Ga naar hoofdinhoud
Bouwfysica

Wim Beentjes: ‘Als akoesticus ben ik een echte praktijkman, de theorie moet mij ondersteunen’

Bij een vitrinekast op het kantoor van ingenieursadviesbureau LBP|Sight in Nieuwegein staat vooraanstaand akoesticus Wim Beentjes. Hij laat verschillende apparaten zien waarmee hij geluidmetingen heeft verricht. Na een loopbaan van bijna 44 jaar, waarvan 26 jaar bij LBP|Sight, gaat hij op 25 januari 2024 met pensioen. Zijn nalatenschap is een reeks beschrijvingen van akoestische bouwfouten mét oplossingen. Zo hoopt Beentjes dat ze minder vaak gemaakt zullen worden.

Wat was je drijfveer om akoesticus te worden?

“Rond mijn eindexamen stond ik voor de keuze: ga ik de muziek in, of ga ik me richten op natuurkunde en wiskunde? Als compromis is het technische natuurkunde in Delft geworden, omdat ze daar een vakgroep akoestiek én muziek hadden. Pijporgel spelen ben ik als hobby blijven doen, zo kon ik toch iets van muziek meenemen in mijn studie.”

Maar je bent uiteindelijk niet in de muziek terechtgekomen.

“Nee, in de jaren tachtig was er geen werk in de zaalakoestiek voor grote culturele projecten. Daarom ben ik vanaf het begin van mijn werkzame leven in de geluidisolatie voor de woningbouw terechtgekomen. Door een tip van een ex-medestudent kwam ik als wetenschappelijk medewerker bij het Bouwcentrum terecht.”

Het Bouwcentrum. Wat was het voor organisatie?

“Het Bouwcentrum is tijdens de Tweede Wereldoorlog opgericht, omdat men toen voorzag dat er een grote operatie voor de woningbouw op gang moest komen. Het Bouwcentrum werd door de overheid als eerste ingeschakeld als er onderzoek gedaan moest worden. Vooral in de jaren zestig en zeventig zijn er veel onderzoeken gedaan naar de relatie tussen geluidisolatie en geluidhinder. Dat heeft in 1982 geleid tot het Besluit geluidwering gebouwen (Bgg). Ook heeft het Bouwcentrum een grote rol gespeeld bij het Bouwbesluit van 1992. Na de fusie met PRC in 1995 werd de aandacht voor de bouwtechniek steeds minder en ik ben in 1998 overgestapt naar akoestisch adviesbureau LBP|Sight.”

Wat was je opdracht als wetenschappelijk medewerker bij het Bouwcentrum?

“Ik ben onder meer betrokken geweest bij het opstellen van de regels voor het meten van geluidisolatie in de woningbouw, de evaluatie van het Bgg en onderzoek naar de kwaliteit van geluidisolatie in nieuwbouwwoningen. Ook heb ik nieuwe regels voor luchtgeluidisolatie opgesteld bij de totstandkoming van het Bouwbesluit. Vooral door toedoen van mijn leermeester Ruud Hartman schakelde het Garantie Instituut Woningbouw (GIW) en het Arbitrage Instituut GIW (AIG, 1975-2010) de groep akoestiek in. Deze onafhankelijke deskundige partij deed klachtenonderzoek. Als bewoners klachten hadden over de geluidisolatie, konden en kunnen ze nog steeds een beroep doen op de garantie. Daarin is geregeld dat woningen moeten voldoen aan de bouwregelgeving. We kwamen dan ter plaatse onderzoek doen. Bij LBP|Sight ben ik in de afgelopen 26 jaar zo bij meer dan vierhonderd arbitragezaken als deskundige opgetreden.”

Wat leerde je als eerste toen je bij het Bouwcentrum aan de slag ging?

“Het lezen van bouwtekeningen… Ze tonen een ideaal eindresultaat, maar in de bouwpraktijk blijken die recht getekende lijntjes vaak helemaal niet zo recht te zijn. Je weet vaak niet goed wat er gebeurt vanaf het moment dat zo’n tekening klaar is tot aan het moment van oplevering, als alles met de mantel der liefde wordt bedekt. Eigenaren van nieuwbouwwoningen maken vaak foto’s van het bouwproces. Die vraag ik altijd bij ze op, omdat die foto’s mij informatie verschaffen over waarom de geluidisolatie heel goed, matig of juist heel slecht is. Bij oplevering zijn een gesprek met de uitvoerder en een wandeling over het bouwterrein een vast onderdeel van het onderzoek.”

“Waar ik me al snel over verbaasde is de vermelding ‘o.g.’, ‘of gelijkwaardig’ in bouwbestekken. Alle producten kennen mínstens drie kenmerkende aspecten. Als je je vanuit het oogpunt van gelijkwaardigheid op één van die aspecten richt en die andere twee verwaarloost, dan is dat alternatieve product helemaal niet zo gelijkwaardig. Dan heb je dus kans dat het misgaat, ook op het gebied van geluidisolatie. Bij LBP|Sight zeggen we wel gekscherend: ‘o.g.’ betekent regelmatig ‘of goedkoper’.’”

