In Amersfoort vond op 5 februari 2026 de werkconferentie ‘Circulair en Toekomstbestendig Bouwen aan Morgen’ plaats, bedoeld om inzicht te geven in circulair bouwen en slopen. En dat is nodig, want veel gemeenten, corporaties en marktpartijen zijn bezig om hun eigen invulling aan circulariteit te geven. Is circulair bouwen al enigszins ingeburgerd?
De werkconferentie Circulair en Toekomstbestendig Bouwen aan Morgen is opgetuigd door een vijftal partijen. Vooraf werd aangekondigd dat de conferentie een breed overzicht biedt van wat er de komende jaren op de professionals in de sector afkomt. En dat is nogal wat.
Richtlijnen, wetten en akkoorden
Partijen in de bouw hebben onder andere al te maken met het Bbl, de Verordening Bouwproducten (CPR), energieprestatierichtlijnen, de Europese Green Deal en de Wkb. Maar dan is er ook nog eens de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Deze richtlijn moet zorgen voor meer transparantie over duurzaamheid. Corporaties krijgen weer te maken met de ESG.
En of het nog niet genoeg is, hebben we een handjes- en grondstoffentekort en moeten we de CO2-uitstoot drastisch terugdringen. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om in 2030 te komen tot 49 procent minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. Vanuit die optiek lijken het realiseren van 100.000 woningen per jaar en renoveren van zo’n 8 miljoen woningen een onmogelijke opgave.
De organisatoren van de werkconferentie Circulair en Toekomstbestendig Bouwen aan Morgen:
Reset van de bouw
Maar hier komt circulair bouwen om de hoek kijken. We moeten grondstoffen gaan hergebruiken en anders gaan bouwen. Feitelijk is er een reset nodig van de hele bouw. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar het besef dat we niet op dezelfde voet kunnen doorgaan wordt groter en groter. We moeten circulariteit eigen gaan maken en het lineaire denken loslaten. We moeten circulair bouwen opschalen.
Nu de aanpak nog, vertelt Bert Krikke van circulair bouwer Cirkelstad. “De ambities moeten gaan matchen met de financiële ruimte en de uitvoeringsruimte. We halen nog niet de gewenste resultaten. De focus moet verschuiven naar materiaalstromen en we moeten integrale duurzaamheid gaan omarmen. Dit is overigens steeds meer moeten dan willen. Het is een gezamenlijke opgave.”
Circulair bouwen: ga het doen!
Al dat praten over een omslag van denken is leuk en interessant, maar de consensus deze dag was toch vooral dat we circulair bouwen en circulair renoveren gewoon moeten gaan doen. Voor gemeenten en woningbouwcorporaties was de sessie ‘Renoveren met biobased materialen’ dan ook een interessante. Elisabeth ter Borg, ketenregisseur Zuid-Holland van Building Balance, vertelde over het Nationaal Programma.
“Van land naar pand willen wij met Building Balance de bouweconomie gaan omturnen om met andere – hergroeibare – materialen te gaan werken. In heel Nederland worden ketens opgezet om boeren, fabrikanten en bouwpartijen met elkaar te verbinden. Een biobased woning stoot 13,3 ton CO2 uit, dat is de helft van een normale nieuwbouwwoning. Een biobased woning slaat ook 40 ton CO2 op, waar een reguliere woning 2,6 ton CO2 opslaat.” Dat verschil is aanzienlijk en maakt van de keuze voor biobased bouwen eigenlijk een no brainer.
Te duur?
Tweeënhalf jaar geleden waren er slechts enkele biobased isolatiematerialen. Dat aanbod is inmiddels explosief gestegen, vertelt Ter Borg. Er zijn nu naast een veelvoud aan nagroeibare isolatiematerialen ook biobased composieten, vloeren en deuren, los van allerlei prefab mogelijkheden.
Vaak wordt dan geroepen dat biobased duur is, maar dat valt in de praktijk mee, ziet Ter Borg. “Woonbron heeft een renovatieproject gedaan met Faay Binnenwanden. Die bleken uiteindelijk veel goedkoper te zijn, omdat die binnenwanden bij de montage de helft van de tijd nodig hebben dan de eerder door Woonbron gebruikte binnenwanden. Als je het slim aanpakt, kan het ook opeens een stuk goedkoper.” Om corporaties verder te helpen heeft Building Balance inmiddels een Biobased Module Prijzenboek (DO, MO & PO) ontwikkeld.
