten we een voorinschrijving op. Het aantal reacties was zó groot dat we toen in een paar maanden een compleet buitenfestival opzetten.”

Bouwplaats van de toekomst
Circa 200 bezoekers voor de Bouwplaats van de Toekomst.

De Bouwplaats van de Toekomst lijkt ook een blijvertje, want het zijn niet de minste partijen die meedoen. Zoals de bouwbedrijven TBI en BAM Infra. Jasper Visser is innovatiemanager bij dat laatste bouwbedrijf: “Wij bouwen voor de lange termijn en op grote schaal. Een festival is tijdelijk en klein. En, niet onbelangrijk, er gelden andere regels en voorschriften, juist vanwege die tijdelijkheid.”

Ondertussen is juist de bouwplaats, ook van een bouwbedrijf, zelf ook een tijdelijk gebeuren, dus daar liggen raakpunten. Energie, mobiliteit en bouwmaterialen zijn de drie aandachtspunten waarmee op de Bouwplaats van de Toekomst wordt geëxperimenteerd.

Bouwplaats van de toekomst
Forum over energie op de bouwplaats met Arash Aazami, Jasper Visser en Sjoerd van Gerwen. Geheel links: presentator Linda Vermaat.

Stroom uit waterstof

Op Vlieland is goed aan groene stroom te komen. Die wordt geleverd door de zonne- en windparken van Energie Coöperatie Vlieland. Maar het festival, met 6.000 betalende bezoekers met daarbij opgeteld de artiesten, vakmensen en vrijwilligers, zeker 10.000 mensen groot, verdeeld over drie locaties die daar niet op berekend zijn, heeft veel stroom nodig. Niet alleen voor de licht- en geluidsinstallaties van de podia, maar ook voor alle keukens en koelingen van de bartenten en foodoutlets die overal verspreid staan en voor de verlichting van het hele terrein.

In het geval van de grootste locatie, het Sportveld, komt die dit jaar voor het eerst van de aansluiting van het overdekte zwembad, dat er vlakbij ligt. De transformator van die aansluiting is er op aangepast. Sjoerd van Gerwen begon als kabeltrekker op ITGWO en heeft nu zijn eigen bedrijf, Team Infra, dat de elektriciteit voorziet voor tal van festivals en grote stadionoptredens: “We hebben de afspraak met het zwembad dat hun energievraag altijd vóór gaat, dus als er een congestie zou plaatsvinden of als ze moeten bijverwarmen, dan springen onze dieselgeneratoren bij. We hebben daar 50 minuten voor, maar we hebben het zo voorbereid dat we een minuut of tien nodig hebben. Wat is gebleken: we hebben het hele festival die generatoren niet nodig gehad.”

Bouwplaats van de toekomst
De waterstof generator die een compleet festivalterrein meerdere dagen van stroom voorziet.

Dat strookt helemaal met wat later Arash Aazami uitlegt. Op de zondag was een congres over de Bouwplaats van de Toekomst georganiseerd, een rondleiding gevolgd door drie fora rond de drie thema’s. Er kwamen zo’n 200 mensen op af: ondernemers, beleidsmakers, bouwbedrijven, ontwerpers en ook mensen uit de evenementenbranche.

Aazami, oprichter van Synergy/Unify Energy, vindt dat we veel moeten omdenken over energie, maar één denkrichting is dat energie geen opwekkingsprobleem heeft, maar een plaatsprobleem. “Het duurzaam opwekken van energie kunnen we al, het gaat om een verdeling van de energie naar behoefte. Zodat we waar we dat willen op het moment dat we dat willen over energie kunnen beschikken, zoals we dat bij fossiel gewend zijn.”

Bouwplaats van de toekomst
De bekabeling komt uit de transformator bij het zwembad, de groene generators, op elektrische voeding van een batterij (op de achtergrond) zijn het hele festival niet nodig geweest.

Verplaatsingen voorkomen, veel energie

Daarvoor is bij de andere grote festivallocatie nog verder doorgepakt: de Open Plek, samen met De Kuil één festivalterrein met twee podia midden in het bos, wordt in zijn geheel van energie voorzien met waterstof. Een opstelling van het bedrijf Watermeln maakt dat mogelijk. Het is een container waarin 8.700 kilo waterstof onder extreem hoge druk, 318 bar op voorraad wordt gehouden. Via een omvormer, een relatief klein apparaat, wordt de waterstof omgezet in elektriciteit, die gebufferd wordt in een eveneens verplaatsbare batterij. Deze Watermeln-unit is gedurende het gehele vierdaage festival, plus de opbouw- en afbraakdagen, de enige energiebron. Er is zelfs geen back-up ingericht.

