De aandacht voor circulariteit is in de renovatiemarkt de afgelopen tijd sterk gegroeid, merkt Laurens de Vrijer, programmamanager Circulariteit bij Techniek Nederland. Maar heel eenvoudig is de circulaire transitie niet, zeker niet in de installatiesector. “Het is geen lineaire vervangingstransitie waarbij je een niet-duurzaam product door een duurzaam alternatief vervangt. Een ander economisch model is nodig en dat maakt de transitie complex. Complex maar zeker niet onmogelijk.”
“In de jaren tachtig was de filosofie dat wie recyclet, goed bezig is. Gelukkig is het besef gegroeid dat er meer nodig is dan recyclen. De grondstoffen of materialen die je gebruikt, hebben ook een milieu-impact. Je moet dus niet alleen kijken naar de gebruiksfase, maar naar de hele keten, van grondstoffen en de schaarsheid ervan, de productielocatie, supply chain en het gebruik tot wat er aan het einde van de levensduur mee gebeurt. Dit is alleen mogelijk door vraagstukken samen aan te pakken.”
Losmaakbaarheid
Een circulaire economie tot stand brengen is niet eenvoudig. “Een duurzaam alternatief voor schaarse materialen is niet altijd mogelijk. Zonnepanelen zijn niet van bamboe en koperdraden kun je niet vervangen door vlas. Daarom is het nodig om te focussen op losmaakbaarheid. Fabrikanten moeten systemen zo ontwerpen dat je ze eenvoudig uit elkaar kunt te halen, kunt repareren en kunt hergebruiken. We zien een trend richting meer standaardisatie en modulaire systemen, deels door Europese wetgeving, deels door de markt.” Als afzonderlijk installatiebedrijf heb je weinig invloed op die ontwikkelingen. “Wel kun je kiezen wat je installeert en hoe je dat doet, zodat hergebruik toeneemt.”
Dynamische systemen en innovatie
Het complexe aan installaties is dat installateurs niet alleen te maken hebben met statische materialen, maar ook met dynamische systemen. “Fabrikanten blijven hun warmtepompen, zonnepanelen, luchtbehandelingskasten en andere systemen voortdurend doorontwikkelen waardoor ze steeds efficiënter worden. Maar vanuit de circulariteits-gedachte wil je installaties aan het einde van hun levensduur juist uit elkaar halen, refurbishen en weer in gebruik nemen. Er ontstaat daardoor een discrepantie tussen de innovatieve nieuwe systemen en de circulaire systemen die aan een tweede leven zijn begonnen. Dat maakt het voor de installatiesector lastig om te kiezen voor de juiste oplossing.”

‘Een duurzaam alternatief voor schaarse materialen is niet altijd mogelijk’
Kwaliteit
Ook de kwaliteit van een gerefurbished systeem kan een issue zijn. “De kwaliteit van een gipsplaat of houten balk is net wat gemakkelijker te beoordelen dan de kwaliteit van een complex systeem. Om dit te ondervangen is het essentieel om de hele keten al bij de concept- en ontwerpfase te betrekken, zodat sneller duidelijk is wat belangrijke aandachtspunten zijn tijdens de hele levensduur van een product. Daarnaast zou ook het toekennen van een keurmerk een deel van de oplossing kunnen zijn. Wanneer een systeem uit een (donor)gebouw wordt gehaald en je controleert het op een x aantal vooraf bepaalde vaste punten, dan kun je het certificeren zodra een bepaalde kwaliteit is bewezen, waardoor er weer garantie kan worden gegeven.”
Economisch model
Tot slot benoemt De Vrijer nog een uitdaging: het vinden van een balans tussen vraag en aanbod. “Met één druk op de knop bestel je bij de groothandel een nieuw systeem, terwijl voor circulaire systemen eerst moet worden uitgezocht wat beschikbaar is uit een donorgebouw. Je loopt dus aan tegen de efficiëntie van het lineaire vervangingssysteem. Om circulariteit echt van de grond te krijgen, moet dat systeem worden doorbroken – en dat kost tijd. Het Rijk kan hierin helpen door in aanbestedingen circulaire eisen op te nemen. Tegelijkertijd moeten markt en ketens echt werk maken van circulariteit. Het is geen eenvoudige weg, maar het bewustzijn en de wil om zaken anders te doen zijn er.”
Beter verbouwen bokaal
Tijdens de tiende editie van de beurs Renovatie en Transformatie (13 t/m 15 mei, Den Bosch) zal de ‘Beter Verbouwen Bokaal’ worden uitgereikt. Het is de prijs voor de duurzaamste toepassing in de verbetering van bestaande bouw. Laurens de Vrijer is voorzitter van deze nieuwe vakprijs. “We zullen de inzendingen op een aantal zaken beoordelen. Zo moet het gaan om een product, dienst of proces dat zich al heeft bewezen, waardoor de toepassing opschaalbaar is. Vanzelfsprekend zorgt de oplossing voor een positieve bijdrage aan de verduurzaming van de bestaande bebouwing, waarbij de bijdrage moet kunnen worden aangetoond of aannemelijk worden gemaakt. Uit de inzendingen zullen we er drie nomineren. Zij zullen op dinsdag 13 mei hun inzending pitchen. Hierna maken we de winnaar bekend.”