Biobased renoveren in de praktijk
In de sessie was er ook aandacht voor woningcorporatie Alwel. Zij hebben zo’n 25.000 panden in bezit in de gemeenten Breda, Etten-Leur en Roosendaal. In een koersplan in 2022 heeft Alwel een stip op de horizon gezet voor circulair bouwen. Duurzaamheidsadviseur Anke Struijs: “De droom was een betaalbare, aardgasvrije, natuurinclusieve, circulaire en klimaatbestendige woning. De corporatie zette in op ketensamenwerking en is leerervaring gaan opdoen.” Dat gebeurde onder andere in de wijk Kalsdonk in Roosendaal, waar Heijmans samen met woningcorporatie Alwel 71 huurwoningen renoveert.
Senior projectmanager Marieke Keijzer: “Het draagvlak van bewoners is belangrijk. Die moet je meekrijgen in het verhaal over circulair renoveren. Ze zitten met vragen als: ‘Krijgen we dan geen muizen in de isolatie?’ Die vragen zijn de reden dat we een modelwoning hebben gemaakt waarin de isolatie zichtbaar is.” Maar ook extra geld voor de projecten is belangrijk. “We hadden ongeveer 3.000 euro per woning extra nodig om circulair te renoveren op een totaalinvestering van 124.000 euro. Dat was gelukkig geen probleem.”
Aan de slag
En dan moet je aan de slag, vertelt Keijzer. “Maar hoe doe je dat? Je hebt de kennis niet. Je moet het gewoon samen gaan ontdekken. We zijn naar leveranciers gegaan zoals naar Unilin, die maken tegenwoordig prefab dakplaten met 80 procent houtwol. Je kunt vragen stellen over projecten, garanties en kosten. Zo kom je steeds een stukje verder, maar makkelijk is het niet. Het kost veel tijd. Je loopt tegen dingen aan, zoals bij het isoleren met stro. Je hebt voor een hoge Rc-waarde veel gewicht aan stro nodig. We hebben in de pilot in Roosendaal genoegen genomen met een iets lagere Rc-waarde. Dat komt doordat stro als voordeel heeft dat het een koelend effect heeft in de zomer.”
Ervaring opdoen
Met een toekomstbestendige woning heb je meer wooncomfort, lagere energiekosten en een gezonder binnenklimaat. In de wijk Kalsdonk is geïsoleerd met tarwestro, een 100 procent biobased restproduct uit de landbouw. En zo heeft Alwel de afgelopen jaren stapje voor stapje ervaring opgedaan met het inblazen van stro. Als stap erna is gekeken naar kozijnen, circulair glas en gevelpanelen. Voor al deze zaken wordt onderzoek en kennis (op)gedaan. Dit wordt vastgelegd in een database. Zo kan er in de toekomst worden opgeschaald.
Dat klinkt allemaal mooi, maar Marieke Keijzer van Alwel vertelt dat het niet altijd van een leien dakje gaat. “Je moet ook weleens leergeld betalen.” Dat gebeurde bij de panelen van Resysta, die zijn van restafval gemaakt. Deze biobased PK-gevelprofielen zijn eenvoudig te monteren met een clipsysteem of een duurzaam lijmsysteem. ‘De rijstvlies composietprofielen zijn in 30 luxe Colour Concept-kleuren leverbaar’, aldus de website van Resysta.
Keijzer: “We kozen voor witte panelen. Bij elke levering bleek de kleur net iets anders te zijn. In de rij aangesloten woningen zag je die kleur steeds iets veranderen. We vonden dat dat niet kon. Het lukte de leverancier vervolgens niet om ze kleurvast aan te leveren. Toen hebben we besloten om de panelen eraf te halen en voor een traditioneel gevelsysteem te kiezen. Zoiets gebeurt. Dat hoort bij innovatie en het is niet erg, want in de meeste gevallen gaat het wel goed.”
Circulair slopen
Circulair slopen heeft momentum. Dat bleek bij een van de drukstbezochte werksessies van de middag over de aanpak circulair slopen en hoogwaardig hergebruik. Esther ’t Hoen van het Ministerie van VRO, Dick van Veelen van Meijs Ingenieurs, Geert Cuperus van Gemax en Roel Hofstra van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gingen in gesprek over hoe deze aanpak het best kan landen in de sector. Het doel is om alle initiatieven en instrumenten die er op dit gebied zijn te bundelen en op elkaar af te stemmen om een uniforme taal te ontwikkelen. Zo wordt het eenvoudiger om de markt vervolgens zijn werk te laten doen.