Wanneer ben je een goede akoesticus?

“In mijn ogen ben je dat als je de theorie en de praktijk met elkaar in verband kunt brengen. Een van mijn lijfspreuken is dan ook: meten is weten als je weet wat je meet. Want als je niet weet wat je meet en de uitkomst als een black box beschouwt, dan kom je niet verder. Alle onderzoeken die ik ter plaatse heb gedaan, stonden in het teken van: wat kan ik leren van deze situatie? Vanuit de theorie kun je goed de invloed van een aantal factoren in de praktijk inschatten, maar the proof of the pudding is in the eating, en dat is áltijd de meting in de praktijk. Het Bouwbesluit bepaalt dan ook dat het meetresultaat bepalend is voor het voldoen. Zo heb ik een aantal theoretische zaken kunnen bijsturen vanuit de praktijk.”

“Die terugkoppeling moet er zijn. Dat komt ook van pas in het normeringstraject bij het opstellen van praktijkrichtlijnen als rapporteur, waarvan ik er drie heb gemaakt bij LBP|Sight: je moet met je voeten in de modder staan, weten wat zich in de praktijk afspeelt. Dit heb ik tijdens mijn Bouwcentrumperiode van mijn bovengenoemde collega geleerd, en geef ik op mijn beurt weer door aan mijn jongere collega’s die bij LBP|Sight in dit vak beginnen.”

Het overdragen van inzichten en kennis, is dat ook je drijfveer achter het opstellen van de reeks ‘Akoestische bouwfouten’?

“Zeker. Ik kom in de praktijk regelmatig fouten tegen waarbij ik mijzelf de vraag stel: zijn er mogelijkheden om die fouten te voorkomen? Zoals rotzooi achterlaten in de ankerloze spouwmuur (zie de Akoestische bouwfout – red.) of fouten maken tijdens de opbouw van een verend opgelegde dekvloer. Zo’n dekvloer mag namelijk géén contact maken met de basisvloer én niet met het opgaande werk. Ik kan zo tien punten aangeven die daar fout kunnen gaan en waarvoor ik al gewaarschuwd heb toen ik rapporteur was voor de Praktijkrichtlijn Geluidwering in woongebouwen (NPR 5070:2005). Kennelijk zijn die waarschuwingen toen niet genoeg geweest, want dezelfde fouten kom ik nog steeds tegen in de praktijk. De afgelopen jaren hebben we wel zoveel ervaring opgedaan dat we inmiddels bij elk type gemaakte fout kunnen aangeven hoeveel geluidisolatie je verliest.”

“De reeks ‘Akoestische bouwfouten’ is een manier om veelvoorkomende fouten in de bouwakoestiek onder de aandacht te brengen, in de hoop dat ze minder voorkomen. In de reeks beschrijf ik niet alleen de fouten en wat die met de kwaliteit van de geluidisolatie doen. Ook beschrijf ik hoe je de fouten kunt herstellen en wat nog belangrijker is: hoe je ze kunt voorkomen. In dat kader heb ik ook veel onderzoek gedaan in opdracht van SBR, onder andere bij de referentiedetails. Een groot gedeelte van mijn werkzaamheden bij LBP|Sight concentreerde zich dan ook op het ontwerp van woningen wat betreft de geluidisolatie, terwijl mijn collega’s zich bezighielden met alle andere aspecten van bouwfysica en brandwerendheid.”

Verwacht je dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zal helpen bij het terugdringen van akoestische bouwfouten?

“Een oud Nederlands gezegde luidt: ‘De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens’. Uit de praktijk moet blijken in hoeverre de kwaliteitsborger kennis heeft van bouwakoestiek. Of deze kan uitbesteden aan voldoende deskundigen, om iets zinvols te kunnen zeggen over het voldoen van een bouwwerk aan de eisen van het Bouwbesluit.”

Voorzie je problemen qua geluidisolatie met de nieuwe manieren van bouwen, zoals prefab bouwen en optoppen?

“We zitten nu in een transitie naar wat ik noem ‘lichter bouwen’. Dit zal zeker een grote uitdaging voor de toekomst worden, ook voor akoestici. Er zal een evenwicht gevonden moeten worden tussen wat technisch, economisch en duurzaam mogelijk is en wat qua gezondheid verantwoord is. In relatie tot elkaar bepalen deze zaken wat de norm zal worden.”

Toen ik bij LBP|Sight kwam aanrijden, zag ik kantoren die tot woningen getransformeerd worden. Qua geluideisen geldt dan ‘het rechtens verkregen niveau’. Ofwel: er zijn dan helemaal geen eisen. Bouwregelgevingexpert Nico Scholten stelde onlangs in zijn column dat de overheid de burger hiermee in de kou laat staan. Hoe kijk jij daar als akoesticus naar?

