De Dag van het Biobased Bouwen op 26 maart in het Provinciehuis van Zuid-Holland in Den Haag mocht zich verheugen in een grote belangstelling. Vanuit gemeenten, investeerders, ontwikkelaars, woningbouwcorporaties, ontwerpers, onderzoekers en de bouwindustrie kwamen belangstellenden bijeen om kennis te delen over biobased bouwen en versnelling van de woningbouw. Versnelling door kennisdeling én door partijen te verbinden. Dat laatste werd nadrukkelijk gestimuleerd tijdens deze dag. Ook opvallend: het grote aandeel vrouwelijke sprekers.
Woningbouw in versnelling
Initiatiefnemers van de dag waren de Provincie Zuid-Holland en het Vernieuwersnetwerk Biobased Bouwen, in samenwerking met Building Balance, Cirkelstad, The Green Village en Built by Nature.
Chantal van Schaik, transitiebegeleider van het Vernieuwersnetwerk Biobased Bouwen, opende de dag met een enthousiasmerende introductie over de noodzaak van de versnelling in biobased woningbouw. ‘Biobased’ is nadrukkelijk een essentieel aspect van de bouw aan een toekomstbestendige leefomgeving. Biobased bouwen is een antwoord op de klimaat-, stikstof- en grondstoffencrisis. De transitie naar biobased bouwen moet worden versneld, en daar is deze dag voor bedoeld: kennis delen en verbinding maken tussen bouwers, onderzoekers, beleidsmakers, ontwerpers, opdrachtgevers en investeerders. Om kennis te delen en vooral: om met elkaar samen te versnellen.
Biobased bouwen als versneller
Hoe kan biobased bouwen de woningbouw versnellen? Over deze vraag ging een panelgesprek met 5 deskundigen die vanuit diverse rollen strategisch en bestuurlijk met biobased woningbouw actief zijn. Zo organiseert Nicole Maarsen vanuit het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening regionale versnellingstafels met ondernemers die actief zijn in industriële bouwstromen: “Want willen we de bouw versnellen dan moeten we de bouw verder industrialiseren. De opgave is industrieel én biobased bouwen te integreren in één consistent systeem. Dus biobased als randvoorwaarde stellen voor gebiedsontwikkeling en bouwprojecten. Dat schept helderheid en daarmee ook versnelling.”
Daarnaast overlegt Maarsen in het kader van het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw met stedenbouwkundigen van gemeenten, om hen te stimuleren locaties aan te wijzen voor nieuwbouw. Want dat heeft echt stimulans nodig.
Een ander instrument om te versnellen is de EKV, Erkend Kwaliteitsverklaring. Een EKV over een bouwproduct of een bouwproces geldt als voldoende bewijs dat er voldaan is aan de geldende bouwregelgeving. Hiermee kunnen industriële huizenbouwers vergunningen sneller verkrijgen.
Maarsen acht de woningbouwopgave te groot om stapsgewijs te blijven werken. Haar motto is daarom: “Versnellen is sprongsgewijs organiseren: industrieel, digitaal en biobased tegelijk. Dat vraagt om gezamenlijke afspraken, maar ook een vorm van regie die boven individuele projecten uitstijgt. Wanneer we consistent kiezen voor schaal, standaardisatie en duurzaamheid, ontstaat een bouwpraktijk die sneller én toekomstbestendig is.”
Omgekeerde tender van Bam
Vanuit de ontwikkelaars nam Jaap-Jan Smit van BAM Wonen deel aan het panel. BAM Wonen heeft zich gecommitteerd om al hun grondgebonden woningen biobased te bouwen, en is van plan in toekomst ook gestapelde woningbouw biobased te realiseren.: “Wij benaderen corporaties en investeerders in biobased bouwen om projecten te realiseren en woningbouw te versnellen. Hoe Bam ook versnelt is door bij hun concept Bam Flow, woningen die in de eigen fabriek in modules worden gebouwd, te werken met een omgekeerde tender: Bam zet hun product in de aanbieding en vraagt: wie doet mee? Op zo’n manier is het gelukt een aantal bouwlocaties te verkrijgen.”
Met Bam Flow is een gestandaardiseerde woningproductie ontwikkeld. Aanbeveling van Smit: “Je moet voorbij een project kijken, misschien wel zes projecten vooruit, in de ontwikkeling van technologie clusters, bouwstenen en -systemen.”