Tijl Couzij: “Deze waterstof is gemaakt met duurzame energie. Het is waar dat in dat proces 50 procent van de directe elektrische energie verloren gaat. En bij het omzetten van waterstof naar elektriciteit op locatie opnieuw 50 procent. Dat is veel verlies. Toch is dit de meest geschikte keuze. Er is geen aansluiting in de buurt. Het alternatief is fossiele generatoren, maar dat wil je niet, of grote batterijen. Daar heb je met onze energievraag een flink aantal van nodig die tijdens het festival vervangen moeten worden. En dan moet je dus met vervoermiddelen tussen alle bezoekers door, dat is niet wenselijk.”

Apparatenplatform in de Bouwvak

Mobiliteit is een tweede experiment voor de Bouwplaats van de toekomst. Hier werkt Lab Vlieland samen met Topsector Logistiek en met Anne Koudstaal, die bij bouwbedrijf TBI ‘reisleider duurzaamheid’ is, maar Koudstaal heeft ook een bedrijf, Emission-0, dat zijn oorsprong in INTGWO vindt. Hij regelt alle elektrische shoveltjes, heftrucks, kranen en ander materieel die het festival nodig heeft en die allemaal, net als de wagens voor personenvervoer, elektrisch zijn.

Bouwplaats van de toekomst
Het elektrisch bouwmaterieel komt van bouwbedrijven.

“Festivals vinden plaats in de zomer, waar de bouw zo goed als stilligt. Elektrisch materieel is duur in aanschaf. Via ons platform huren we de nodige bouwmachines van bouwbedrijven die ze ‘over’ hebben. Zo verdienen ze er wat aan en wij hebben emissievrije machines.” Topsector Logistiek regelde met Bedrijfswagenverhuurder LVS Trucks twee geheel elektrische vrachtwagens, van Mercedes en Renault, die het transport naar en van het eiland voor hun rekening nemen.

Sven Markus van de Topsector legt uit, daarbij de lijn van Aazami volgend: “Vrachtwagens staan soms ook een paar dagen stil, zoals hier. En daar liggen kansen voor elektrische vrachtwagens, want ze kunnen in die tijd energiebuffers worden: energie inladen op momenten dat de prijs laag is, en op het net brengen als de vraag hoog is. Zo kun je verdienen met je elektrische materieel.”

Bouwplaats van de toekomst
Trucks als energiecentrale.

Geotextiel van cellulose

Veel dichter bij de grond, letterlijk, is het geotextiel dat het foliebedrijf Joosten Groep net op tijd klaar had om te gebruiken bij Into The Great Wide Open. Het materiaal bestaat uit niet veel meer dan cellulose. Het wordt op de zandbodem gelegd op plekken waar oprijplaten nodig zijn voor het materieel. BAMs Jasper Visser is hier enthousiast over. “Het lijkt iets kleins, maar wij gebruiken heel veel van dat materiaal. Je moet het afvoeren en in het beste geval kun je het hergebruiken of recyclen. Dit materiaal kun je na het weghalen van de rijplaten laten liggen en dan wordt het opgenomen in de natuur.”

Bouwplaats van de toekomst
Textiel van cellulose kan blijven liggen na gebruik en verrijkt dan de grond.

Waterstof in diesel injecteren

Emeritus hoogleraar Ad van Wijk, ondertussen, houdt zich bezig aan de motoren van bouwmachines te sleutelen, samen met het bedrijf Jos Scholman in Nieuwegein. Hij ontwikkelde een injectieapparaat dat waterstof toevoegt aan de diesel verbrandingsmotor. Dat scheelt tot 80 procent op de diesel en kan op bestaande machines worden gemonteerd. “Voor machines die veel vermogen nodig hebben is dit een goede oplossing. Een waterstofcel is heel anders dan een verbrandingsmotor, maar dit is een goede tussenfase.” Scholman investeert heel veel in deze technieken. Maar hij wint er wel tenders op, het bedrijf groeit als kool!

Bouwplaats van de toekomst
Verandermanager Barbara Vos, emeritus hoogleraar Ad van Wijk, Anne Koudstaal van Emissie-0.