“Het rechtens verkregen niveau – voor kantoren bij splitsing is dat er in wezen niet. Dan grijp je terug op geluideisen voor bestaande woningen en die staan niet in het Bouwbesluit. Als je écht wilt dat het percentage woningen waar geluidhinder wordt ervaren daalt, dan zouden we daar meer aandacht aan moeten besteden. Zolang er geen wettelijke eisen zijn, is men niet geneigd daar wat aan te doen. In dat soort gevallen bouwen we de ‘krotten van de toekomst’. Het is een belangrijke taak van de akoesticus om binnen het bouwteam te streven naar een zo hoog mogelijk geluidisolatieniveau. Overigens heb ik in 1989 bij onderzoek naar de evaluatie van het Bgg en de rol van het bouwtoezicht daarin, reeds geconstateerd dat bij groot onderhoud en renovatie een regel gold. Wat je niet verandert, daar mag je geen eisen aan stellen. Een andere formulering van het ‘rechtens verkregen niveau’.”

“Momenteel ben ik aan het onderzoeken hoe de kwaliteit van de geluidisolatie zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld, gekoppeld aan het aantal woningen dat in die periode is gebouwd. TNO publiceerde eerder regelmatig onderzoeken over geluidhinder en de laatste jaren doet het RIVM dat. Daaruit kun je opmaken dat het ‘burenlawaai’ al jaren uitkomt op zo’n 25 procent. Bij dit soort onderzoeken wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen woningen van een bepaalde leeftijd; bijvoorbeeld van vóór 1982 (invoering Bgg) en van vóór 1992 (invoering Bouwbesluit).”

“Telkens zijn de eisen verder aangescherpt, ook in 2003 weer. De hamvraag is: hebben die verhogingen van geluideisen nou daadwerkelijk geleid tot een vermindering van het aantal gehinderden? Als je de hindercijfers niet kunt koppelen aan het bouwjaar van woningen, kun je niks met die informatie. Dan weet je alleen de grote lijn. Met het BAG-register (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) is het gemakkelijk te achterhalen in welk jaartal een woning is gebouwd. Wat ik wil weten is de impact die wijzigingen in regelgeving hebben gehad op de ervaren geluidhinder. Het onderzoek is nog gaande.”

Ten slotte: wat doet geluidhinder eigenlijk met een mens?

“Geluidhinder kan heel verschillend worden ervaren. Bij woningen die voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit wordt uitgegaan van 20 tot 25 procent gehinderden. Let wel, dan wordt ervan uitgegaan dat bewoners rekening houden met elkaar, zie NEN 1070:1999. Gebeurt dat niet, dan creëer je ernstig gehinderden. Een collega van mij heeft eens een overzicht gemaakt van factoren waar je rekening mee moet houden als je geluidbeleving wilt onderzoeken. Geluidisolatie is er één van. Het begint dan bij het geluid van de buren, dat gaat door de geluidisolatie heen. Dan is er het geluid van de buren in de ontvangwoning. Haal je daar het achtergrondniveau in de ontvangwoning van af, dan resteert het hoorbare geluid van de buren. Vervolgens is er een aantal objectieve factoren (tijdsduur, hoe vaak, moment van de dag, type geluid) en een aantal subjectieve factoren (je eigen activiteit, je eigen geluidsgevoeligheid en ook of je reeds met de buren hebt overlegd).”

“Uit dit hele conglomeraat aan factoren bepaalt de ontvanger uiteindelijk: ik heb geen, een beetje of ernstige hinder in deze situatie. Bij een woning waar ik onderzoek deed, was de beste geluidisolatie aangebracht die ik ooit heb gemeten: 10 dB beter dan het Bouwbesluit voorschrijft. En tóch ervaarden de bewoners geluidhinder. Hun buren hielden namelijk van muziek met een sterk afwijkend muziekidioom en op een heel luid niveau. Daar was geen geluidisolatie tegen opgewassen. Dan moet je echt met elkaar in gesprek gaan. Het is altijd spannend als je nieuwe buren krijgt: verandert mijn huis van een goede woning in een slechte woning, of vice versa? Of blijft mijn woongenot hetzelfde? Zoveel impact kan geluidhinder hebben.”

Dit artikel is onderdeel van het Dossier Akoestiek.

Op drie niveaus zijn rondom in de concertzaal van Amare GRC wandpanelen blind bevestigd met behulp van in het beton geïntegreerde schroefhulzen. De facettering van de panelen is nauwkeurig bepaald met een akoestisch adviseur. (Foto’s: Boele & van Eesteren, Hi-Con en Jacqueline Knudsen)
Dossier

akoestiek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van het laatste nieuws uit de bouwtechniek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.