Vastgoedbeleggers mobiliseren
Ingrid Hulshoff van Achmea Real Estate is trots op het commitment van 13 vastgoedbeleggers en corporaties, die in 2025 gezamenlijk streef- en plafondwaarden afspraken voor de materiaalgebonden CO2-uitstoot van nieuwbouwprojecten. Ander wapenfeit: met het pensioenfonds voor de metaal-en techindustrie (PME), maakt Achmea Real Estate de leerstoel Houtbouw van de TU Delft mogelijk. Achmea investeert namens pensioenfondsen in 10 houtbouwprojecten die nu worden ontwikkeld en gerealiseerd, zoals de Koffiefabriek in Amsterdam, die later dit jaar wordt opgeleverd, en het in maart 2026 grotendeels opgeleverde One MilkyWay in de Binckhorst in Den Haag: een hybride complex met een houten woonbouw op een betonnen onderbouw. In juni nodigt Achmea meer pensioenfondsen uit om te investeren in biobased woningbouw.
30-30-30 deal
Yvette van den Tol, bestuurder van Rondom Wonen en bestuurlijk aanjager biobased namens SVH (Sociale Verhuurders Haaglanden) vertelt opgetogen dat acht Haaglandse corporaties kiezen voor biobased bouwen met de ondertekening van het convenant 30-30-30 op 27 maart. Daarmee spreken zij af om in 2030 bij 30% van hun nieuwbouw- en renovatieprojecten minimaal 30% biobased materialen toe te passen. De corporaties gaan samen optrekken om biobased bouwen de norm te maken, ‘biobased, tenzij’. Ze delen ervaringen en werken actief samen om knelpunten op te lossen. Building Balance ondersteunt hen hierbij met kennis en expertise.
Yvette van den Tol: “De 8 corporaties in Haaglanden, samen goed voor 100.000 woningen, zien een CO2-taks of bouwstop in verband met stikstof en netcongestie als een bedreiging voor hun nieuwbouw en renovatie-opgaven. Daarom sorteren ze nu met biobased materialen voor op de materiaaltransitie, waarbij bouwkosten en -snelheid nog steeds leidend zijn. We zijn het stadium van pilots voorbij, we moeten nu doorontwikkelen.”
Rol provincie bij versnelling biobased woningbouw
Vanuit de Provincie Zuid-Holland zegt programmamanager circulair Robert Tekke:“Bij de versnelling van biobased woningbouw moet de hele keten meedoen. Ook de Provincie, die bouwt zelf niet, maar subsidieert pilotprojecten, biedt ondersteuning in de vorm van expertteams, onderzoek, en organiseert een netwerk wethouders Zuid-Holland. We voeren regie samen met gemeenten en knelpunten in de regelgeving passen we zonodig aan. Doel is om niet alleen duurzaam maar ook zakelijk prestaties neer te zetten. Door subsidies en taks zal er een X-curve te zien zijn waarbinnen biobased bouwen steeds voordeliger wordt en traditionele bouw (beton/staal) steeds duurder.”
Biobased gebouwschil: van experiment naar praktijk
In de ochtend waren er vijf parallelsessies over de versnelling van de woningbouw. Van CO₂-sturing en industriële opschaling tot gemeentelijke regie, isolatie en de biobased bouwschil. Een van de sessies ging over de biobased gebouwschil. Onder leiding van the Green Village, waar onderzoek en innovaties in biobased bouwen worden getest, werden in vier blokjes praktijkvoorbeelden gepresenteerd.
Olga Ioannou en Jan Jongert begeleiden op de TU Delft de onderzoekstudio biobased en circulair product design. Ze lieten enkele voorbeelden zien van onderzoek en experimenten van hun studenten. Tom Boom ontwikkelde een innovatief gevelelement dat volledig bestaat uit monolithisch kalkhennep, van binnen naar buiten. Monolith-gevelpanelen zijn losstaand en demontabel van de draagconstructie van het gebouw ontworpen. Boom studeerde hier in 2025 op af en heeft inmiddels zijn eigen bedrijf: een mooi voorbeeld van experiment naar toepasbare oplossingen in de bouwschil.
Een proefopstelling van Monolith kan worden bekeken op de Green Village bij de TU Delft. Daar kun je zeer binnenkort ook een pilotgebouw zien bekleed met diverse FoWaBaBio (Food Waste Based biocomposite) gevelpanelen, onder andere tegels die zijn gemaakt met schillen van hazelnoten en pistachenoten.
Als laatste voorbeeld van een afstudeeronderzoek dat praktisch toegepast kan worden noemde Ioannou dat van Mark de Kanter. Hij heeft 33 gevalideerde bio-based referentiedetails opgesteld voor optop gebouwen, die zijn geanalyseerd op vochttransport, schimmelvorming, oppervlaktecondensatie en koudebruggen.

