Nieuwe MPG-eisen verbreden milieusturing in de bouw

De milieuprestatie van gebouwen krijgt vanaf 1 juli 2026 een bredere en aangescherpte basis in de Nederlandse nieuwbouw. De MPG-eis voor kantoren wordt 15 procent scherper. Daarnaast gaan voor het eerst milieuprestatie-eisen gelden voor onder meer scholen, winkels, zorginstellingen en bedrijfshallen. Ook treedt de herziene Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken in werking, waarmee wordt gerekend volgens set A2. We nemen een duik in de nieuwe MPG-eisen.

De nieuwe regels zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling. Ze gelden vanaf 1 juli 2026 voor nieuwbouwprojecten in Nederland. De aanpassing is relevant voor architecten, constructeurs, installatieadviseurs, ontwikkelaars, aannemers en vergunningverleners, omdat de MPG-berekening verplicht onderdeel is van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.

Kantoren krijgen scherpere MPG-eis

Voor kantoorfuncties wordt de maximale milieuprestatie vastgesteld op 1,55 euro per m² bruto vloeroppervlakte per jaar. Daarmee wordt de eis voor kantoren 15 procent aangescherpt. Voor woonfuncties geldt vanaf 1 juli 2026 een grenswaarde van 1,6.

Voor een brede groep utiliteitsfuncties komt een nieuwe MPG-grenswaarde van 1,85. Dat geldt onder meer voor bijeenkomstfuncties, gezondheidszorgfuncties, industriefuncties, logiesfuncties, onderwijsfuncties, sportfuncties en winkelfuncties. Voor overige gebruiksfuncties geldt een grenswaarde van 1,8. Voor woonwagens en bouwwerken geen gebouw zijnde geldt geen MPG-eis.

Volgens de toelichting sluiten de nieuwe eisen voor utiliteitsgebouwen aan bij de manier waarop nu wordt gebouwd. De sector kan daardoor ervaring opdoen met de bredere toepassing van de milieuprestatie-eis.

A2-methode rekent met 19 milieucategorieën

Tegelijk met de aangepaste eisen wordt de herziene Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken aangewezen. Vanaf 1 juli 2026 wordt rekenen met set A2 verplicht. Deze sluit aan op de Europese norm EN 15804+A2 en werkt met 19 milieu-impactcategorieën in plaats van 11.

De overgang heeft gevolgen voor de uitkomst van MPG-berekeningen. Door de aangepaste indeling, nieuwe sub-indicatoren en de uitbreiding van milieu-impactcategorieën kunnen scores hoger uitvallen. Dat betekent niet automatisch dat een gebouw milieubelastender is geworden; de rekenbasis verandert. De overheid heeft hiermee rekening gehouden bij het vaststellen van de nieuwe grenswaarden.

Voorbeelden van milieueffecten die in de berekening worden meegewogen zijn klimaatverandering, waterschaarste, fijnstofvorming en landgebruik. Ook categorieën zoals verzuring, vermesting, zomersmog, humane toxiciteit en ecotoxiciteit zijn in de A2-systematiek aangepast.

Soepeler MPG-eisen voor kleine woningen en niet-compacte kantoren

Niet alle gebouwen krijgen dezelfde standaardgrenswaarde. Voor kleine woningen en bepaalde kantoren geldt een soepelere MPG-eis. Bij woningen gaat het om woonfuncties in een woongebouw met minder dan 60 m² gebruiksoppervlakte en woonfuncties buiten een woongebouw met minder dan 80 m² gebruiksoppervlakte.

Voor kantoren geldt de soepelere eis als de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructies groot is ten opzichte van de gebruiksoppervlakte. De grens ligt bij een verhouding groter dan 2,5. Deze correctie is bedoeld voor gebouwen waarbij de milieubelasting per vierkante meter relatief hoog uitvalt door de vorm of beperkte omvang van het gebouw.

Ontwerpkeuzes wegen zwaarder mee in nieuwe MPG-eisen

Bij het berekenen van de milieuprestatie spelen ontwerpkeuzes een belangrijke rol. Gebouwvorm, materiaalgebruik en installaties hebben direct invloed op de MPG-score. Berekening kijkt naar de materiaalgebonden milieubelasting over de hele levenscyclus van het gebouw. Daarbij tellen onder meer constructies, gebouwinstallaties en vervangingen tijdens de levensduur mee. Ook onderdelen die nodig zijn om te voldoen aan Bbl-eisen, zoals brandveiligheidsvoorzieningen, trappen, liftschachten, kabels en leidingen, kunnen onderdeel zijn van de berekening.

De samenhang tussen energieprestatie en milieuprestatie wordt belangrijker. Extra isolatie, zonnepanelen of installaties kunnen de energieprestatie verbeteren, maar tegelijk leiden tot meer materiaalgebruik. Daardoor moeten ontwerpteams eerder integraal sturen op bouwkundige vorm, materiaalkeuze, installatietechniek en levensduur.

Voor combinatiegebouwen met meerdere gebruiksfuncties komt een gewogen milieuprestatie-eis. Daarbij weegt de gebruiksoppervlakte per functie mee. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben hiervoor informatiebladen beschikbaar, evenals toelichtingen op gebouwonderdelen en soepelere MPG-eisen. De Nationale Milieudatabase organiseert daarnaast een validatieronde voor rekeninstrumenten, zodat deze vanaf 1 juli 2026 de nieuwe regels correct kunnen toepassen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.