Bamboe in plaats van hout

Op het gebied van bouwmateriaal was eigenlijk het minste te melden. Daar had Lucas de Man, kunstenaar, presentator en initiatiefnemer van verschillende biobased initiatieven wel gelijk in: “Van veel biobased vezels, hout, bamboe, weten we gewoon dat het werkt. En dat we onherroepelijk op dergelijke materialen over gaan stappen.” De Man wijst er op dat de focus meer op het aanpassen van structuren zowel als op het ondersteunen van de mensen op de werkvloer moeten richten. Wat weer niet wegneemt dat er nog altijd heel interessante nieuwe biobased materialen worden ontwikkeld, zoals op Nieuw Zwanenburg, een boerderij met forse landerijen nabij Eindhoven, waarover Leonne Cuppen de scepter zwaait. Ze had een aantal samples meegenomen van door kunstenaars ontwikkelde bouwproducten die veel potentie hebben om op de markt te komen.

INTGWO heeft als principe dat er zoveel mogelijk van bestaand materiaal gebruik wordt gemaakt danwel van biobased materiaal. Houtbouw vindt Tijl Couzij niet zo interessant. “Houtbouwsystemen bestaan, daar hoef je weinig aan te experimenteren. En wij hebben op het festival niet veel flexgebouwen nodig, de mensen verblijven op de camping, in hotels en in huisjes.”

Bouwplaats van de toekomst
Sander den Blanken (BAM Infra), Leonne Cuppen (XiExpo) en Lucas de Man (o.a. Nieuwe Helden).

Bamboe, daarentegen, heeft volgens Couzij wel toekomst: “Het groeit zeven keer sneller van hout en is sterker.” Om die reden was architect Robert van Kats, oprichter van Studio Akeka, aangetrokken. Van Kats bouwt waar het kan duurzaam. Zijn bedrijf is grotendeels actief in Afrika, vooral Oeganda, waar het ook een bouw-tak heeft. Van Kats is tevens een groot bamboe-enthousiast.

“Tijl benaderde me in eerste instantie met de vraag om de torens voor de geluidsinstallaties van bamboe te maken. Daar kwam hij in mei mee. Het moet zeker mogelijk zijn, maar daar hebben we meer tijd voor nodig.”

In plaats daarvan ontwierp en bouwde Van Kats zelf, met een team van een man/vrouw of tien, een toegangspoort voor De Open Plek van bamboe. Daarbij worden de kolommen gevormd door de bomen die daar al staan. De bamboepalen zijn afkomstig van een tijdelijk paviljoen die Van Kats bouwde in Leidschendam. Summum Engineering, één van de weinige constructiebureau’s in Nederland dat bamboeconstructies parametrisch berekent, bepaalde de hoeveelheid en positie van de palen.

Bouwplaats van de toekomst
Van Kats: ‘Bamboe heeft enorme treksterkte maar is ook buigzaam. Dit paviljoen bestaat in principe uit drie piramides, maar de nokpunten zijn verlegd: de ribben komen niet in één punt samen, maar iets uit elkaar. Zo verdeel je de krachten.’

Van Kats: “Bamboe heeft enorme treksterkte maar is ook buigzaam. Dit paviljoen bestaat in principe uit drie piramides, maar de nokpunten zijn verlegd: de ribben komen niet in één punt samen, maar iets uit elkaar. Zo verdeel je de krachten.”

Schaduwlamellen

Van Kats geloof in bamboe om dezelfde redenen als Couzij, zowel in toepassing van de stammen (“Het is heel licht materiaal, zo’n twee kilo per meter, maar wel heel sterk. Een dakconstructie kun je er uitstekend mee maken.”) als in producten van geperste bamboe. Gelamineerde bamboebalken zijn sterker dan gelamineerd hout. Van Kats ontwierp een kantoorgebouw in Den Bosch met grote schaduwlamellen in de gevel van bamboe. Van Kats: “En dit bamboe komt uit Georgië, nog net Europa. Maar in Portugal, Spanje en ook in België en Nederland wordt bamboe geteeld. Dat duurt nog een paar jaar en dan hebben we gras van wel twintig meter dat we elk jaar kunnen oogsten en gebruiken in de bouw.”

Bouwplaats van de toekomst
Verlegde knoop.
Blijf voorop in de bouw met de Bouwwereld nieuwsbrief

Ontvang elke week het laatste (product)nieuws, trends en ontwikkelingen over bouwtechniek in je mailbox. Sluit je aan bij 16.000 bouwprofessionals en mis niets!.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.