In het tweede blok presenteerde Martijn Morselt (VORM) de biobased renovatiegevel, die in eerste instantie is bedoeld voor portiekwoningen. Een renovatiegevel waarin installatietechniek en isolatie zijn geïntegreerd. Na een scan van de bestaande gevel wordt een pointcloud model gemaakt, een digitale dataset die wordt doorgestuurd naar de CNC-frees. De renovatiegevel bestaat uit een LVL-frame met biobased isolatie. Montage kan steigerloos, snel en met minimale overlast voor de bewoners. Omdat de gevel een langere levensduur heeft dan traditioneel gerenoveerde gevels, is de TCO lager en dalen de projectkosten met 30%. Het systeem is toepasbaar met behoud van de bestaande buitenschil, of na verwijdering hiervan. Bij de ontwikkeling van de renovatiegevel zijn sustainer, Green Village en Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH) betrokken.
Amber Ligtlee van Coen Hagendoorn Bouwgroep – die onder andere wooncomplexen met platte daken verduurzaamt en renoveert – presenteerde onderzoek naar verduurzaming van platte daken. Bij na-isoleren van platte daken heb je keuze uit binnen- en buitenisolatie. De dikte van de isolatie bepaal je in relatie tot de hoogte van de ruimte eronder (binnen) en in relatie tot de dakrand (buiten). Bouwfysisch zijn de dampspanningsverloop, condensvorming, vochtigheidsgehalte en droogtijd aandachtspunten. Drie mogelijkheden worden momenteel getest in de Green Village: twee biobased en een hybride variant. De geteste daken zijn voorzien van hennep-isolatie, klimaatfolie Proclima en hebben een kurkcoating van CoFlora of bitumen.

Als laatste in het blokje van onderzoek en experiment naar praktijk presenteerde Berend Koudstaal het ISSO rapport ‘Biobased bouwen in ontwerp en praktijk’ dat begin 2026 is verschenen. Isso heeft enkele jaren terug het gehele archief met normen en details van SBR overnomen. Nu is het deel over biobased bouw met ondersteuning van Building Balance aangevuld en geupdated en zowel op papier als digitaal beschikbaar.
Opschaling en industrialisering: woonfabrieken
De middag van de Dag van het Biobased bouwen stond in het teken van opschaling en industrialisering. Met industrialisering, digitalisering, AI en data kan de bouw opschalen, ook de biobased bouw.
Dorien Staal is directeur van de Virtual Factory bij Dura Vermeer. De Dura woonfabriek is een digitaal platform van fabrikanten van bouwcomponenten. Ze kiest voor intensieve samenwerking met bestaande fabrikanten i.p.v. zelf een fabriek te bouwen, omdat nu slechts 45% van de huidige capaciteit benut wordt. Vanuit de mogelijkheden van de 15 productiepartners laat Dura woningen digitaal ontwerpen. Die digitale input in BIM gaat vervolgens naar de fabrieken – File2factory – waarna Dura de componenten op locatie assembleert. “Zo reduceren we engineeringuren en faalkosten. Zo kunnen we de woningbouw versnellen. Onze ambitie is de realisatie van 2500 woningen tot 2030 waarvan 50% in houtbouw.” Aer is een voorbeeld van een houten woonconcept uit de Virtual Factory.
Yvonne van der Hulst, directeur van Van der Hulst Bouwbedrijf, presenteert Chip Building Solutions. Deze volledig gedigitaliseerde en geïndustrialiseerde HSB-productielijn is een white-label productiestructuur voor het mkb. Een opschaling dus in een brede markt van bouwers, niet alleen binnen het eigen bouwbedrijf. Het fundament van Chip is zelf ontwikkelde software die de ontwerpdata valideert, die bouwregels automatisch toepast, en die de maakbaarheid borgt. Wat je met Chip ontwerpt, is wat de fabriek produceert. De fabriek van Chip in Voorhout is a.s. september of oktober operationeel. Het mkb kan hier terecht voor een gevelelement, maar ook een hele wijk is mogelijk. In de biobased 2D-elementen worden installaties geïntegreerd. Van der Hulsts missie: “Biobased bouwen van innovatie naar norm brengen. Met Chip gaan we naar slimme standaardisatie met ontwerpvrijheid. Wie niet industrialiseert, verliest snelheid, betaalbaarheid én relevantie.”
Nieuwe publicaties over biobased bouwen
Aansluitend werden enkele nieuwe publicaties gepresenteerd aan Anne Koning, Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland:
- De geactualiseerde gids ‘Woningconcepten en hun prestaties’, een downloadbare uitgave van Cirkelstad, Building Balance, Alba Concepts en het Netwerk Conceptueel Bouwen.
- De richtlijn NTA 8230 ‘Biobased bouwen’ een nieuwe norm die eenduidige definities en een bepalingsmethode vastlegt voor het biobased gehalte van producten en bouwwerken.
- De geactualiseerde catalogus biobased bouwmaterialen van de Wageningen University
- Het Handboek Houtbouw in Detail, een kloek boek over details in houtbouw, geschreven door architecten Lidewij Lenders (Maatworks), Dennis Hauer en Amy Stuik (Urban Cimate Architects). Het onderzoek en het boek zijn tot stand gekomen met steun van onder andere Built by Nature.