Circulair bouwen in coalitieakkoord
Met een nieuwe regering is er ook een lichtpuntje voor circulariteit. Het coalitieakkoord noemt circulariteit expliciet en dat is wel eens anders geweest. ’t Hoen: In het akkoord ‘Aan de slag’ staat duidelijk: ‘We zorgen dat Nederland zijn sterke positie in de schone maakindustrie verder uitbouwt, met kansen voor circulaire bouwmaterialen…’ Als je dan denkt aan bouw en sloopafval, denk je al snel dat Nederland het slechtste jongetje van de klas is. Maar niets is minder waar, vertelt Geert Cuperus van Gemax. “Nederland loopt voorop op het gebied van bouw- en sloopafval. We hebben een recyclingpercentage van meer dan 95 procent bereikt, maar daar moet ik wel een kanttekening bij plaatsen. Recyclen is goed, maar we moeten meer gaan hergebruiken. We moeten hoger op de R-ladder (deze ladder geeft het niveau van circulariteit aan, red.) zien te komen.”
Na-isolatie maakt circulair slopen lastig
In de werksessie ontstond met de zaal een levendige discussie over het slopen van gebouwen. Een circulaire sloper legde de vinger op de zere plek. “We slopen nu veel gebouwen uit de jaren 60 en 70. Dan zie je eerlijke materialen, weinig isolatie. Tegenwoordig gooien ze die gebouwen – vanwege de energietransitie – helemaal vol met na-isolatie. Allemaal ellende. Ga maar eens kijken vlak voor er een vloer wordt gestort. De tranen springen in je ogen, dat ligt helemaal vol met plastics. Dat komen wij slopers nu allemaal tegen. Het is echt vreselijk lastig om er fatsoenlijke grondstoffen van te maken.”
Daarnaast gaat de vlieger niet op dat slopen geen geld meer zou kosten. “Ik zie alleen maar dat de arbeid duurder is geworden, de stortkosten zijn hoger en het scheiden van materialen is duurder dan voorheen. Dit is ook een beetje een tussenfase, als het aandeel losmaakbaar materiaal groter en groter wordt, dan wordt het natuurlijk eenvoudiger. Maar dan moeten we wel nu remontabel gaan bouwen. Anders hebben we er als slopers nog te veel last van.”
Het Nieuwe Normaal Sloop
Wellicht dat het vernieuwde raamwerk ‘Het Nieuwe Normaal Sloop’ soelaas kan bieden. Het raamwerk is opgesteld in samenwerking tussen Cirkelstad, Meijs Ingenieurs, KP Adviseurs, sloopaannemers RGS Groep en Vlasman en adviesbureau Copper8. Voor het raamwerk HNN Sloop is Meijs Ingenieurs de beheerder van de leidraad, met ondersteuning van Copper8. Dick van Veelen, directeur van Meijs Ingenieurs, vertelde over de lancering van deze leidraad. Deze eenduidige taal is de afgelopen jaren doorontwikkeld. De taal is gebaseerd op wat er in de sector al is aan indicatoren, meetmethoden en instrumenten. Er wordt gebruikgemaakt van drie thema’s: milieu-impact, materiaalgebruik en waardebehoud.
Van Veelen: “De milieu-impact meten we in CO2. Dus als je geëvalueerd wordt, vragen wij: ‘Hoeveel CO2 heeft u in dit project bespaard?’ Daarna jagen we de vraag aan: ‘Hoe moeten we dit gaan meten?’ Je ziet dat er al methodieken worden ontwikkeld om het inzichtelijk te maken, puur door dit soort vragen te stellen. We willen verder weten welk materiaal wordt gebruikt bij de sloop. Zitten er circulaire materialen in? Of ligt het materiaal in een hub of staat het op Insert? We hanteren ook de losmaakbaarheidsindex. In de kern is dit wat het Nieuwe Normaal Sloop is.”
Voor de praktijk is er een webtool ontwikkeld. Van Veelen tot slot: “Daar kun je je project evalueren. Je krijgt een vragenlijst en vervolgens wordt het langs de indicatoren gelegd en wordt er contact opgenomen. Hier volgt een verslag en een eindrapport als download. Hiermee ontstaat een dataset waarmee we projecten kunnen vergelijken. Zo kunnen we de tool aanscherpen.”
Op de website van deze werkconferentie over circulair bouwen en slopen zijn alle presentaties van terug te vinden.








