Het failliete denken van de Wkb

In een smalle straat wordt een ondiepe twee-onder-eenkapper gebouwd, waarbij de opdrachtgever is uitgegaan van het gedeeltelijk vernieuwen van de voormalige loods en van het verbouwniveau in de technische bouwregelgeving. Omwonenden wordt daglicht ontnomen en ze komen terecht in een brandgevaarlijke situatie. Is de kwaliteitsborger zo onafhankelijk dat hij dit plan ogenblikkelijk zal afkeuren? En indien niet: kan de kwaliteitsborger aansprakelijk worden gesteld voor zijn falend handelen?

We nemen een casus. In een smalle straat van 3,3 m breed met aan de overzijde woningen tot een hoogte van 12 m. Een opslagloods van 10 m breed en slechts 4 m diep, aan drie zijden volledig door aangrenzende bebouwing ingeklemd, wordt goeddeels gesloopt inclusief fundering (twee zijgevels en achtergevel tot een hoogte van slecht 3 m blijven staan). Een twee-onder-een-kapper wordt ontwikkeld (oorspronkelijk twee aaneengebouwde woongebouwen van twee woonlagen met kap) met twee bouwlagen en een opgetilde langskap (nokhoogte 11 m boven peil). Een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit wordt verleend. Alleen de voorgevel is benaderbaar door de brandweer waarbij de brandweerauto niet de smalle straat in kan en op ca. 40 m afstand moet worden opgesteld.

‘Wat leert deze casus? De Wkb geeft drama’s.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.