Handboek Houtbouw in detail
Lidewij Lenders (Maatworks), Dennis Hauer en Amy Stuik (Urban Cimate Architects) gaven een toelichting op hun boek. Lenders: “Het ontbreken van een overzicht van referentiedetails vormde de aanleiding voor het boek. De keuze voor meerlaagse woningbouw in Nederland is gemaakt omdat voor deze categorie de regelgeving het strengste is en de eisen aan goede details het hoogste.”
20 recente meerlaagse houten woningbouwprojecten zijn grondig geanalyseerd en rijk geïllustreerd in foto’s en tekeningen. Bij elk project wordt ingegaan op de constructieve opzet, brandveiligheid, akoestiek, CO2-opslag, losmaakbaarheid, extra duurzame maatregelen, de uitvoering en details.
Vervolgens worden de projectdetails vergeleken per constructief knooppunt. Die vergelijking leidt tot aandachtspunten en geleerde lessen. Die conclusies zijn weer verwerkt een set geoptimaliseerde en gevalideerde referentiedetails voor meerlaagse houten gebouwen.
Het uiteindelijke doel van het boek is bevordering en versnelling van de woningbouw in hout en is op dit moment hét handboek voor opdrachtgevers, architecten, constructeurs en uitvoerders die meerlaagse houtbouw willen realiseren. ‘Standaarddetails’ maken houtbouw beheersbaar, toetsbaar en schaalbaar. Ze geven grip op brandveiligheid, akoestiek, vocht, installaties en het aantonen van prestaties binnen het normenkader. Het boek is helder en systematisch opgezet met duidelijke tekeningen en schema’s.
De makers weten dat de houtbouwpraktijk zich snel ontwikkelt, wat tot nieuwe inzichten zal leiden. Hauer: “Daarom heet dit handboek ook versie 1.0. Wellicht komt er een versie 2.0, maar een digitale database is ook een mogelijkheid. 1.0 is in ieder geval een goed startpunt en gratis te downloaden vanaf de site van Urban Climate Architects.”
Monarch IV: het Rijk als aanjager houtbouw
Ook het Rijksvastgoedbedrijf wil bijdragen aan de opschaling van houtbouw. Fokke van Dijk, architect bij het RVB, deelt in de middag lessen uit het project Monarch IV en laat zien welke kansen er liggen om verder te versnellen. Monarch IV is een rijkskantoor in het Haagse Beatrixkwartier. Boven een vier lagen hoge betonnen plint bestaat de 72 meter hoge toren uit een houten constructie. Een stabiliserend houten diagonaal grid in de gevel zorgt ervoor dat ook de liftkern in kruislaaghout kan worden uitgevoerd. Het project wordt gebouwd door aannemersbedrijf De Vries en Verburg Bouw, oplevering staat gepland in 2028.
Van Dijk: “Het ontwerp van de Monarch IV volgt de routekaart duurzaamheid van het Rijk, dus een emissie van CO2-eq/m2 BVO ≤ 220 kg (2026) en een massa van biobased en/of hergebruikte producten > 50%. De helft van de uitstoot zit in de onderste vier lagen. De klimaatimpact is ruim lager dan bij een vergelijkbaar gebouw in beton en staal. Er is 45% minder uitstoot van broeikasgassen, daarbij is de biogene opslag van CO2 in het hout zelf nog niet eens meegerekend, we volgende immers de huidige methodiek.”
Omvang van de houtconstructie van de Monarch IV is uitzonderlijk, maar de techniek is niet innovatief. “Constructeurs zijn bekend met de structurele eigenschappen van deze houtconstructies. Ook de houtproducenten in Oostenrijk kijken er niet van op. Het is momenteel nog wel circa 10 procent duurder dan een constructie in beton en staal. Die extra kosten zijn te overzien.”
Doorbraakprojecten
Het Vernieuwersnetwerk Biobased Bouwen presenteerde de zogenaamde ‘doorbraakprojecten’, Enkele van deze innovatieve samenwerkingen pitchten hun project: De Stro Inblaascoalitie, met o.a. the Green Village, Joost van der Waal en Takkenkamp, werkt aan opschaling van inblaasstro als na-isolatie. Stadsgrond Rotterdam maakt geperste gevelstenen van ‘overgebleven’ restgrond uit de stad. Tomatenloof Verbindt verwerkt tomatenloof tot interieurplaat. Wilgen in Business onderzoekt of wilgen een kansrijk-biobased bouwmateriaal kunnen zijn voor funderingen op staal in veenweidegebied.
Follow-up
Op 21 mei 2026 organiseert het Vernieuwersnetwerk een volgende netwerkbijeenkomst.
Foto’s: Jacqueline Knudsen en Provincie Zuid-Holland















